Als kind maak je aan de lopende band verlanglijstjes. Zowel de Sint als je verjaardag hebben er eentje nodig. Onbekommerd schreef je daarop, wat je wilde hebben.
Naarmate je ouder wordt, maak je er een stuk minder. En als je het doet, bijvoorbeeld als je gaat trouwen of bij kerst bij je schoonouders, moet je op allerlei dingen letten vind je. Is het niet te veel wat ik vraag? Breng ik niemand in verlegenheid?
En dat is jammer. Want beseffen wat je verlangt, wat je echt wil, is harstikke handig. Het geeft je richting, het helpt je dromen.
- moeder worden
- een boek schrijven dat ook echt in de winkel komt te liggen.
- lang haar tot over mijn schouders (ik probeer het al jaren en faal al jaren jammerlijk)
- mooie lange nagels zonder vuil eronder
En wat zou jij graag willen?
" Ons vermogen om langs elkaar heen te leven is groot. Mooi dus dat er technologie bestaat die de kans op een toevals-, of misschien wel gewenste treffer vergroot. Internet biedt geen garanties, maar wel ontelbaar meer gelegenheden dan fysieke nabijheid alleen."
Lees de prachtige column van Arjan Dasselaar er maar eens op na.

Een dame vroeg me, juist toen ik geld op mijn OV-chipkaart stond te storten, of ik wist waar ze haar kaartje kon afstempelen. Ze had grijze krullen en een camelkleurige trenchcoat. Ze zwaaide met een vrijreizen-kaartje.
" Sorry mevrouw," zei ik beleefd "dat weet ik niet. misschien kunt u het aan de ns-balie vragen?"
" Nee, dat is natuurlijk uw tijd voorbij" zei ze snibbig toen ze een blik op mijn OV-chipkaart wierp.
Met vastberaden stappen en een nare streep als mond beende ze weg.
Nou vraag ik je.
Rouwproces, noemen ze het, met fasen. Eerst heb je ontkenning, dan boosheid. Daarna schijnen mensen te gaan onderhandelen en vechten; je probeert het verlies beheersbaar te maken, het leven weer in eigen hand te nemen door doelen te stellen of beloften te doen. Mensen gaan trainen voor de marathon bijvoorbeeld. Als verdriet niet langer te ontkenen is, of als onderhandelen niet helpt, dan volgt de depressie. Als je door de depressie heen bent, dan volgt de acceptatie. “Mensen die niet meer zonder bril kunnen lezen kunnen een leesbril kopen “ staat er op wikipedia plompverloren bij als voorbeeld.
Ik kan het niet lezen zonder in de lach te schieten. Alsof je wacht met het kopen van een leesbril totdat je al je rouwfases doorbent en tot die tijd tastend en struikelend door het leven zou gaan omdat je er niet aan toe bent. Wat een onzin. Je zult wel hem wel moeten komen om normaal door je leven te manoeuvreren. En daarbij: elke keer als je de leesbril uit je tas haalt zul opnieuw iets moeten overwinnen.
De fases zijn bedacht. Het is omschreven door mevrouw Kübler-Ross. Altijd al een hekel gehad aan dat idee. Door woorden als “proces” en “fasen” lijkt het alsof er een stijgende lijn in zit, het lijkt verdorie wel een computerspelletje waarin je punten moet halen om het volgende level te behalen.
Je zou je rouw ook kunnen afsluiten. Gewoon door een moment te kiezen waarop je een ritueel uitvoert. Daarna is het gedaan.
Was het maar zo simpel.
Kon ik maar in een witte jurk het bos ingaan met een kaars om te zeggen “nu is is het klaar” en dat het dan klaar was. Wist ik maar zeker dat ik er ooit 100% overheen zal zijn, dat ik ooit niet meer verdrietig zal zijn en niet meer zal missen. Dat het een plekje heeft, zoals men dat noemt.
Lijden is niet iets waar je sterker van wordt. We leren altijd, vanuit de Christelijke traditie waarschijnlijk, dat lijden loutert. Dat het ergens goed voor is. Misschien moeten we gewoon accepteren dat verdriet klote is en zinloos. Geen opbouw, geen reden, geen zingeving. Of in ieder geval niet veel.
Ja, het word dragelijker. We zullen wel moeten. Je kunt nu eenmaal niet de ganse dag huilen. Op een gegeven moment moet er brood op de plank, er moeten kamers gestofzuigd en rekeningen betaald. We moeten overleven. En langzamerhand leer je je steeds beter beheersen. Je leert niet steeds te krabben aan de wond, opdat een korstje kan groeien. Maar littekens zijn voor het leven. En soms vliegen ze je opeens aan, als je het het minst verwacht.
En vaker niet, gelukkig.
De dag na het overlijden van mijn moeder, ging ik een ommetje maken. Toen zag ik plots deze kat, achter een raam. Hoewel ik me totaal niet op mn gemak voelde, ging het toen wat beter met me.



Alles kan ik verdragen,
het trekken van gele kaarten
huilende wesleys, al de
vuvuzela's, kan ik met droge ogen
zien blazen, daar ben ik
werkelijk hard in.
Maar oranje ballonnen
van gisteren, slap al
in vochtige kringetjes, nee.

Er zijn van de momenten die later samen te vatten zijn in één quote. Vaak gebeurt dat niet, dus als je een avond of een moment treffend kunt samenvatten in een zin die iemand zei, is dat erg bijzonder. Toch kan ik niet zeggen dat ik daarmee bezig was, die bewuste zondagnacht. Dat ik, om maar wat te noemen, besefte dat de zin die uitgesproken werd de nacht zou samenvatten.
Het was zondag en we waren op Rock Werchter. G. en ik waren naar onze vriendjes gereden, die daar al drie dagen in de volle zon braadworsten aten in de volle zon. Het rijden ging rap en onze vriendjes waren enorm blij om ons te zien. Een mooie dag volgde, al was het erg warm. We genoten van optredens van Vampire Weekend en Them Crooked Vultures en kregen kippenvel bij Pearl Jam. Erg bijzonder om een jeugdheld te aanschouwen in volle glorie.
Toen volgde het onvermijdelijke. We moesten gaan slapen. Of, we moesten de nacht doorbrengen, waarvan ik reeds eerder verslag deed. Op Werchter gaat de laatste avond gepaard met vuur, merkten we al snel. Niet alleen wordt er na het laatste optreden noestig fikkie gestookt op het veld, maar ook op de camping bleken festivalbezoekers het nodig te vinden om allerlei spullen in lichterlaaie te moeten zetten. De lucht die we inademden was doordrongen van wat eens een tentje was geweest.
Wij, gewend aan festivals die zo goed en voorzichtig georganiseerd zijn dat het bijna vervelend wordt, wachtten rustig af. En ja, daar kwamen de eerste mannetjes met oranje hesjes. Maar ze doofden het vuur niet meteen, er bleken niet veel blusmiddelen voor handen.
Dieptepunt was, toen een security-man ons vroeg "hebben jullie toevallig een emmer?"
Rustig slapen was er toen niet meer bij.
Voortaan weet ik wat ik nodig heb om me veilig te voelen op een festival. Een emmer. Meer is het niet.
Aanvankelijk dacht ik, dat ik de vuvuzela niet zo'n probleem zou vinden. Hoewel ze niet mooi zijn, me erg onpraktisch lijken en een geluid voorbrengen waarvan ik als elftal meteen in staking zou gaan, had ik er in mijn persoonlijke omgeving weinig last van. Mijn collega's zetten de toeter niet aan hun mond en in de keurige buurt waar ik woon hoor ik er maar heel af en toe eentje. Keurige ouders laten hun keurige kinderen maar even blazen, voor en na de wedstrijd, dus er werd weinig geleden.
Tot ik naar Rock Werchter ging deze zondag. Ik bleef van zondag tot maandagmorgen; ik bleef dus slapen. Nou, ver geet dat slapen maar: ik bracht er een nacht door. Van 2 tot 7 verbleef ik in de tent in de slaapzak. En tijdens die uren werd ik van tijd tot tijd wakker van vreemd getoeter van een vuvuzela. Of eigenlijk: als men er niet op blies kon ik even indommelen. Ongelofelijk. Ik lag me met opengesprerde ogen te verbazen over de mens. Wie krijgt het in zijn kop om zoveel lawaai te maken als anderen slapen? En, belangrijker: wie heeft er zin en energie om de gehele nacht te vuvuzela-en?
Na de slaap thuis ingehaald te hebben, keek ik naar het journaal. Immers, een festivalganger heeft altijd het idee weken weggeweest te zijn. En, wat schetste mijn verbazing? Daar zag ik onze kroonprins en zijn dochter, vrolijk bezig met een vuvuzela! Onze toekomstige koningin blies er vrolijk op, alsof het de normaalste zaak van de wereld was.
Op de camping had ik volgehouden, maar nu braken mijn oranje klompen.
|
Toon berichten 1-8 van 381 |
Volgende Pagina »