
Ik weet niet precies waarom het opeens zo is gekomen, maar de laatste tijd doe ik veel dingen voor het eerst. Waarschijnlijk is er iets in gang gezet, dat ik na zo veel rouw de neiging krijg om vooral te leven. Zoiets zal het zijn.
Zo ging ik voor het eerst naar het IDFA. Eigenlijk wou ik er al jaren heen, maar het beperkte zich tot lezen in de krant dat het alweer voorbij was.
Het werd memorabel. En niet alleen om dat er een meisje naast me zat dat de hele tijd “fuck, fuck, fuck” zei als commentaar op de documentaires die we geserveerd kregen. Ik heb mijn ogen uitgekeken. Ik ben gefascineerd geraakt door al dat hippe volk dat er komt en ik moet nog wel eens denken aan de jongen die op een tafel stond en bewegwijzeringen omriep. We kwamen er snel achter, dat je op je plek kwam door precies het tegenovergestelde te doen van wat hij zei.
Ik zag vier prachtige documentaires, die me nu al weken bijblijven. Zo was er een korte film die onder andere over de Ernest Hemingway -lookalike wedstrijd ging. En een film over een winkelcentrum in China waar nooit iemand kwam. En eentje over Berlusconi’s invloed op de media. Het meeste indruk maakt de film over Birmese vluchtelingen die naar Engeland verhuisden en gevolgd werden tijdens hun nieuwe leven.
Gesterkt door deze ervaring, ging ik gisteren voor het eerst naar het filmfestival in Rotterdam, het IFFR. Ik ging met een kennis van een kennis, iemand die ik nauwelijks kende, dat was dus ook best spannend. Maar, ik besloot dat ik het gewoon ging doen. We gingen 29 korte films zien, er zou er heus wel eentje tussen zitten die de reis naar Rotterdam waard was. Dus, zelfs als de kennis van de kennis zich tot een ongezellige heks zou ontpoppen, zou de dag waarschijnlijk heel leuk worden. Niet te veel verwachten, dan valt alles mee.
En dat deed het.
De kennis van een kennis bleek een heel aardig iemand, een fijne gesprekspartner en ze had hetzelfde gevoel voor humor. Zo kwam het dat we schaterlachten toen we beseften dat we al 5 minuten naar flikkerende beelden van bomen aan het kijken waren.
De film Garud was schitterend, beelden van het leven in een arm flatgebouw in India. Kamer voor kamer keken we in, als voyeurs. We werden ook meegevoerd naar de Noordpool en naar een trieste disco in Oostenrijk waar een fabrieksarbeidster danste met een elvis-imitator. Natuurlijk zagen we ook dingen die ons niet konden bekoren. Veel te artistiekerig, naar mijn smaak, was een film waarin acteurs een dialoog oefenden, afgewisseld met beelden van een leeg gay palace. Maar och. Ik zag ook prachtige animaties, zoals Saison Mutante. Het mooiste was nog wel “dreams from the woods”, een heel simpel filmpje over een vogeltje in het bos, dat me weer liet zien hoe weinig er nodig is voor een goed verhaal.
Of dingen af en toe voor het eerst doen een must is, weet ik niet. Maar, misschien is het goed om jezelf van tijd tot tijd in nieuwe situaties te brengen. Dan blijf je leren durven. Durven is wel hard nodig in het leven. Misschien kun je je zelf daar een beetje in trainen, door af en toe iets te wagen. En als je je er niet in kunt trainen, dan heb je het in ieder geval leuk gehad in de tussentijd. Ook mooi.
We komen graag samen in een café in de binnenstad. Het is niet zo’n groot café, voornamelijk de ruimte tussen bar en tafeltjes is smal. Als alles goed gaat en iedereen helder is, past eenieder prima door de smalle, corridor van mensen. Echter, als het later wordt en er is meer drank in de mens, wil het passeren door deze haag, nog wel eens voor problemen zorgen. Groepjes staan midden in de doorloop te praten bijvoorbeeld en mensen hebben niet door dat ze opzij moeten gaan of dat jij er niet door kunt.
Bijkomend probleem zijn de oudere mannen die stamgasten van dit café zijn. Een nadeel van het de dertig passeren als vrouw, is dat mannen van boven de vijftig gaan denken dat ze iets bij je kunnen proberen. Tenminste, als ze een borreltje ophebben, dan willen ze nog wel eens op de versiertoer gaan. Vooral als een vrouw dichter bij ze komt, denken ze dat ze misschien wel eens beet zouden kunnen hebben.
Heus, als deze looproute niet direct tot het toilet zou leiden, zou ik mij er na half elf niet meer wagen. Maar, u raadt het al, als je naar het toilet wil dan moet je door deze menselijke gang. En de ironie wil, dat je later op de avond vaker naar het toilet moet. Ga er maar aan staan.
Toen we onlangs de verjaardag van een vriend vierden, laten we hem even Arie noemen, zuchtte ik diep. "Ik moet naar de WC" zei ik op klagerige toon. Arie, goedgemutst zoals het een jarige betaamt, zei "Nou, dat kan". Het probleem leek uit de wereld. We zwegen even en Arie keek alsof hij dankbaar was voor het feit dat oplossingen soms zo voor de hand liggen. "Ja," zei ik "maar dan moet ik langs al die mannetjes". Ik deed voor hoe ik door de menigte zou moeten manoeuvreren.
Arie leek meteen intuïtief te weten wat ik bedoelde." Gewoon gaan!" zei hij, met een goedbedoelde schouderklop erbij. "Maar .." piepte ik nog. "Nee, gewoon gaan" zei hij " je moet maar zo denken: ‘er zit een stukje in, je kunt er een column over schrijven!"
Daar had hij gelijk in, dat kunt u lezen.
Het ongemak was daarmee niet verdwenen, maar had wel wat meer zin gekregen.
Toen ik terug was, proosten we op columns, stukjes en schrijven in het algemeen.
En daarmee rond ik mijn 1000e stukje af voor waarachtig.com
Zo lang er in kleine dingen stukjes zitten, ben ik niet uitgeschreven.


We waren op een verjaardagsfeest. Iedereen was blij. De jarige jet was heel erg jarig, Ze zag er prachtig uit in haar bloemenjurk. Ze was ook heel erg zwanger. Haar trotse moeder, oma in spé, zat naast haar.
“Dit ga jij nooit meemaken” zei een stemmetje in mijn hoofd. Ik probeerde zo normaal mogelijk te doen, maar ik verstijfde. Het was alsof ik een klap tussen mijn ogen kreeg.
Toen we vertrokken waren, begonnen mijn tranen te stromen. Op straat nog wel. En terwijl ik eigenlijk geen huiler ben, zeker niet in het openbaar. Maar dit was weergaloos. Ik vluchtte een steegje in, er was geen houden meer aan.
De warmte van moeder, dochter en buik maakte alles plots heel concreet. Dat mijn moeder mijn kindertjes niet zal kennen, werd opeens van feit tot gevoel. Natuurlijk, ik was nog steeds heel blij voor "Jet", ik wilde haar niets ontnemen ofzo, maar jaloers was ik wel, veronderstel ik. Bertrand Russell zei dat jaloezie een van de machtigste oorzaken van verdriet is. Dat kon ik billijken, die middag in het steegje.
We zijn een paar maanden verder. Roze wolken drijven om me heen. Ik word omringd door mensen van rond de dertig die zwanger zijn en anderszins met kinderen bezig zijn. Verhalen hoor ik, over schoppende baby’s in buiken en moeders die grootmoeders zullen worden.
Ik ben blij voor hen, ik ben dol op nieuw leven, maar het 'vriesgevoel' blijft ook. Het is een verdrietige herinnering aan iets wat niet gebeurd is en iets wat nooit gebeuren zal.
De baby van Jet is inmiddels geboren. Bijna dagelijks fiets ik langs haar straat, het is op de route van thuis naar werk. En elke keer denk ik weer even aan dat moment dat ik bevroor. Ik schaam me, dat ik nog niet op kraamvisite ben geweest.
Toen ik vandaag de zwangere J in de stad tegen kwam en niet goed wist hoe ik moest gaan staan, besefte ik dat het zo niet langer kan.
Er zullen altijd overal baby’s zijn en er zullen altijd overal meiden zijn met moeders. Ik zal moeten accepteren dat mijn vrienden en familie zullen baren, met mooie moeders aan hun zijde. Het is niet anders. Ontlopen heeft geen zin.
Deze dame zet zich schrap. Komende week ga ik op kraamvisite. We moeten het leven blijven vieren, ook als dat soms een beetje moeilijk is.
Vandaag was heerlijk simpel, de 30ste januari. Mijn lief en ik werden samen wakker. Lekker vroeg. Na het ontbijt gingen we op pad, we maakten eerst samen de auto sneeuwvrij onder toezicht van de kat. Daarna reden we naar Den Haag.
Het leek een zaterdag als andere zaterdagen. We zijn gezegend met een groot aantal dagen waarop we doen of deden waar Claudia de Breij over zingt "Samen wakker worden/ Ergens heen /Lekker eten En weer slapen "
Maar vandaag was anders, want vandaag deden we twee enorme aankopen. Vanaf nu is alles anders, zijn we nog meer samen dan voorheen.
De eerste aankoop waren zes stoelen voor onze eettafel. Wit en hout. Ze kunnen jaren mee en zullen misschien zelfs nog vrolijk ergens staan als wij er niet meer zijn.
De tweede aankoop was, uren later, een verjaardagskalender. Zojuist heb ik alle verjaardagen van onze vrienden opgezocht en met zwarte pen op de lijntjes geschreven.
Het lijkt zo onbeduidend, een verjaardagskalender, maar ik had vandaag toch het gevoel dat ik met heftig eeuwigheidswerk bezig was. Groter dan ons testament. Ik dacht aan het toilet bij mijn schoonouders, waar een verjaardagskalender hangt uit 1973. Hij vertelt het verhaal van een gezin. Sommige namen zijn getypt, andere er haastig bijgeschreven.
Tja, ons "gezin" bestaat nu alleen nog uit hem en mij en uit onze twee katten. Toch is dit ook het begon van een verhaal, dat ooit verteld zou kunnen worden door deze kalender. Misschien moet hij ooit weg omdat er iemand per ongeluk overheen plast, dan loopt het verhaal voortijdig af. Maar, het zou ook kunnen dat hij er nog hangt in 2047. Zou ik dan nog weten wie Detlev is? Wie zullen erbij zijn gekomen? Wie zijn we vergeten? Het gaat nooit zoals je verwacht. Wie weet is er wel iemand rücksichtslos weggehaald met typex. Er zullen kinderen op staan die nu nog in de buik van hun moeder verblijven, als eitje of foetus, hopelijk ook de onze.
Het enige wat ik zeker weet, is dat ik in 2047 met plezier terug zal kijken naar die zaterdag in 2010, toen het sneeuwde en alles nog komen ging. Ik zal dan vast nog weten hoe gelukkig is was op die januaridag, hoeveel ik van mijn lief houd, hoe de kleine kat spinnend op mijn schoot zat. Als ik tijd van leven mag hebben, weet ik dat vast nog.
Opeens besefte ik dat het een groot avontuur is, het leven. En wij gaan het leven. Ik kreeg er vlinders van in mijn buik.

Van oktober 2004 tot september 2006 was er Dichters op Dinsdag op miwian.nl. Iedere week een thema waarbij lezers een gedicht of songtekst uitzochten en deze op hun eigen weblog plaatsten. Na een pauze van drie jaar gaan een aantal oudgedienden van toen hier opnieuw mee aan de slag. Vanaf 18 augustus 2009 wordt via deze site wekelijks een thema bekend gemaakt, een link met een eigen bijdrage kan dan hier in de comments geplaats worden.
Al een hele tijd wilde ik weer inspringen, maar ik vergat het telkens. Mijn geheugen is een zeef momenteel. Gelukkig dacht ik er vandaag aan. Het thema is zelfportret deze week. Een lastige, maar gelukkig ruim om te vatten ... Hopelijk is het toegestaan om mee te doen met vorige week woensdag ...
Ik zat toen heel stil te werken,
de boeken waren als zerken
voor me, ik wist wel wat
elk graf in zich had.
Mijn lijf zat daar in een kamer,
boomtakken voor het raam er
heenkropen en weer, vervelend,
met groene bladen al geelend.
Mijn oogen zagen verwonderd
naar 't buitenlicht, maar zonder 't
zelf te weten wat of
hun licht oppervlak trof.
0 mijn hart was toen zoo hongerig,
zoo angstig en zoo verlangerig,
zoo droog en het regende niet,
en elke dag ging te niet.
Ik zat in die lichte dagen --
mijn hart hield nooit op te jagen --
ik zat te zien en te werken,
alles was m' als doodzerken.
Herman Gorter,
uit: Verzen 1890.
Het museum heeft een collectie die vier eeuwen beslaat en ik heb het gevoel dat ik er al die vierhonderd jaar heb gewerkt. Het rondleiden vond ik destijds geweldig, maar ik stond ook vaak gapend op zaal. Na al die jaren was ik niet zo rouwig om ontslag te nemen.
Deze week was ik er met Chiel, die er wel eens wilde kijken. Ik kende de hele riedel nog. Alle anekdotes en geschiedenis wist ik weer. In gedachten zag ik alle avonturen die ik er beleefde: schoolklassen, tandartsen, flauwvallende tienermeisjes. En ook de stukken geschiedenis waar je zomaar tussendoor loopt.
De aanwezigheid van Chiel zette alles in een mooier daglicht. Soms heb je even de ogen van een ander nodig om te zien hoe bijzonder iets is, wat voor jou al heel gewoon is.


Ik zat in de universiteitsbibliotheek te werken. Het is een ruimte waar ik al een jaar of zeven geregeld verblijf.
Plots zat ik tegenover een jongen van wie ik mijn ogen nauwelijks af kon houden. En dat was niet omdat hij zo knap was (dat was hij overigens wel) of omdat zijn borsthaar boven zijn nonchalante overhemd uitpiepte (maar dat was wel zo). Nee. Ik besefte opeens dat ik ongemerkt een fase in mijn leven heb afgesloten.
Eensklaps was ik me er namelijk van bewust, dat die jongen vroeger mijn type geweest zou zijn. Echt, toen ik zeventien was, was ik mateloos voor deze jongeman gevallen. Nu kan dat natuurlijk niet, want toen was deze jongen zeven, maar het gaat om het idee.
Kijk hem nou zitten. Alles lijkt aan hem te kloppen. Een cosmetisch perfect gelaat. Brad Pitt eat your heart out, dat werk. Getormenteerde oogopslag, want hij is hier in de UB met heel moeilijke dingen bezig. Lichte gelaatskleur, alsof hij niet veel zon ziet. Baardje van een dag of twee. Merkkleding maar onverschillig en achteloos.
En nu, nu vind ik hem een aansteller. En mezelf, in retrospect, ook. Het baardje is gecultiveerd en het haar te vaak met glansshampoo gewassen. Ik ben niet meer vatbaar voor het zogenoemde charisma van de romantische held. Het is voorbij, het wachten bij de telefoon, het uitpluizen van blikken en ingewikkelde hints. Ik ben wijzer geworden misschien. Of cynischer. Misschien is er simpelweg een veel rust op mijn pad gekomen sinds ik soort van vaste verkering heb, dat kan natuurlijk ook. Hoe het ook zij, de bleke jongeling heeft afgedaan.
Natuurlijk was ik veel te vroeg. De tijd moest ik doden in een winkelcentrum. Hoewel ik ruimschoots over mijn angst heen ben om ergens in mijn eentje koffie te drinken, dorst ik de snackbar met drie bejaarde,morsige habitués niet in. Er was een supermarkt, maar ik had niets nodig. Echt niets. Er was een drogist, waar ik wat tijd besloot door te brengen. Ik ben dol op parfum testen, en nagellak overwegen. Maar de verkoopsters waren zo blij dat er zomaar overdag iemand binnenkwam, dat ik zo goed werd geholpen dat ik binnen twee minuten weer buiten stond. Met tandenstokers. Verder was er een bakker, maar daar had ik ook niets te zoeken. Ik besloot op een bankje te gaan zitten. Dat had ik al jaren niet meer gedaan.
Het winkelcentrum was dan misschien een slecht voorteken geweest, bij de coach was het niet geestdodend. De kamer stond vol met foto’s en er lagen stapeltjes tijdschriften. Zo is het bij mij thuis ook.
Het was bijzonder fijn om te merken dat sommige mensen de kunst verstaan om complexe problemen eenvoudig te verwoorden, zonder het te simpel te maken. En toen het grote boek van Toon Tellegen me aankeek vanuit de kast, wist ik dat het goed was.
|
Toon berichten 1-8 van 314 |
Volgende Pagina »