Ze werd geboren in 1903 in een arm gezin in Rotterdam- Zuid. Ze hadden veel kinderen, maar nooit echt honger. Voor het eten werkte iedereen keihard.
Jaantje niet het minst. Ze had vele zussen. Eén zus is verstandelijk gehandicapt, of zoals ze toen zeiden "ongelukkig". Een andere zus werd ongehuwd moeder en verstootte het kind toen haar nieuwe echtgenoot het niet wilde opnemen in het gezin.
Jaantje leerde Pieter kennen toen ze in de huishouding werkte. Ze maakte schoon bij een gegoede familie. Als de koffie werd ingeschonken riepen ze "Jaantje! Koffie! maar hij is nog heet!". Zo kon ze nog even doorwerken voordat ze neerzat om koffie te drinken. Even rusten was er niet bij toen.
Pieter en Jaantje hadden zes jaar verkering voordat ze trouwden. Toen was Jaantje zwanger, en moesten ze dus wel. Ze kreeg in 1926 een zoon, in 1933 de tweede, en in 1937 zoon nummer drie. In 1944 kregen ze een dochter, midden in de hongerwinter. Moedig fietste Jaantje de boerderijen af, op zoek naar melk voor haar kindje. Haar eigen lichaam gaf het maar nauwelijks.

Ook getrouwd met Pieter was het hard werken. Ze hadden een bedrijf aan huis, en Pieter draaide twee banen. Hij wilde zijn kinderen laten studeren, omdat hij zelf die kans niet gehad had.
Eind jaren vijftig kreeg Jaantje een nare ziekte in haar buik. Niemand vertelde haar wat ze had, of dat ze dood zou gaan. Dat leek beter, toen.
Jaantje stierf in 1957 op een donderdag in mei. Ze liet een drie zoons achter van dertig, vierentwintig, en twintig, en een dochtertje van twaalf.
Haar dochtertje zou mijn moeder worden, jaren later.
Gekend heb ik haar nooit, natuurlijk, maar de verhalen die me deelachtig zijn geworden, de blik in de ogen van mensen die dichtbij haar geleefd hebben zijn nu ook een groot stuk van mij.
Zo kun je soms even iemand intens missen van wie je je niet eens kunt herinneren dat ze in leven is geweest.Zo kun je van iemand houden die je nooit gekend hebt. En zo kun je trots zijn dat je je haar kleindochter mag noemen, of wanneer ze zeggen dat je op haar lijkt.
Ik was de enige in burger.
De acteurs hadden niet veel tijd tussen de voorstellingen door, en dus gingen zij in vol ornaat eten in één van de restaurantjes op het plein. Zo liepen we daar, mijn moeder de heks (zonder gier, dat dan weer wel), dan een middeleeuwse deerne, vervolgens een stadsomroeper, een schout en ik.
Er zaten twee vrouwen aan een tafeltje. Eén broodmagere met een brik, en één enorme met een kinderwagen. Geïrriteerd keken ze op naar de optocht die we vormden.Ik herkende hen meteen.
Het waren twee meisjes uit mijn klas van tien jaar geleden.
Ik probeerde een gesprekje, over de baby in de wagen, over het feit dat de ene onderwijzeres was geworden. Het liep niet. Op niets wat ik zei kreeg ik veel respons. ("ja ik heb een dochter gekregen")
Langzaam voelde ik een koude wind aanzwellen vanuit deze dames, mijn richting op.De koude wind herkende ik ook.
Opeens wist ik weer hoe ze me niet leuk vonden.
Hoe ze me altijd meesmuilend over me praatten als ik mee had gedaan aan het schooltoneel. Hoe ze roddelden iver de grote jurken die ik droeg met kisten eronder.
Terwijl het in de brugklas gezellig was geweest, groeien er kloven tussen groepen die onoverbrugbaar worden.
De kloof was er nog steeds wel, bleek dus alras.
Zij waren echt vróuwen geworden, moeders dus zelfs,met al jaren echte beroepen, echtgenoten. Zij waren groot. Zoals zij nu waren, waren zij op hun veertigste nog. Leeftijdsloos waren ze geworden.
Toch moesten zij van mijn leeftijd zijn
Nog de hele avond was ik van mijn stuk.
Je hebt bepaalde zekerheden in je leven; mensen die met pensioen gaan zijn oud en in ieder geval grijs en toch zeker bijna oma, en hun kinderen werken al en zijn "groot".
Mijn moeder is met pensioen gegaan, alweer bijna een jaar geleden. Het was een vreemd besef. Ik was zelf nog niet eens echt aan mijn arbeidzame leven begonnen,en ik ben zeker nog niet "groot". En zij, zij was nog niet eens oud. En zeker niet grijs. Ze verft haar haar knalrood met een zwarte pony, en volgende maand weer iets anders. En dat oma worden lag nog niet direct in het verschiet.
Achter de geraniums zitten doet ze zeker niet.
Vandaag ga ik naar een openluchtspel waar ze in mee speelt. Ze speelt zeven keer deze week een heks met een echte gier op haar schouder.Er danst een balletgroep om ze heen, en ze moet een vervloeking uitgalmen.Ze is dol op de gier, ookal moet ze hem lokken met een dood kuiken.
Ik ben heel erg benieuwd, en alvast heel trots.
|
|