Het slechtzittende pak

Het is nog steeds een verhaal waar om gelachen wordt op feesten en partijen: ik was zestien in het café aan de bar. Een jongen, die mij leuk vond, keek naar me, zoals tienerjongens dat in cafés plegen te doen. Vervolgens liep ik naar de WC omdat ik ervan overtuigd was dat er lippenstift op mijn tanden zat. Waarom keek hij anders zo?
Dit verhaal vind ik nog steeds hilarisch, hoewel het eigenlijk ook heel triest is. Er zit namelijk een soort kern in, die onzekerheid had ik dus toen al.
Het is iets wat in mij zit, al sinds heel jong. Het lijkt soms ook of ik talent heb mezelf onzeker te máken ; ik heb een feilloos talent complimenten te vergeten en negatieve recensies te zoeken en te doen beklijven.

In die tien jaar is het gelukkig alleen maar beter gegaan. Het is eindelijk- voorzichtig doorgedrongen dat ik best wel een leuk wijf ben, dat ik er mag zijn. Die onzekerheid blijft, dat zal wel in mijn persoon gebrand zijn, het hoort bij me. Een geraffineerde femme fatale zal ik waarschijnlijk nooit worden, maar het gaat goed.

Toen ik dinsdag op het matrasje bij Max lag overdacht ik de avond, en ik woelde omdat ik niet wist hoe ik moest gaan liggen. De avond was geweldig geweest, drinken met de mannen, en praten over relaties, mannen en vrouwen en liefde is toch welhaast my favourite waste of time.

Een glimlach speelde me dus om de lippen, maar ik verwonderde me, in de slaapzak, over hoe onhandig mijn lijf toch altijd voelt, en wat een last ik daarvan soms heb. Ik droeg een prachtig pak van mexx, en toch.

Ik analyseerde het probleem (mijzelf) van alle kanten, ik probeerde onder woorden te brengen hoe het voelde en wat eraan te doen was. Ik durfde niet naar de WC, straks zag hij mijn dijen.
Wat een onzin eigenlijk, dacht ik er meteen achteraan. Nicolaas zou nog niet gewekt worden door een kudde buffels in zijn kamer, en het was veel te donker om mijn dijen te ontwaren. Hoe roomwit ze ook zijn.
Maar toch dorst ik niet.
"Een slechtzittend pak" bedacht mijn vermoeide brein.  Erg maf, het voelt dus alsof ik onder mijn mooie tweedpak een slechtzittend pak had zitten. Ja, zoiets was het.
Even viel ik in slaap.

Twee dagen later keek ik met Tommy naar de foto?s die waren genomen van ons als nieuw bestuur. ?Sommige heb ik afgesneden in photoshop? zei ik ?ik leek wel zwánger?. En een andere foto voorzag ik van commentaar op mijn billen, verpakt in een grapje, maar weer afkrakend. Roeland riep verbaasd uit ?jemig, jij hebt echt een complex he !??
Ik wist dat hij gelijk had, en ik wist opeens dat ik geen zin had om te blijven hangen in dat afkraken en dramatiseren. Zelfdissen is het stomste wat je kunt doen. Je schiet er niets mee op. Echt niets.

Later die dag liep ik op het Amsterdam Centraal. Weer drong het gevoel van het slechtzittende pak zich aan me op. Ik voelde hoe mijn schoudertjes gingen hangen, en hoe in de coulissen al een nare innerlijke opmerking stond te wachten.

En nu stop ik dit. Op deze plek op deze minuut, besloot ik. Hier en nu.
Ik deed mijn schouders naar achteren, rechtte mijn hoofd en ik liep verder.
Het mag dan een slechtzittend pak zijn, zei ik tegen mezelf, laat ik het dan maar beter met flair dragen. Daar heb je tenminste wat aan.

Een van de meest bevreemdende dingen die ik in mijn bijna zesentwintigjarige leven heb ontdekt, is dat je soms de boodschap niet hoort, ookal is ?ie alomtegenwoordig.
Zelf ben ik nu pas achter dingen gekomen, die me al jaren verteld zijn. Behalve de juistheid van de boodschap, moet ?ie ook nog helder zijn, van de juiste persoon afkomen, op de juiste manier gezegd worden, en dan moet je er ook nog iets mee kunnen.
Er is me zo vaak gezegd dat ik de moeite waard ben, en dat ik echt niet stom ben of lelijk, of dik.
Pas nu komt dat aan. Eindelijk.

Ik had meteen sjans met drie toeristen.

C. | Zondag 25 September 2005 at 1:23 pm | | Default | 59 reacties

Blonde Japi

Donderdagmiddag was het, het einde van mijn collegeweek en ik was heel erg moe.
Moe van de nieuwe indrukken en moe van alle stress die door me heen was gesidderd bij de gedachte aan de dingen die ik nog doen moest.
Toen ik merkte dat niets meer in mijn hoofd bleef hangen, besloot ik naar huis te gaan. Opeens verlangde ik heel erg naar onze oranje bank en de verhalen van Sokrates.
Van moe zijn word ik echter ook altijd een beetje gloomy, dus enigzinds triestig liep ik naar buiten. Het regende ook nog.
In een hoekje stond blonde Japi, met zijn sigaret.
Er zijn nog echt leuke mannen op deze aarde. Japi is er het bewijs voor. Onbevangen treed hij je tegemoet.
Japi is aardig en toont zijn gevoelige kant, zonder een softe sukkel te zijn.

Voor hem moest het ook een drukke week geweest zijn, hij combineert zijn studie met een baan als leraar op het VMBO.
Aan hem zag je echter niets. Geen wallen, geen dofheid, maar een grote lach en energieke pretogen.
Zijn woorden buitelden over elkaar heen toen hij me vertelde waarom hij zoveel energie had.
" Er is een heel moeilijke klas op school, en niemand kan die klas aan, iedereen klaagt erover... maar bij mij waren ze vijf kwartier stil! Doodstil!" Hij vertelde hoe hij een lang middeleeuws verhaal aan ze hand voorgelezen.
" En nu" zei hij " nu, heb ik er weer helemaal zin in" Hij ratelde vol vuur verder over een artikel over postmodernisme wat hij gevonden had, waardoor hij nu heerlijk een werkstuk kon gaan afsluiten. Het zat helemaal in zijn hoofd. Hij had er zin in. Zijn blauwe ogen schitterden.

Ik hing aan zijn lippen. Niet alleen omdat ik het heerlijk vind om een vakgenoot enthousiast over ons vak te horen praten, maar ook omdat ik opeens weer snapte waar het om ging. Voeding. Als je zorgt voor voldoende balans en voeding, dan kun je alles aan. De kunst is vooral om voeding toe te laten.
Blonde Japi heeft daar een enorm talent voor.

C. | Maandag 19 September 2005 at 12:13 pm | | Default | 37 reacties

Kunst en vliegwerk

In een groep staan we gezellig te praten, over docenten en oude herinnering, als de man op ons af stapt.
Hij lacht, maar zijn ogen doen niet mee.Het is een neplach. Zijn hand is uitgestoken. Eerst schudt hij de hand van Luc, de enige man in ons gezelschap.
De man strooit wat beleefdheden in het rond, en kijkt met een schuin oog naar Janneke. Hij draait zich naar haar toe, bekijkt haar zwangere buik en zegt:

"Zo, en wie heeft jou bezwangerd? " Hij bedoelt het grappig, maar ik zie Janneke terugschrikken. Ze stamelt dat Luc de vader is, net als van haar eerste kindje.
"Dat is toch allemaal veel te jong! " geeft hij ongevraagd zijn mening, weer grappig bedoeld, weer met die gespeelde oudejongenskrentenbrood- mentaliteit. Zij slaat haar ogen neer. Hij schudt mijn hand, maar kijkt me niet aan.
Vervolgens went hij zich tot de rest van de vrouwen, om nog een schalkse opmerking in ons midden te werpen.

Als de man weg is, vertel ik de anderen mijn herinnering.
Ik had besloten van school te gaan, toen ik bleef zitten in 5 vwo.
Het hele gebouw was leeg op de middag dat ik voor mezelf afscheid nam.
Bij het verlaten van het gebouw stond ik oog in oog met de man.
"Zo dus je gaat stoppen met het VWO?," vroeg hij. Ik bevestigde dat.
"Mooi" antwoordde de man.
Ik geloofde mijn oren niet.
"Ja, met dat kunst en vliegwerk van jou had je het VWO toch niet gehaald"

De man is niet alleen doortrapt en vals, maar ook nog was hij onze schooldirecteur.

C. | Zondag 18 September 2005 at 5:16 pm | | Default | Zes reacties

jeugdig

Met meiden van vroeger stond ik in de rij om ons te melden bij de reünie.
"Ah!," zei de organisator toen hij ons zag "jullie zijn de leerlingen die zo meteen gaan optreden, toch? Jullie moeten daar links zijn"
Wij lachten hartelijk.
Het koste nog even moeite hem duidelijk te maken dat we toch echt reünisten waren.

Mijn dag was meteen goed.

C. | Zaterdag 17 September 2005 at 8:37 pm | | Default | Geen reacties

morgen

Natuurlijk heb ik wel lol gehad, met vriendinnen, appelcider, bandjes en gedichten schrijven, soms wat beantwoorde liefde.
Maar verder was ik was de eenzame alto tussen de oxbowtruien.


Morgen heb ik een schoolreünie. Lang heb ik getwijfeld of ik zou gaan, maar ik heb me toch opgegeven.

Ik ben benieuwd.

C. | Vrijdag 16 September 2005 at 9:17 pm | | Default | Drie reacties

inspringen

" tik tik tik" doet het touw, als het loom op de stenen valt. Ik sta naast het touw en bekijk de baan die het maakt.
Mijn hoofd beweegt mee met het ritme van het draaien.Ik wil springen, meedoen, er in komen.

Maar ik zie er ook tegen op. Het springen wordt echt moeilijk, ik moet een lange adem hebben.
Ik plan hoe ik ga springen, en zie dat het kan. Als ik hard werk en dat niet laat verslappen.
Als ik vaak eerder naar de universiteit ga, en na college soms wat uurtjes blijf.
Maar het wordt druk. Iedereen heeft het erover.

Ik weet, ik heb niet echt een keuze, want dit is wat ik wil. Ik wil het gewoon proberen, goed mijn best doen en wel zien waar het schip strandt. Het derde jaar Nederlands staat van oudsher bekend als zwaar; het is dus helemaal niet gek of erg als het niet allemaal in een keer lukt.

Het maakt me zenuwachtig wat ik allemaal moet doen, het vliegt een beetje naar mijn keel.Ik baal ervan dat ik niet meer zo veel tijd en energie heb om te schrijven, te schilderen, te tekenen ...

Maar als ik een paar keer diep ademhaal wordt het al minder. Ik denk dat het kan, als ik maar voor genoeg "oplaadmomenten" zorg. Ik red het wel. Zo niet dan toch.

Ik spring.

C. | Donderdag 15 September 2005 at 3:21 pm | | Default | 58 reacties
Gebruikte Tags: , ,

de voicemail van mijn moeder:

"hallo! gebruik deze voicemail maar niet, ik weet toch niet hoe ik hem moet afluisteren"

C. | Dinsdag 13 September 2005 at 08:11 am | | Default | Vier reacties
Gebruikte Tags: ,

de bevrijding

Ik liep over straat.
"Mevrouw, mevrouw!" riep een dame uit een raam ergens bovenin.
Het duurde een paar seconden voordat ik reageerde.
Nog steeds ben ik er niet aan gewend dat ik bedoeld kan worden met mevrouw.
Het moest even doordringen, toen keek ik op.
"Mevrouw " zei de dame "ik zit opgesloten. Mijn man heeft de deur op slot gedaan en dan kun je niet meer van binnen naar buiten"
Ze gooide de sleutel en ik opende de deur voor haar.
Enorm opgelucht verlieten de dame en haar moeder het pand.

Maar goed dat er iemand langskwam.

C. | Vrijdag 09 September 2005 at 6:39 pm | | Default | Eén reactie
Gebruikte Tags: , ,

Piek

Het moest anders, besloot ik toen ik zondagavond in de spiegel keek. Mijn haar is zwaar en dik .
Ik laat het hip knippen, en luchtig, en amper twee maanden later zit het weer zo netjes als bij een kostschoolmeisje.
Mijn haren willen in een pagecoupe met middenscheiding.

Ik moet naar kinki kappers, bedenk ik me. Ik wil een plukjeskapsel, misschien met kleuraccenten.
Morgenmiddag ga ik, na het boeken stapelen. Meteen.

Het is maandagochtend, ik kom binnen in ons kantoor.
Jolien zegt "meid ,wat zit je haar geweldig. Naar de kapper geweest?"

Nog maar even uitstellen dus, dat kappersbezoek :-)

C. | Maandag 05 September 2005 at 8:35 pm | | Default | Vijf reacties
Gebruikte Tags: , , , ,

gehucht

Het was een klein gehucht waar ik opgroeide. Het was omringd door boomgaarden en akkers, het lag onder de rook van een heel klein dorpje.
Nu ja, het dorpje produceerde helemaal geen rook. Maar ja.

Drie huizen stonden er.
In het ene woonde Pien. Ze woonde er samen met haar vriend Jean-Baptiste, die uit Frankrijk kwam.
Het hele dorp had er begin jaren zestig schande van gesproken dat ze ongehuwd samenwoonden, maar het dorp was er nu aan gewend.
Pien en Jean-Baptiste bleven gewoon stug doen waar ze zin in hadden. Pien had geen dag gewerkt in haar leven, had eerst altijd bij haar ouders gewoond en leefde nu van het kapitaal van haar lief.
In het andere huis woonde Piet met zijn moeder. Zijn moeder heette Buurvrouw, vond ik. Ik zou niet weten hoe ze echt heette. Ze had prachtige witgrijze krullen, die ze altijd met een blauwspoeling behandelde.
Piet was fruitteler, en bewerkte de boomgaarden om onze huizen heen.
En in het derde huis woonden wij, met het bedrijf van mijn ouders en tante.

Laatst hadden mijn moeder en ik het erover, hoe het toen was.
Hoe we met zijn allen om de tafel zaten. De wijdsheid van het land. De ritten op Dufa waarbij ik geen mens tegenkwam. De blaffende honden van Pien die me schrik aanjaagden bij de bushalte. Jean-Baptiste die, toen ik mijn HAVO had gehaald alleen nog maar Frans met me wenste te spreken. Ik hoor zijn begroeting nog "ah bonjour belle fille!"
Pien's broer die altijd zijn haren liet knippen door mijn moeder. Mijn tante op sjouw met drie honden in de polder. De paarden die in de wei graasden.
Op een gegeven moment zweeg mam. Ze leek heel ver weg met haar gedachten.

"Dat nemen ze ons niet meer af" zei ik toen maar, om de stilte te doorbreken.
"Zo is het " zei ze.
Daarna zweeg ze nog lang.

C. | Zondag 04 September 2005 at 5:05 pm | | Default | 60 reacties

Jargon

"En loop je nominaal?" vroeg een studentmeisje me laatst toen we het over onze studies hadden.
Ik had geen idee wat ze bedoelde. Nominaal. Als taalkundige in spé ken ik dat woord alleen maar als "betreffende het zelfstandig naamwoord", zoals in een 'nominale infinitief' of een 'nominale samenstelling'. Ik kon me moeilijk voorstellen dat ze me wilde vragen of ik liep als een zelfstandig naamwoord.

Haar glimlach wees me erop, dat nominaal wel iets positiefs zou zijn. Het was alsof ze gevraagd had : "gaat het goed?". En het gaat best goed. Ik heb van mijn twee eerste jaren maar twee vakken open staan. Dat is niet slecht.
Dat vertelde ik haar dus aarzelend.

Thuis zocht ik het woord nominaal meteen op:
no·mi·naal (bn.)
1 in geldswaarde uitgedrukt
2 [taalk.] naamwoordelijk
3 de naam betreffend

Nu was mijn verwarring nog groter. Met geld had het niets te maken, en de naam betreffend? Gelukkig bestaat er een campuswiki van de universiteit Twente die me leerde dat nominaal studeren inhoudt dat je precies binnen de gestelde termijn je studie afrondt. Gemaakte en gehaalde tentamens lopen dan meestal redelijk synchroon.

Dat je dus niet alleen derdejaars bent, maar ook derdejaars doet zeg maar.

Nominaal lopen doe ik dus, jazeker.
Weer wat geleerd.

C. | Zondag 04 September 2005 at 2:20 pm | | Default | 29 reacties