Zondag
Het gebeurt altijd weer. Wat je ook doet. Hoe je ook vooruit plant. Hoe je ook anticipeert.
Het helpt niets.
Altijd komt er weer een zondag, begin mei, dat je de zenuwen door het lijf gieren. Dat je schouders bijna doorbuigen, omdat je de hoeveelheid werk die je in korte tijd verzetten moet, bijna te goed visualiseert.
Ookal heb je al veel denkwerk verricht, ookal heb je al hele kaders staan van de werkstukken en de tentamens die op handen zijn. Je denkt even "dit lukt nooit, ik moet nog zoveel doen"
Je heft je handen ten hemel, en word vreemd aangekeken door de andere mensen in de universiteitsbibliotheek.
En vervolgens blijf je even in die vertwijfelde fase hangen, waarna opeens je wanhoop omslaat in daadkracht.
Elk jaar weer.
Die zondag in mei komt altijd, ookal denk je van niet.
Vandaag dus ook, en ik heb in de UB gezeten tot hij sloot.
En nu komt het goed, want de raamwerken lijken zich te laten bestendigen.

