Sinds een jaar ongeveer, woon ik weer alleen, zoals u weet. Nou ja, niet "alleen" maar zonder partner.
Het gaat me goed af, al zeg ik het zelf. Mijn internet heb ik zelf aangelegd. Ik repareer mijn gordijnen, ik kan goed timmeren in de muur. Samen met Anne heb ik een nieuwe TVkabel gefikst. Ik betaal rekeningen en heb altijd brood in huis.
In één ding ben ik echter niet zo goed: administratie.
Hoognodige rekeningen betaal ik wel, bij mij staat geen mannetje op de stoep hoor, en lenen bij Frisia zou ik nooit doen. Het is meer dat alles in een la belandt, een la waarvoor ik mij fysiek en geestelijk compleet weet af te sluiten.
Best knap voor iemand die al in de war is als haar bed niet is opgemaakt.
Nu moeten er wat financiële zaken herbekeken worden binnenkort. Iets met de belasting.
Het hangt als een zwaard van Damocles boven mijn hoofd, ter zelfder tijd ben ik in complete ontkenning.
Belasting? Hebben die gegevens nodig dan? Joh?
Maar het moet echt.
Nu heb ik iets gedaan, wat ik niet zo goed kan. Ik heb hulp gevraagd, aan mijn moeder nog wel.
Dus gisteren zat ik in de trein met mijn hele financiële toestand in mijn backpack.
En, als ze straks terug is van repeteren, gaan we ervoor zitten.
Zij, met de bril halfverwege haar neus zodat ik opeens weer zie dat ze ooit lerares was.
Ik, blozend met een knoop in mijn darmen. Ik schaam me namelijk dat ik geen nette mapjes heb.
En ik wil zo graag goed organiseren, maar ik lijk er een gen voor te missen.
Maar geen nood.
Vlak voordat ze wegging zei ze, half in haar jas, "ik zal je niet veroordelen".
Er zijn vervelendere manieren om je slordigheid op tafel te moeten leggen.
Langzaam maakt de knoop plaats voor rust.
We gaan het voor eens en altijd opruimen.
Ik word een goed georganiseerde dame met ordners, mapjes en regelmaat.
Het is in ieder geval heerlijk er even in te geloven.
Verhalen horen die je al kent, is niet leuk. Uitgedaagd wil je worden, verrast. Je wilt moeten reiken naar de stof, genieten van nieuwe kennis of vaardigheden. Je wilt niet murw worden van stof die je al kent. En dan de tweedejaars, ze zullen wel denken.Als ik achterloop met mijn studie, schaam ik me altijd een beetje. En een sneer van mevrouw van 't Schip zou ik ook nog wel kunnen verwachten.
Met frisse tegenzin betrad ik dus de collegezaal vandaag.
Echter, ik kreeg weer eens bewezen dat lage verwachtingen soms het beste zijn. Alles is veel, voor wie niet veel verwacht. zoals Bloem het zo mooi dichtte.
Niet alleen stapte opeens Max de collegezaal in, ook zag ik Robert en Kareltje de kunstenaar.
Laatstgenoemde hield een prachtig referaat over wetenschap en paradigmata.
In de pauze keuvelden we bij de koffieautomaat. De stof leek nu bereikbaarder, makkelijker snapbaar.
Al was het alleen maar omdat het voor een tweede keer mijn hoofd in kwam, herhaling is niet altijd slecht.
Ik ga het echt halen deze keer, komt goed. Zo voelde het althans.
Glimlachend zat ik in de collegezaal. En dat bij taalkunde.
En dit gaat 12 weken zo door vanaf nu.
Geen gekke straf voor recidive.
Het doet me altijd een beetje wonderlijk aan, de tradities die in mijn stad heersen.
Hoogleraren in een toga, met een mutsje, de stoet, de liederen.
We zijn een traditionele universiteit, we zijn tenslotte de oudste, en dat laten we zien ook.
Afgelopen donderdag was ik bij de dies natalis, de verjaardag van de universiteit. De 432e was het alweer.
Een speciale verjaardag, want er trad een nieuwe rector aan.
Eerst kwam de stoet achter langs ons binnen. De rector, de oude rectoren, hoogleraren.
Het zag er indrukwekkend en 16e eeuws uit.
De hoogleraar Nieuwe Testament die ik dinsdag had oreren over de evangeliën, had een speciaal gemaakte toga.
Dat moest ook wel, de man was immers 2 meter vijftien.
De hoogleraren van ons instituut knikten ons vriendelijk toe. Roeland en ik maakten een soort ooitgroet naar onze vriendelijke hoogleraar Taalkunde, die erg om ons lachen moest. Mevrouw van 't Schip was blij ons te zien, de zon leek door te breken op haar anders zo norse gezicht. Ontroerend bijna. Een knipoog van de hoogleraar Middeleeuwen voelde niet eens vreemd.
We hieven het Io Vivat aan, hoewel Tommy eerst harstochtelijk het Wilhelmus inzette.
Na een por van mij was dit verholpen.
Als de universiteit 500 jaar bestaat in 2075, zou ik 95 kunnen zijn. Even kwam een beeld in me op, van mijzelf als hoogbejaarde dame die een glimlach terugdenkt aan de dies in 2007.
Ik hoop dat ik dan moet denken aan de por die ik Tommy gaf.
We worstelden ons door de vele toespraken die vaak verreweg onverstaanbaar waren.De acoustiek was niet berekend op het gemompel van Morris Tabaksblat.
We werden vergast op prachtige optredens van ons studentenorkest, alleen daarom al was de middag de moeite waard.
De verse rector hield een toespraak zoals het een nieuwe leider betaamt:er werd genoeg in gezegd om je een onbestemd positief gevoel te geven, maar te weinig om te weten wat 'ie nu concreet zou gaan dóen.
Gefeliciteerd universiteitje, en dat je maar mag zien en doen wat echt belangrijk is.
Als je elkaar al vijftien jaar kent, maken vier maanden niet uit.
De luitenant haalde me op voor de Aldi, we reden naar zijn huis.
Tussen de regels door hoorde ik het al. Hij zei "als ik weer eens een serieuze relatie heb ..." om iets te vertellen over zijn werk.
Zijn nieuwe, frisse vriendinnetje werd dus niet tot vriendin, blijkbaar.
Het nieuwe huis was prachtig. Hij woont in een voormalig pension voor Haagse dames.
Spic en span. Zijn boeken keurig op rij. Een kleine keuken en een woonkamer met schuifdeuren.
Hij vertelt hoe zijn frisse vriendinnetje hem probeert te claimen, hoe ze niet wil dat hij met zijn ex belt.
We eten een maaltijdsalade met frambozen. Ik doe voor het eerst langer over mijn avondeten dan mijn tafelgenoot.
We spreken over het leven, onze ouders, onze geboortestad, over oude vrienden.
Hij heeft een aanstekelijke rust, altijd al gehad. Maar we lachen ook hard.
We bespreken vanalles. Hij wil weten wat we met pinksteren vieren, en wie de heilige geest nu eigenlijk is.
Toegeven dat je theologie studeert brengt vele vragen op, en veel gespreksonderwerpen.
We bespreken de liefde, hij zegt rake dingen en lacht om mij, de hopeloze romantica.
Ik zeg dat ik hem lief vind. Hij zegt niets terug, maar raakt even onhandig mijn schouder aan.
Erg mooi, zo'n vriendschap die zicht uitstrekt vanaf je 12e.
Omdat je altijd twaalf blijft en toch ook zeventwintig kunt zijn.
Hij zegt dat je niet in problemen moet denken maar in oplossingen.
Ik vind het een van de prachtigste holle frasen die ik ooit hoorde.
Oh he makes me feel
like there's a whole other space
to fill with joy and grace
- Stevie Ann "The poetry man"
Ik had nog juist mijn grote naar rechts hellende backpack op de grond gezet, toen mijn huisgenote naar me toe kwam.
Vorige week had ik de WC niet goed schoongemaakt, zei ze, dus wilde ze dat ik het deze week wederom voor mijn rekening zou nemen. Ik was suf en doodmoe van al het geregel, gepraat en weinig slaap, dus ik antwoorde zwakjes en liet me volledig overdonderen.
Onzin was het, dat wist ik ook wel. Goed, de WC was na een dag weer vies, maar dat was omdat iemand met viezige schoenen had rondgestapt.
Niet mijn schuld, maar ik was te vermoeid om er iets tegen in te brengen.
Soms weet je niet een dat er een emmer is, maar heb je opeen de druppel te pakken die hem doet overlopen.
Opeens ging ik nadenken over mijn woonsituatie. Of ik me wel senang voelde in mijn kamertje, of ik niet eigenlijk iets anders wilde. Ja, senang op zich wel, maar ik wil wel door naar iets anders. besefte ik al gauw. Ik had er nog niet eerder bij stilgestaan, de situatie geaccepteerd zoals hij was.
Ik was er goed in geweest. Mijn kamer heeft ook zo veel voordelen, dat het niet lastig is je erop te focussen.
Maar toch, opeens zei ik tegen mezelf "C, het is tijd om te gaan".
Ontevreden ben ik geenszins, slecht heb ik het echt niet, maar opeens kwam er een nieuwe ruimte in mijn hoofd.
Een ruimte voor een andere kamer, een eigen huisje misschien wel.
Zoveel duurder dan mijn kamer hoeft het niet te zijn.
Ik kreeg verheven visioenen van een eigen toilet, schoonmaken zoals ik het wilde, dagen geen mensen zien, geen feestjes bij huisgenoten.
Meestal stroop ik meteen de armen mouwen op als ik iets wil, ik ga erop af.
Ik begin met iets heel kleins, maar probeer een eerste stap te zetten om het probleem op te lossen.
Nu was het simpel.
Ik schreef me weer in bij kamernet en nam een kijkje op de site van de woningbouwvereniging. Ik heb zelfs al gereageerd op wat huisjes.
Natuurlijk weet ik wel, dat het nog wel eens een jaar kan duren voordat ik iets heb, en ik weet ook dat het niet ideaal zal zijn.
Het gras is altijd groener, vertelt u mij maar niets.
Het hindert niet. Het bezig zijn met het oplossen van een "probleem", het bezig zijn met het verbeteren van de situatie is al zalig.
De reis van Columbus begon ook met een eerste stap.
Zingend boende ik de plee nog een keer, om weer vast te stellen dat er na twee uur iemand met natte schoenen door heen was gebanjerd.
Het maakte niet meer uit, het kon me niet meer schelen.
Haast lijk ik afgeleerd te hebben, nu ik midden in de binnenstad woon.
Treinen of bussen halen hoeft niet meer, gewoon op tijd weggaan en goed je wekker zetten.
Goed, ik bevind me alsnog vaak in situaties waarin én mijn benen scheer, mijn boterham opeet en ook nog een stripboek lees, maar het heeft geen consequenties.
De universiteit is immers maar vijf minuten lopen. Niemand maalt erom of ik om 8.55 of 8.58 ter kantore verschijn.
Niemand merkt iets van mijn chaotische aard in die zin.
Vanmorgen ging het echter goed mis.
Ik zou met de trein naar tante Gerda, maar moest ook nog even snel wat inscannen en opruimen.
Om 8.55 vertrok ik, terwijl de trein om 9.04 zou gaan. Op zich te doen, maar het was kiele kiele.
Ik heb een hekel aan kiele kiele. Ik ben van de rust van zeker weten, de rust van "aan mij zal het niet liggen".
Stomend fietste ik door de ochtendspits, zonder make up, verwilderde blik in de ogen.
Blij dat ik geen psychiater tegen was gekomen, ik had zo opgenomen kunnen worden voor accute hysterie.
Terwijl ik mijn haastige handelingen deed, kwam er een vreemde rust over me heen.
"Het maakt toch niet uit joh, er is toch iets met de trein" schoot door me heen.
Wat een onzin, het maakte natuurlijk wel uit. Waarom zou er iets met de trein zijn, er was niets van op teletekst of tv geweest immers.
Ik moest gewoon de trein halen, want kon de arme tante Ger niet laten wachten op het station.
Op het station heerste grote onrust. De trein reed niet, gedoe tussen mijn stad en Den Haag.
Ik ving nog net het woord "technische recherche" op. Een ongeluk dus, of een springer, of iets engs gevonden.
Het zou met een uur of twee pas opgelost zijn.
Dan had het dus geen zin meer naar tante Gerda te gaan, ik zou maar een half uurtje kunnen blijven immers.
Dat schiet niet op.
Ik liep het station uit, op zoek naar mijn haastig neergegooide fiets.
Vreemd, dat ik het ergens al geweten had.
Als dit helderziendheid is, wil ik hem wel graag beter leren afstellen.
Hoef ik niet meer als een halve gek door de maandag heen te fietsen,
en bel ik tante Gerda gewoon vanuit mijn warme bed. 
Onder zijn grote laars -maat 45- vandaan, stak een plakkerig velletje. Mijn voet zette ik erop, een pijnscheut ging door mijn getergde beenspieren.
Gehuld in zwarte dr. Martens waren mijn voeten, en ik vroeg me af of enkelvoud dan dr.Marten heet. Tommy kon dan zijn laars eraf halen.
Lukte niet in één keer.
Onderwijl praatten we over hoe het was geweest, de studiereis.
Dat het goed was gegaan. Dat we een supergoed team waren geweest. Geen seconde aan elkaar geërgerd, bijna 55 uur non stop samen. Organiseren met hem ging als vanzelf, taakverdeling ook. Geen moment het idee gehad dat hij meer deed, of ik. Afentoe draafde er één door, die werd door de ander liefdevol teruggefloten, zonder dat iemand het idee had teruggefloten of doorgedraafd te zijn.
Mijn rugzak voelde nog niet zwaar,maar zou in de komende minuten zwaarder worden en irritant naar rechts gaan overhellen.
Het papiertje zat nu onder míjn schoen. Tommy zette zijn laars er weer op, en hielp me.
Langzaam schoven we onze beide voeten van het plakding af.
We hadden het alleen maar moeilijk gekund, afkomen van die stomme straatsticker, maar samen lukt het prima.
"Zo" zei ik "eigenlijk is hiermee alles gezegd".
We keken naar het papiertje en lachten.
Goede dingen zijn zo simpel, soms.
|
|