Mijn roepnaam is Caryn.
Zoals u ziet, deze naam wordt geschreven
met een ypsilon. Deze ypsilon spreek je niet
uit als een "ie" maar als een "ij" in mijn geval. Het heeft me nooit problemen opgeleverd.
Natuurlijk, namen kunnen altijd rekenen op fouten, zo word ik vaak versleten voor Carlijn of zelfs Marjolijn. Niet onoverkomelijk, je corrigeert het eens ferm en je bent weer op één lijn.
Sinds ik Nederlands studeer aan de universiteit, heb ik er een probleem bij. Mensen verslijten mij tegenwoordig voor "Carien". Omdat de y werd uitgesproken als ie in de Middeleeuwen, denk ik.
Of omdat Neerlandici een beetje hypercorrect zijn. Ze hebben mijn naam alleen maar gelezen en hem nooit uitgesproken gehoord. Daar zal het misgaan.
Nu heb ik een zeer vriendelijke hoogleraar, bij wie ik van plan ben af te studeren. Ik ben zelfs een keer bij hem en zijn vrouw op de thee geweest.
Het werd zowaar bijna vriendschappelijk.
Kom ik hem vandaag tegen (hij met zonnebril,
het was nog lastig hem te herkennen) zegt hij
"Dag carien" Vriendelijk ze ik gedag terug, maar het knaagt. Ik lach als een boerin met kiespijn.
Maar hoe moet dit nu verder? Ik kan de man moeilijk een mailtje gaan sturen met hoe ik eigenlijk heet. Noch kan ik hem corrigeren in het voorbij gaan; ik zie me al achter hem aan rennen.
De vraag is trouwens of het helpen zou. Onze studiecoördinator betitelt mij ook al jaren als Carien, terwijl ik haar meerdere verhalen heb gezegd dat het een EI moet zijn. De keren erna zegt ze gewoon weer Carien. Als je een naam eenmaal in je hoofd hebt, is het lastig het eruit te bikken blijkbaar.
Ach ja, het zou veel erger zijn als ze nog nimmer van me gehoord hadden, toch?
Eigenlijk heb ik hem niet echt gekend. Ja, van gezicht, via via, zoals iedereen in onze hometown elkaar kende.Iedereen kwam in dezelfde kroeg immers, en dat al jarenlang.Ik weet nog dat ik hem een mooie jongen vond, dat besefte ik opeens op een rustig avondje toen ik in het café zat. Fris en blond was hij, een beetje zacht en een beetje stoer. Zo'n jongen tegen wie ik niets durfde te zeggen.
Die avond zat hij aan de bar met z'n vrienden.Ik zat ergens achter in de kroeg.Met wie ik er zat weet ik niet meer, het beeld van hem aan de bar en mij aan het tafeltje zit echter als een foto in mijn hoofd.
Het zou de laatste avond zijn dat hij levend gezien werd.
Die avond ging hij naar bed, om 's nachts te overlijden. Aan een longembolie stierf hij. Pas vierentwintig.Het leven van die via-via-groep in mijn hometown stond compleet op zijn kop.Zomaar iemand weggerukt.
Iedereen was verbijsterd, maar het was ook een enorme confrontatie met onze eigen sterfelijkheid. En sterfelijkheid, daar zijn mensen van begin twintig niet bepaald dagelijks mee bezig. In het begin ga je heel bewust leven en je dromen nastreven, maar na een poosje besef je dat het leven zo niet in elkaar zit.
Maar, ik denk nog vaak aan hem en dat je zomaar kunt doodgaan als je 24 bent. Zomaar, alsof het niets is.
Gelukkig krijg je het na verloop van tijd veel te druk met alles om heel de dag aan een eventueel einde te denken. En zo hoort het ook.Je kunt niet elke dag ermee bezig zijn dat je 's nachts in de badkamer kunt omvallen.Als je met zulke dingen te veel bezig bent, krijg je een vreemde obsessie en vergeet je te leven. Het is alweer vijf en een half jaar geleden.
Het allervreemdste is dat ik nu drie jaar ouder ben dan hij, terwijl ik eigenlijk twee jaar jonger ben.

Bij een stom ongevalletje in huis kreeg ik een steelpan op mijn kop, drie maanden geleden. Ja lach maar, het is eigenlijk ook hilarisch. Het moet eruit gezien hebben als slapstick.
Jammer was, dat ik er een hersenschudding van kreeg en door de vreemde beweging die ik moet hebben gemaakt, schoot er iets verkeerd in mijn nek. Vervolgens kreeg ik medicatie waar ik erg ziek van werd. Het leek wel alsof ik in een slechte film speelde, een hoofdpersoon die ramp na ramp overkomt, zo'n film die je wilt uitzetten terwijl je verzucht "dat is toch helemaal niet geloofwaardig "
Geloofwaardig misschien niet, maar wel waar.
Augustus loopt gestaag op haar einde, nu pas ben ik weer een beetje " normaal", met behulp van een manueel therapeut. Hij heeft me recht gezet en nu doe ik het weer. Een beetje dan, want het evenwicht is teer. Urenlang typen doet zeer.Het inpakken voor mijn verhuizing maakt me erg moe en ik heb soms zelfs weer pijn.
Lowlands, sporten, twee huwelijken van een van goede vriendinnen, een echte vakantie en leiding zijn op kinderkamp konden even niet. Erg vervelend, zeker omdat sommige dingen niet terugkomen.
Nog nooit eerder had ik iets met mijn lichaam, het had me nog niet tegen gezeten. Ja, op andere manieren misschien; door onzekerheid erover, maar het was gezond en deed alles wat het moest doen. Een heel nieuwe ervaring dus, om je voertuig niet te kunnen gebruiken zoals je gewend bent.
Rust en ontzien is gelukkig een oplossing. Ik ben dus begonnen met yoga (heerlijk!) en voor mijn verhuizing heb ik dus maar drie grote sterke mannen en twee brute vrouwen gevraagd. Omdat ik niet te veel mag doen. Enorm confronterend, want ik ben juist normaliter degene die als een beest kan tillen en zwoegen.
Want eigenlijk ben ik een beer van een wijf.
Maar nu even niet.

Mijn universiteit heeft sinds een paar jaar een project; alle eerstejaars lezen hetzelfde boek in het begin van het academisch jaar en dan gaan ze het in groepjes - onder leiding van een docent en een student- bespreken. Daarna volgt een interview met de schrijver.
Dit jaar ben ik zo'n student die samen met een docent een groepje leidt. Vandaag was de eerste voorbereidende bijeenkomst. Veel docenten en een handjevol studenten dromden samen in een collegezaal.
Van te voren waren we gemaild met mogelijke thema's voor discussie. Toen had ik er al veel minder zin in. Ik houd niet van voorkauwen, ik heb juist zin in de spontaniteit van de groep, de spontane discussie.
Misschien had ik ook helemaal niet naar deze bijeenkomst moeten gaan, want ik had natuurlijk op mijn vingers kunnen natellen dat het alleen maar erger worden zou. Witte, nederlandse academici onder elkaar die in discussie gaan over een boek over - excusez le mot - negers. Het was niet oninspirerend, ik deed wel nieuwe ideetjes op voor de discussie, maar het was ook veel uitsloverij. Universiteitsmensen onder elkaar moeten aantonen hoe slim ze zijn, hoe erudiet en grappig ze intussen zijn.Op zich niet zo erg, studenten zijn net zo, maar het is jammer dat het geen discussie met elkaar werd, geen samenwerking. De studenten namen niet echt de gelegenheid" werd aan het einde gezegd. Ik weet nog niet zeker of het waar is. Natuurlijk wil ik ons nog geen zielige slachtoffers maken die het woord niet dorsten te grijpen, maar we hebben niet veel gelegenheid gekregen. Het kwam ook deels door de collegebanken, achter elkaar zittend in zo'n zaal ga je niet snel geanimeerd in gesprek. Bovendien konden de mensen achteraan de mensen vooraan niet verstaan of zien. Schiet ook niet op.
Weten we meteen hoe we het op het moment supreme wél moeten doen.
Zo is het toch nog een leerzame middag geweest.

Toch begrijp ik het niet" zegt Tim als hij een hap van zijn stokbrood neemt "hoe doen jullie dat dan? je kunt toch niet én de letters lezen en het verhaal volgen" We zijn op de verjaardag van mijn nicht Wineke. Ze wordt 43. Een kluwen kleine kinderen kruipt over het laminaat. Het is gezellig.
Hij heeft een punt, mijn dertienjarige neef uit Berlijn. Het ís ook raadselachtig dat we erin slagen én de ondertiteling te lezen en de film te volgen. Blijkbaar focussen we onze ogen in nanoseconden, we krijgen meestal toch beiden mee. Bovendien komt de ondertitel in beeld voordat het gezegd wordt.
Meestal lees ik niet eens mee,als het een Engelse rolprent betreft. Ondertiteling dient slechts als ondersteuning. Een woord wat je mist, of een uitdrukking.
Ondertiteling heb je voornamelijk in Nederland, Vlaanderen en Scandinavië.Ik vertel hem dat Engelstaligen vinden dat wij heel goed Engels spreken, dat komt voor een groot deel door taalcontact. Taal leer je immers niet uit een boekje, je ermee omringen is heel belangrijk, daar leer je het meest van. Daarom moeten alle NT2 cursisten naar radio 1 luisteren én het journaal kijken. Of desnoods Goede Tijden, Slechte Tijden. Maakt niet uit.
Als je als Duitser alles maar in het Duits leest, ziet en hoort dan ontwikkel je je andere talen niet zo goed. En het is erg handig, andere talen, het is nooit weg om er een "oor" voor te ontwikkelen in onze steeds meer globaliserende wereld.
"Nee, ik ben voor nasynchronisatie" zegt Tim ferm. Mijn neefje heeft geen boodschap aan andere talen. Ze zijn nu alleen verplicht op school, verder heeft hij er niet zoveel mee. Misschien komt het later nog.Hij roemt de stemacteurs uit Duitsland en hij vertelt hoe fijn het is dat films andere titels hebben in Duitsland. Weet je meteen waar het over gaat.
Ach ja, besluit ik, het is maar net wat je gewend bent.
Maar wij zijn beter in Engels. Lekker puh!
Mijn kamer is opgeruimd, alleen nog even stofzuigen. Omdat ik ga verhuizen, wordt er om mijn kamer gehospiteerd.
Hospiteren is studententaal voor een avond met potentiële kamerbewoners. Ze drinken wat met de huidige bewoners van het huis, kijken naar de kamer en gaan dan weer. Daarna kiezen de bewoners hun nieuwe huisgenoot.
Er zijn veel horrorverhalen over hospiteren in ons collectieve geheugen. Huisgenoten die je voor onmogelijke dilemma's zetten bijvoorbeeld (met wie van ons zou je naar bed gaan als het moest? wie van ons wil je slaan?). Soms wordt er een kleine ontgroening gedaan. Soms worden er vijftig mensen uitgenodigd en moet je maar bewijzen waarom jij de leukste bent.Bij ons zal het gemoedelijk gaan, het zal niet al te spannend zijn. Er komen, geloof ik, maar twee kandidaten.
Ik ben er namelijk zelf niet bij, want zo hoort dat. De vertrekkende student mag wel een beetje meeselecteren, maar het is niet de bedoeling dat hij of zij in de kamer zit als de nieuwe komt kijken.
We houden elkaar in een continüe circel van vraag en aanbod. Ooit hospiteerde ik ook, voor mijn nieuwe kamer hoefde het gelukkig niet.
Leuk is het namelijk niet. Overgeleverd aan de willekeur van de bewoners van het huis, loop je met jezelf te leuren. Vaak word je niet gekozen, ookal dacht je dat er een echte klik was.
Mijn kamer zal hopelijk in de smaak vallen. Best gek om je eigen hokje te moeten aanprijzen, zeker omdat ik niet voor niets vertrek natuurlijk. Maar ik denk dat het gelukt is. Té persoonlijke dingen zijn verstopt, alles is opgevouwen en mijn bed ligt strak.
Alleen nog even stofzuigen, dus.
Luistervinken mag ik graag. Niet dat ik gesprekken probeer af te luisteren aan de deuren van mijn huisgenoten, of dat ik stiekem onze huistelefoon oppak om te horen waar ze over praten, noch lees ik ansichtkaarten. Het is mij meer te doen om gesprekken die in de openbare ruimte plaatsvinden die je toevallig opvangt. Favoriete plaatsen zijn daarbij winkels, de straat, de kluisjes in de universiteitsbibliotheek ... en natuurlijk de trein.
Gisteren spoorde ik naar mijn ouders voor een kort bezoek. Rechtsachter me zaten twee meisjes, moe en versuft, hun huid was grijzig.Van de ene kon ik slechts een been zien, gehuld in een legging met een rok erover, zoals dat tegenwoordig en vogue schijnt te wezen. De ander droeg een windjack en een ruitjesbloes, ze had het kapsel van een playmobil-poppetje. Maar dan blond.
Al snel werd duidelijk dat ze terugkwamen uit een introductieweek, maar helaas kon ik nergens uit opmaken wáár ze gingen studeren en vooral wát. Naar de studierichting was ik nog het meest benieuwd, maar helaas werd deze nieuwsgierigheid niet beloond. Sowieso voerden ze geen belangwekkend gesprek, niet iets grappigs of frapperends.
Ik besloot me maar weer te verdiepen in Paolo Coelho, toen ik de dames hoorde praten over wat aan te schaffen voor een nieuwe kamer.
" ik wil nog wel een verjaardagskalender" zei de een. Ik gaapte eens.
De ander verhaalde van een verjaardagskalender die in het studentenhuis op het toilet hing. Een kalender van Loesje. De meeste teksten vond ze echter niet zo leuk, behalve dan " of het glas nu halfvol is of halfleeg, je kunt er altijd nog uit drinken"
"Ik snap het niet," zei de ander "uit een halfleeg glas kun je toch niet drinken?"
Ze hadden nog veel te leren voordat hun studie zou beginnen, me dunkt.

Vandaag kwamen ze meten voor mijn nieuwe vloerbedekking. Een mens vergeet snel hoe het is om overgeleverd te zijn aan dienstverleners, maar als het je weer gebeurt komt de frustratie van eerdere keren als slechte wijn omhoog.Het begint er al mee, dat ik pas de dag ervoor kan bellen hoe laat de meetman komen zal.
Ik weet niet of hij 's middags of 's morgens zal verschijnen, dus ik zal mijn dag erop moeten afstemmen. Dat betekent dus: anticiperen en een dag vrij nemen. Geen grote rampen, maar ik moet altijd denken aan het drukke gezin en full time werkenden. Wat een geregel.
De tweede ergernis is, dat de man tussen 11 en 14u kan arriveren. Waarom dat toch altijd is, weet ik niet. Ja, natuurlijk kan het meten bij meneer P of mevrouw Q langer duren dan gepland, kan er uitloop of inloop zijn, maar ik heb toch liever een afspraak om 13:00 en dan even verbeiden.
Maar nee, men spreekt altijd tussen twee verre tijdstippen af. Men komt ofwel op het vroegste tijdstip (of net ietsje vroeger natuurlijk) of als je net op de WC/ aan de telefoon zit, of op het laatste tijdstip (of net iets later). Of een combinatie .
Al van te voren wist ik dat vandaag deze stelling wederom bewezen zou worden.
Maar goed, ik mor niet. Ik wacht.
Om 11 uur zette ik mij op een stoel in mijn nieuwe, nog lege kamer. Niet echt vervelend, besluit ik, hoe vaak zit de moderne mens immers nog legitiem op een stoel te niksen, zomaar midden op de dag? Ik beschouw dit als een eiland in mijn drukke week, denk ik ferm. Tijd voor mijn verhuisberichten, wat contemplatie en het uitlezen van El Negro en ik.
Na een uur krijg ik de kriebels, dus ik kom in de benen. Schroef mijn gordijnroede los, dan hoeft het volgende week niet meer. En ik zet de deurtjes in mijn kast en voel me een stoere klusvrouw. Hopen dat volgende week niet blijkt dat ze ondersteboven zitten.
De zon scheen prachtig, ik verlangde naar een wandeling langs de grachten.
Even Marinda bellen. Die neemt niet op. Dan bel ik Jack voor een afspraak. Dat lukt, maar intussen belt Marinda míj.
Ik mijmerde over timing. Het gaat zo vaak goed met de juiste tijd en plaats, dat het ons extra tegenvalt als het niet synchroon gaat, bijvoorbeeld bij het missen van de trein, of natuurlijk bij het wachten op een bezorging, dienstverlener, meetman of een reparateur.
Om vijf voor twee belde de meetman aan.
In vijf minuten overzag hij alles en vertelde mij wat ik zelf al aan de winkel had verteld: de kamer was vierkant en er was een goede ondervloer van hardboard die ik alleen beetje moest vastspijkeren. Geen ondervloer nodig. En dat was dat. Ik had het weer doorstaan.
Toen ik buitenkwam begon het hartstochtelijk te regenen.
Over timing gesproken.


Een beetje verslaafd ben ik wel. Ja, ik kan best zonder, maar dat zeggen alle verslaafden. Maar het lijkt me een veilige verslaving, het heeft niets van doen met THC of alcohol. Het gaat om cola light. En zo'n twee liter per dag, maar vaak minder.
Er zijn verschillende verhalen over cola light. Een paar jaar geleden stond in alle kranten dat cola light slecht voor je is. Ja,aspartaam en kleurstoffen zijn niet heel gezond. Over aspartaam hoor je vanalles zeggen. Er wordt gezegd dat het "een groot gif" is. Er zijn ook bronnen die beweren dat je veilig bent zolang je geen 6 liter drinkt.
Meestal wordt er met grote letters over geschreven,
een paar dagen later wordt alles weer ontkend op
pagina 6 onderaan.
En ja, caffeïne is ook geen feestje,
ik weet het, maar daarom neem ik vaak de
caffeïnevrije variant.
De Universiteit Wageningen meldde juist onlangs
dat cola light voedselvergiftiging kan voorkomen.
Ach ja, supergezond zal het misschien niet zijn, maar dat hoeft natuurlijk niet. Gezond komt in de rest van mijn eetpatroon wel aan de orde.
Mocht ik twijfelen, sommige mensen kunnen heel stellig zijn in hun mening over cola light. Dat bleek toen ik vandaag door mijn nieuwe straat liep. Ik had zo'n klein flesje in mijn hand. Een meneer fietste voorbij, wierp halfslachtig een blik op me en riep "cola is gif".
Fijn hoe sommige mensen je ongevraagd advies willen geven.
Ik maakte een proostgebaar naar hem.
Mijn ouders sparen al zolang ik mij herinneren kan, heiligenbeelden. Ook hebben zij een passie voor wijwaterbakjes, rozenkransen en mariahangertjes.Ik ben daar een beetje mee besmet. Ook ik heb er oog voor.Ook bij mij vind je mariabeelden,rozenkransen en zelfs een groot schilderij van Jezus. Niet perse omdat ik nou zo gelovig ben, ik vind het gewoon mooi, ben dol op kitch.
Twee jaar geleden zat ik bij mijn ouders aan de mooie ronde tafel.Ik keek naar de verzameling Maria insignes die mijn ouders hebben. Ze hangen keurig met speldjes op groen fluweel.
" Ik zou er graag eentje aan een ketting dragen, mag dat? " De vraag was al uitgesproken voordat ik het wist.Oei, hoe zouden ze reageren? Hun verzameling is hen immers zo heilig ...
Ze keken elkaar aan, en na veel overleg mocht het. En sinds die dag liep ik met Maria om mijn hals.
Tot die noodlottige dag dat ik opeens besefte dat ik haar kwijt was. Ik keerde mijn huis ondersteboven. Niets. Ik zocht in tassen, mijn auto, jaszakken, kattebakken ... niets. In het geniep doorzocht ik de kamer waar ik logeer als ik bij mijn ouders ben. Niets. Een verhuizing volgde.
Het leek me de gelegenheid om alles weer eens te doorzoeken.Maar wat ik ook deed, hoe ik mij ook in het zweet werkte : niets ! Ik dorst er natuurlijk niets over te zeggen toen ik bij mijn ouders was, maar het schuldgevoel en de wanhoop werden steeds groter. Elke keer zag ik die lege plek op het groene fluweel.
Tot die ene dag.
Achteloos stond ik te hangen in het geluidshok van het theater waar wij elk jaar het open podium organiseren.En opeens zag ik haar. Aan een spijkertje. Naast de mengtafel. MARIA!
Ik wist niet eens meer dat ik dat kettinkje had uitgedaan vorig jaar in het theater.
Zelfs wanneer je niet op de kalender gekeken zou hebben, zou je het weten. Er hangt namelijk iets in de stad, het lijkt op de trillende lucht boven asfalt in de zon: het is introductieweek.
De hoop en de opwinding zijn bijna tastbaar, ook al heb je er niets mee te maken.
Overal in de stad logeren jongens en meisjes in studentenhuizen, sommigen hebben al een kamer.
En voor hen gaat het beginnen, het grote Studeren, het leven als student. Nieuwe fase, weg van huis, net geslaagd voor het VWO. Ze zijn dit jaar herkenbaar aan een te gele tas, over de borst gedragen. En aan hun groepsvorming.
Iedere student denkt onwillekeurig terug aan zichzelf als "sjaars".
Niemand - ook de verse tweedejaars niet - kan zich voorstellen ooit zo jong geweest te zijn, zo dromerig, zo onbewust van wat komen ging. Het is een heerlijk soort melancholie. Ook ik stond ooit aan deze poort, met torenhoge verwachtingen, dat het een andere stad en een andere studie waren maakt niet uit.
Het stempel van de traditionele studentenverenigingen weegt zwaar op de stad, overal liggen feestboten, zie je posters en stickers. Dit is immers de tijd om nieuwe leden te werven.
Elke avond grote feesten, drinkgelagen, spelletjes.
Ik ben een ander soort student, bedenk ik me als ik langs de grachten naar mijn werk loop.Het is een andere generatie, besef ik, een andere groep waar ik niet meer bij hoor, geboren toen ik naar de brugklas ging.
Helemaal niet erg. Ook ik heb de tijd van mijn leven, maar helemaal anders. Fijn dat het allemaal weer gaat beginnen.

Mijn goede vriend W. en ik dwaalden door het Zweedse Meubelwarenhuis. Het ging lekker snel, ook omdat ik al schaamteloos veel voorwerk had gedaan op de site. Ik wist precies wat ik wilde, ik moest het nog even zíen. Dat moet je altijd doen bij het Zweedse Meubelwarenhuis, sommige dingen lijken op de website zoveel mooier dan in onder de TL-lampen in Delft.
"Nog even naar de koopjeshoek" besloten we. Normaal gesproken staat daar niets van mijn gading, maar je wilt ook niet naar huis denkend "wat als". Er zit dus niets anders op, dan er even te kijken. Maar deze keer stond daar niet alleen de stoel die ik wilde, maar ook de kast die eigenlijk te duur was. Hier was hij een slordige 80 euro goedkoper.
Maar ja, hoe neem je zoiets mee? Een grote kledingkast, hoe krijg je die in Leiden?
"Gewoon op mijn imperiaal" zei vriend W. zonder aarzeling. Het kostte drie medewerkers, heel veel touw en veel "kan dat echt?"mijnerzijds. Maar het kon. Het gebeurde.
We brachten de kast naar mijn nieuwe kamer, haalden hem deels uit elkaar. We kregen hem zelfs twee trappen op, onder de bezielende aanmoedigingen van W. ("gaat goed Car, kom op, we zijn er bijna")
Onze gesprekken voerden ons naar vele oorden, maar voornamelijk hadden we het over het leven.
W. heeft een paar flinke tegenslagen te verwerken gehad, maar slaagt erin zich én niet uit het veld te laten slaan én zijn gevoel toe te laten. Hij is moedig. Een voorbeeld.
Normale mensen zouden na het kastsjouwen zwetend en puffend gezegd hebben dat het erop zat, maar dan ken je mijn goede vriend W. nog niet. "Nog even de boekenkasten verhuizen" stelde hij voor. Immers, nu hadden we een auto, tijd en goed weer. Ik zou het zelf waarschijnlijk niet meer hebben opgebracht. Dus dat deden we ook nog, zodat ik om rond middernacht klaar was. Hij bracht me nog thuis ook en besloot zelfs mijn oude kleren naar de container te brengen. Ik vroeg het niet eens.
Toen ik mijn bed opzocht was ik gebroken. Ik had danook autogereden en de hele dag gesjouwd, als post-hernia meisje een grote krachtinspanning.Maar mentaal, was ik niet gebroken. Geenszins. Dat kwam omdat ik mijn ganse dag had doorgebracht met een held.
Ja, mensen, helden bestaan nog ... en ik ben in de gelukkige positie er eentje te kenne
Als mijn ouders naar mij toe komen, is dat goed voor een heus feestgevoel. We verheugen ons al, zodra we aan het plannen slaan. Ze zijn dol op mijn stad, we vinden het fijn om bij elkaar te zijn.
So far so good.
De ochtend van hun komst, ga ik als een witte tornado door mijn kamer. Mijn moeder is heel erg van het schone, het lijkt alsof ik een nare juf van haar maak in mijn hoofd. Het is ook dat ik graag wil laten zien dat ik het echt wel kan, op mijzelf wonen. Ik wil laten zien dat ik heus wel de kattenbak verschoon en de was doe. Het lijkt of een vreemd instinct in mijn vaart.
Hoezeer ik ook plan en reken met de tijd, altijd moet ik me haasten naar het station.
En daar zijn ze dan, als ik geluk heb is de hond er ook bij. We begroeten elkaar alsof we weken in Afrika rond hebben gezworven met onbekende afloop. En dan gaan we lopen, op zoek naar een café waar mijn moeder roken mag. En koffie kan drinken, natuurlijk.
Meestal hebben we een taak, samen. Er moet iets gekocht, gedaan of gezien worden. Het gaat prima,
als we naar het centrum lopen. Maar op een bepaald moment wordt het vreemd. Alsof mijn ouders in de verkeerde film spelen. Alsof Asterix met Suske door de straten loopt. Alsof Will en Grace bij Monika en Chandler op vakantie gaan. Leiden is mijn ene plaats, ouderlijk huis de andere plaats. En het is moeilijk dit te mengen, het voelt gek. Niet onprettig, maar gek. Zeker als we kroegjes bezoeken waar ik normaal met vrienden verblijf.
Het stomme is ook, ik ben altijd moe als ze er zijn. Natuurlijk vermoeit de schoonmaaksessie me, maar dat is niet het enige. Bij je ouders mag dat, geen façades. Ik weet zelf soms niet eens dat ik moe ben, maar bij mijn ouders komt het naar boven. En ik wil dat niet. Ik wil dat ze een frisse, gezellige dochter hebben. Ze verdienen het niet om elke keer een sloffende sufferd op sleeptouw te moeten nemen.
Ik probeer dus desondanks te glimlachen.
Als ze vertrokken zijn, komt het vreemdste moment. Heimwee, krijg ik, anders kan ik het niet noemen.
Ik voel me incompleet en alleen als ik terugfiets van het station naar huis, een droeve leegte nestelt zich in mijn hart als ik boodschappen doe en eet met de kat. Ik mis ze vreselijk.
Gelukkig klaart dat wel weer op, maar het duurt even voordat ik weer in mijn normale doen ben.
Het is een vreemde relatie, ouders met kinderen. Een eeuwige verbondenheid en een eeuwig losmakingsproces. Je bent allang geen kind meer, maar bij hen ben je altijd kind.
Gelukkig kan ik begin september weer een weekend naar ze toe.

Aarzelend hadden we de deur geopend. Toen dat lukte hadden we ons toegang verschaft.
Nu stonden we bij receptie. Niets gebeurde.
Uiteindelijk belden we met de GSM naar het nummer van de jeugdherberg. Er werd opgenomen. Over tien minuten zou er iemand zijn. Er was gratis internet, ik vermaakte me dus wel, maar het bleef vreemd dat er niemand kwam.
Een half uur later kwam een slaperige man de hal in, die ons verder hielp. Erg vriendelijk en makkelijk, ik mocht zelf kiezen wanneer ik betaalde.
Toen ik vroeg, hoe laat het ontbijt zou zijn, overlegde de slaperige man in het Frans met een lange negerin die uit het niets leek te verschijnen. We mochten zelf kiezen.
Ik had jeugdherbergen gevonden waar het niet toegestaan was, als ongehuwden bij elkaar te slapen. Dat mocht hier wel, maar dan toch in een stapelbed. Een ontmoedigingsbeleid, zoveel was duidelijk.
Op de kamer hadden we geen toilet, slechts een douche. Op de gang waren nog een stuk of zes douches, toiletten waren veel moeilijker te vinden.
Als je er rond liep, gingen overal lichten aan, maar na een paar seconden floepten ze weer uit. Plassen in het donker, dus. Gelukkig was het schoon en fris, dat wel.
Het bleef uitgestorven. De slaperige man zagen we niet meer, alleen de lange negerin was in de buurt toen we ontbeten. Ze zette een bord met plakken kaas voor ons neer en verdween toen weer.
We zagen geen andere gasten, we hebben er slechts één over de gang horen sloffen die juist voor onze kamer een harde scheet liet.
Enkel glas en een drukke straatweg hielpen niet bepaald bij het slapen.
Reizen is goed voor je, je komt in situaties waar je normaal niet in geraakt. Je ziet dingen die je anders nooit ziet.
Het mooie was, dat het ondanks al die omstandigheden lukte om me er thuis te voelen.
En dat schijnt de kunst van het reizen te zijn, volgens sommigen.
Mijn Engels moet echt even opstarten,maar gelukkig gaat het steeds beter naarmate ons gesprek vordert. Ze is klein en tenger, mijn Amerikaanse cursiste. Haar bril is rood. Ze is aardig.
Voor ons ligt het materiaal wat ik heb, ik ga voor haar een cursus brouwen. Zeventiende-eews Nederlands wil ze leren, om oude documenten te lezen.
En ik ga haar docent zijn.
Gek om me in deze rol te schikken. Een docen staat niet boven, zeker niet onder, maar ook niet helemaal gelijk aan zijn cursist.
Ik ben gewend om het gezellig te maken, informeel te zijn. Dat is nu op zich een prima zet, maar ik moet ook zakelijk zijn. En duidelijk, dat wordt helemaal spannend. Ik wil hier goed in zijn, voel me uitgedaagd en ambitieus.
Ze zegt dat ze van regels houdt.
Ze vraagt of een gemiddelde Nederlander
een tekst uit de 17e eeuw kan lezen.
Het duizelt me een beetje,
het Middelnederlands, Engels en
hedendaags Nederlands wat in mijn hoofd
strijdt om voorrang.
Maar, het is fijn om te merken
dat ik antwoorden heb.
Buiten Nederland zijn er meer mensen in ons land geïnteresseerd dan we kunnen vermoeden, met name Amerikaanse historici. Er zijn buiten onze grenzen meer studenten Nederlands dan erbinnen. In haar thuisland kan ze nergens cursussen krijgen, zegt ze. Er zijn maar een paar mensen die oudere vormen van Nederlands kunnen lezen, sowieso zijn er maar een paar mensen die Nederlands geven in de VS.
"Je zou er zo aan de slag kunnen" zegt ze.
Ik laat mezelf wat mijmeringen toe.
Ik heb er zin in.
Oude vrouwtjes zoals mijn generatie ze kent, zullen binnenkort uit het straatbeeld verdwijnen.
De babyboomers zullen oud worden in spijkerbroeken en ribfluweel; leverkleurige nylons en bloemetjesjurken zullen verdwijnen. Misschien zijn ze slechts nog zichtbaar in het museum of op oude foto's. Ook de hoofddoekjes zullen alleen aan moslima's zijn voorbehouden; geen grote doeken meer om krulspelden maar hippe, geverfde coupes.
Op zich prima, eeniedere mag eruit zien zoals hij of zij wil, vind ik, maar oude vrouwtjes spreken zo heerlijk tot de verbeelding, vind ik. Ze zeggen wijze dingen (vooral in sprookjes) en ze zijn wandelende geschiedenis. Je krijgt een gratis beeld voorgeschoteld, van hoe het was.
Je kunt je opeens ook veel meer voorstellen bij de grootmoeder uit Roodkapje.
Zo'n mooie ouderwetse oma is toch mooier dan een zestigster met knalrood haar en een cora kemperman jurk, vind ik.
In de trein naar Gent kon ik mijn hart ophalen.
De dame voor me, had grijs haar wat schitterend aan het vergelen was. Ze droeg haar haar ook nog gevlochten in haar nek, met spelden. Een bloemetjesjurk ontbrak niet en ook droeg ze een prachtige trevira 2000 jurk met vage bloemen. En toen ze opstond in Lokeren, knoopte ze ook nog een hoofddoek om. Subliem.
Maar het mooiste kwam nog. Ze had een gehandicapte dochter bij zich, die liedjes floot.
En toen ze langs ons liepen, zei ze liefdevol "Ach jij kanarie van me".
Dat zulke vrouwtjes nog maar lang mogen bestaan.

|
|