Al ben je nog zo'n ruimdenkend mens, vooroordelen heb je altijd. Iedereen, hoe ontvankelijk en sensitief ook, wordt beïnvloed door stereotypen. Het kan erg interessant zijn ze bij jezelf te signaleren en te onderzoeken. Soms blijken ze gewoon waar te zijn, waarschijnlijk gebaseerd op iets wat nu eenmaal écht vaak voorkomt. Soms blijken ze helemaal niet te stroken met de werkelijkheid, maar gebaseerd op iets wat nu eenmaal zo lijkt.
Nu ik in het Verenigd Koninkrijk verblijf, ontdekte ik bij mezelf 3 enorme vooroordelen:
Vooroordeel 1: Engelsen zijn ordelijk en netjes;
F. had me er al vrolijk op attent gemaakt, dat hier in Engeland nog op elkaar gewacht wordt bij het instappen van de metro, dat er keurige rijen stonden voor bussen en dat alles goed gaat. Iedereen komt op tijd, iedereen vindt een plekje in het openbaar vervoer. Zelf had ik ook systematisch queues voor mijn geestesoog in plaats van het onlogische gedrang in Nederland. Dit blijkt te kloppen. De rijen zijn geordend, alles verloopt keurig. Het is namelijk heerlijk jezelf terug te vinden in zo'n rustige en fatsoenlijke situatie. Ik heb de hele tijd de neiging, dit alles te filmen om aan te tonen dat het wél kan. Als er iemand instapt voordat de uitstappers gedaan zijn, weet je zeker dat het geen Engelsman is. Toen een kerel zich door drie uitstappers de tube inbeukte vandaag, monkelde ik met F. "bloody tourists". Ik voel me al aardig thuis, zoveel is duidelijk.
Vooroordeel 2: Engelsen zijn beleefd en gereserveerd
Mensen laten elkaar met rust in Engeland. Mensen kijken minder naar elkaar, maken minder opmerkingen over en weer. Jammer is, dat je dus ook niet zo veel contact krijgt met vreemden. Maar het voordeel is, dat je zo fijn ongestoord je gang kunt gaan. Frappant is, dat men hier nog vaker sorry zegt dan in Nederland. Zelfs als je verre van schuldig bent, verontschuldig ze zich. Waarschijnlijk hebben de meeste Engelsen eerder het gevoel dat ze in je vaarwater komen - vanwege de gereserveerdheid. Interessant om te zien, die mensen die elkaar de hele dag zo voorzichtig bejegenen. Vandaag liep ik een deur in, waar juist een man uitkwam. We liepen elkaar dus in de weg, maar konden daar beiden niets aan doen. "When in Rome, do as the Romans do" bedacht ik me. Dus zei ik"sorry". De man mompelde "cheers", een veelvoorkomend antwoord wat zowel proost, dankjewel of doei kan betekenen. Toen ik verslag uitbracht bij F. zei hij dat ik nu ingeburgerd was.
Vooroordeel 3: het is slecht weer in Engeland
Mijn studenten denken altijd dat Nederland veel regenuren heeft. Ik mag dat graag te vuur en te zwaard bestrijden, dat het altijd slecht weer is in Nederland. Het valt wel mee, er is heus vaak zon. Als je het allemaal bij elkaar optelt, loop je echt niet zo vaak in de regen in Nederland. Van Engeland had ik echter zelf het idee dat het er bar zou zijn, maar ik riep mezelf tot de orde. Het idee over Nederland snijdt geen hout, dan zou het in Engeland ook wel meevallen. We ervoeren niet alleen regen en wind, maar ook sneeuw en een hagelstorm.
Maar, we gaan natuurlijk niet generaliseren. Je houding tegenover vooroordelen, dat is de crux. Dus we roemen de beleefdheid en het fatsoen alhier en laten het klimaat onze pret niet drukken. F. en ik moesten ontzettend lachen om het weer, om de koude en om de paraplu die bijna vertrok.
Soms komt een fijne tijd je zomaar aanwaaien en hoef je hem alleen maar te vangen.


Wijze mensen die heel veel reizen, bezigen altijd hetzelfde gezegde. Ze zeggen namelijk, dat het lichaam met een stoomboot reist, maar dat de geest te paard komt. Ik heb al veel varianten gehoord van deze mooie zegswijze. Lichamen die met postkoetsen komen, bijvoorbeeld. En geesten die te voet komen. Het idee erachter blijft echter hetzelfde: je kunt nog zo snel reizen met je lijf, je doet er lang over om te beseffen dat je er echt bent.
Op dit moment ervaar ik weer eens, hoe waar deze uitdrukking is. Ik ben namelijk op dit moment in Londen, om een paar dagen door te brengen met F. Dat weet ik, dat besef ik, maar ik ervaar het nog niet echt.
Goed, het gesprek wat ik vanmiddag op het plein voerde met Mark en Robert lijkt wel een maand geleden. Daardoor merk ik wel, dat er wat gebeurd is intussen. maar het besef komt pas later, mijn besef vliegt nog ergens boven het kanaal.
Reizen met een vliegtuig, heeft ons lijf alleen maar sneller gemaakt. Onze ziel kan het nauwelijks inhalen. Het spreekwoord is met de snelle luchtvaart alleen maar actueler geworden. Binnen drie kwartier stond ik in Londen vandaag. 's Morgens nog college, lunch met mijn huisgenootje en dan eens op het gemak naar Schiphol. Voor je het weet sta je in een ander land, zit je in een metro. En nu zit ik dan opeens in een appartement waar F. jacked patatoes maakt. Maar omdat ik ergens wel bekend ben, met samen zijn met F. in een appartement, komt het Londen-idee misschien nog langzamer binnen.
Gelukkig rijden de Engelsen niet alleen links, ze lopen ook links. Je bent je niet zo bewust van je rechtshandigheid als wanneer je tussen de linksen loopt. Ik ben, in die paar minuten buiten liep, al twee keer bijna tegen iemand opgelopen en kijk steeds de verkeerde kant op als ik oversteek.
Dat, samen met het andere geld hier, zullen hopelijk bijdragen aan een snel besef.
Zomaar honderd uur samen met F. zonder afspraken of gedoe. Het is waarlijk vakantie.
En als u me nu excuseert, ga ik even rustig zitten voor het grote besef.

Het klonk zo mooi en praktisch : het bedrijf waar ik zijn moest, zou zichtbaar zijn vanaf het station. Er naar toe lopen was dus een peuleschil.Maar wie eenvoud verwacht, krijgt het meestal niet.
Zeker niet in vinex-gebied.
In de Danny Kayelaan bevond ik me tussen allerlei schoolkinderen. Ik dacht aan Danny Kaye. Zou hij weten dat er een straat naar hem genoemd is in Zoetermeer? Treurig bedacht ik me dat ik waarschijnlijk één van de weinige gebruikers van deze laan was, die nog weet wie hij is.
Het is geen mooie stad, maar best kans dat je een fijn leven kunt hebben in Zoetermeer. Best kans dat je een leuk huis kunt hebben in Zoetermeer, een goede betrekking en fijne vrienden, hield ik me voor. Maar uw columniste liep vandaag zuchtend over de Nelson Mandelabrug.
Ik kan altijd redelijk goed mijn weg vinden. Mijn richtinggevoel is in orde, mensen zeggen dat vaak tegen me. Maar dit werkte gewoon niet. Ik wist mijn noorden niet meer.
Wat is het toch dat je je weg zo slecht vindt in de Zoetermeren van dit land?
Ze zijn ontstaan op de tekentafels van stedenbouwkundigen. Het is dus niet willekeurig in elkaar gezet, niet toevallig door middeleeuwse bouw gestructureerd. Nee, dit soort steden zijn bedacht voor gebruiksgemak. Maar ze beantwoorden daar zelden aan, lijkt het. Ik fantaseerde erover, dat deze stad misschien een proeftuin was.
Iedereen klaagt over verdwalen. Als je tot de ingewijden behoort, is het heel logisch, maar buitenstaanders hebben het nakijken.
Ik passeerde een wijk met alleen maar dezelfde donkere huizen, het was bijna beangstigend. Misschien komt het door mij, altijd gewend in oude steden te wonen. Misschien leed ik aan tijdelijke contrastwaanzin, dat zou kunnen.
Toen ik het net wilde opgeven en mijn gsm wilde grijpen om te vragen of ze me kwamen halen, doemde de plaats van bestemming op aan de horizon.
Het gebouw was zo enorm, dat ik niet begreep hoe het zich had kunnen verstoppen achter iets anders. Het zou gênant zijn om toe te geven dat ik het niet had kunnen vinden.
Maar goed, ik was op tijd. De les die ik er geven moest, ging op zich prima.
En de weg terug lukte in één keer.
Ik was een ingewijde geworden, besefte ik.
De volgende keer is het vast minder naar.
De cursussen voor vergevorderden die ik geef kunnen soms sterk op een potje judo lijken, pittige manoeuvres van de studenten en van mij als docent.
De studenten zitten op zo’n hoog niveau dat er vaak discussie ontstaat. Ze willen regels weten, redenen, uitzonderingen.
Ook wonen ze al een poosje in Nederland. Dat betekent dat ze zich hun eigen Nederlands hebben aangeleerd. Het is Nederlands dat nooit of onvoldoende gecorrigeerd is. Niet verwonderlijk natuurlijk … Ik weet niet of u wel eens een buitenlandse collega heeft gehad, maar het lijkt me logisch dat het meer gaat om de boodschap dan om de syntaxis. Logisch dat niet iedereen zo iemand met een grammaticaboek achtervolgt.
Vaak zijn er geen regels, sommigen dingen moet je gewoon uit je hoofd leren. Sommige regels zijn juist weer zo moeilijk dat het bijna breinbrekers zijn.
Om er wat lucht in te brengen, besloot ik dat we elke les zouden eindigen met een gedicht. Het leek me goed als we aan het eind van de les nog even iets zouden doen om de aandacht van regels en grammatica zouden af te wenden. Met een gedicht kunnen we terugkeren naar de taal, de schoonheid van taal en creativiteit. Bovendien hoopte ik ze te stimuleren tot lezen, omdat lezen een enorme hulp is als je een taal wilt leren. Al was het maar omdat je reflecteert op taal. Stiekem vind ik het natuurlijk ook geweldig om elke week een ander gedicht onder ogen te krijgen. Wie weet welke prachtige gedichten de revue zouden passeren, waar we mee in aanraking zouden komen.
Enfin. Elke les neemt een student een gedicht mee. Liefst een Nederlands gedicht natuurlijk. Maar, omdat ik een toffe juf ben, mag het ook een gedicht uit de moedertaal van de student zijn. Dan verwacht ik natuurlijk wel een vertaling. Ik weet dat je gedichten eigenlijk niet daadwerkelijk kunt vertalen, maar anders weten we niets. En het vertalen leek me ook een goede oefening voor de studenten.
We zijn nu drie gedichten verder en tot dus ver is de oogst heel fraai. Maar gisteren sloeg alles. Normaal gesproken is mijn groep een kakofonie. Niet alleen omdat ze allemaal praatgraag zijn, maar ook omdat de studenten lijken te moeten afreageren. Maar nu de Roemeense studente een gedicht voorlas, was het stil. Enorm stil.
Eerst las ze het gedicht voor in het Roemeens, of Român? zoals ze haar eigen taal noemt.
De taal is verwant aan onder andere het Italiaans, Spaans, Catalaans, Frans en Portugees.
Dat kan dan wel zo zijn, maar we hoorden allemaal iets wat we nog nooit hadden gehoord: zachter, melodieuzer. Ze las een gedicht voor van haar favoriete dichter, Nichita St?nescu.
Zelfs mijn meest bijdehante student kon alleen maar “wow” uitbrengen toen ze uitgesproken was.
Toen we wisten wat het gedicht betekend had, stonden we allemaal paf van zoveel schoonheid.
Ik had nooit durven hopen dat dit lesblokje zou buitengewoon zou zijn.
Dit was het gedicht :
Ploaie în luna lui Marte
Ploua infernal,
?i noi ne iubeam prin mansarde.
Prin cerul ferestrei, oval,
norii curgeau în luna lui Marte.
Pere?ii odaii erau
nelini?ti?i, sub desene în cret?.
Sufletele noastre dansau
nev?zute-ntr-o lume concret?.
O s? te plou? pe aripi, spuneai,
plou? cu globuri pe glob ?i prin vreme.
Nu-i nimic, î?i spuneam, Lorelei,
mie-mi plou? zborul, cu pene.
?i m?-n?l?am. ?i nu mai stiam unde-mi
l?sasem în lume odaia.
Tu m? strigai din urm?: r?spunde-mi, r?spunde-mi,
cine-s mai frumo?i: oamenii?... ploaia?...
Ploua infernal, ploaie de tot nebuneasc?,
?i noi ne iubeam prin mansarde.
N-a? mai fi vrut s? se sfâr?easc?
niciodat?-acea lun?-a lui Marte.
De betekenis was als volgt:
Regen in maart
Het regende oneindig
En we deelde onze liefde van zolder tot zolder
door het ovale hemelraam
druppelden wolken in maart
onder tekeningen van krijt
werden de wanden van de kamer ongedurig
onze zielen dansten
onzichtbaar, in een tastbare wereld
het zal op je vleugels regenen, zie je
het regent met bollen op de wereldbol en door de tijd
geen zorgen, Lorelei, zei ik
bij mij regent mijn vlucht met veren.
En ik vloog omhoog. En ik wist niet meer
waar ik, mijn kamer, op de wereld achterliet.
je riep van ver achter me
antwoord, antwoord,
wie is de mooiste
de mens? de regen?
het regende oneindig
een krankzinnige regen
en we deelden liefde van zolder tot zolder
ik wilde geen einde
nooit, van die maart