Kordaat, zo noemden mijn collega's mij weleens. Ook word ik regelmatig beschreven als "stoer" en "daadkrachtig". Of dat allemaal klopt, laat ik in het midden. Feit is wel, dat het 's nachts als sneeuw voor de zon verdwijnt. Ik kan geen beslissingen nemen als het licht uit is, zo lijkt het.
Zo viel ik gisteravond in slaap met twee katten op het bed. Dat mogen ze eigenlijk niet, bij ons op bed slapen, maar ik vind het wel gezellig om ze bij me te hebben als meneer F laat is.
De katten mogen niet op bed vanwege hun haar, maar ook vanwege hun gewoonte om op de meest bizarre plekken te gaan liggen. Ze kunnen ervoor zorgen dat ik in een ski-houding moet slapen. Vannacht wilden ze de onderste helft van het bed hebben, zodat ik alleen met mijn benen helemaal ingetrokken kon gaan liggen. Als een menselijke kanonskogel, zeg maar. Niet fijn.
Wel warm, maar dat terzijde.
Overdag zou ik in een vloeiend gebaar de katten van het bed werpen. Geen centje pijn. S'nachts overdenk ik alle opties, maar ik doe niets. De verbinding tussen denken en doen is tijdelijk verdwenen. Gevolg: ik slaap onrustig, word wakker met spierpijn en droom over katten die me de weg versperren naar station en supermarkt. De volgende ochtend ben ik pas hersteld.
Het is maar goed dat ik geen nachtdiensten meer draai.
Zondagmiddag gingen we even een stuk wandelen in het polderpark. Je zou door alle glijpartijen, treinvertragingen en zouttekorten namelijk bijna vergeten dat sneeuw ook gewoon mooi is. Adembenemend mooi zelfs.
Meneer F en ik liepen fotograferend over de paden. We leken we twee Japanners. Maar ja, het is te mooi om niet vast te leggen. Mijn toestel maakte zelfs per ongeluk een foto van mij en de sneeuw.
Sinds ik in Den Haag werk, ben ik weer vaste klant van de Nederlandse Spoorwegen. Of nou ja, een klant ben je eigenlijk pas al je kunt kiezen. De NS is geen keuze, er is gewoon niets anders. Je kunt niet naar een andere spoorweg gaan ofzo. Goed, er gaat een bus maar die doet er een uur over. Fietsen is net t ver op mijn stadsbarrel. En een auto heb ik niet, maar daarmee sta je ook alleen maar in de file. Eigenlijk is de trein de enige optie die overblijft.
Het is echter vaak hommeles, zeker nu met het winterweer. Gisteren leerde ik mijn nieuwe werkplek heel anders kennen dan gewoonlijk. Ik liep namelijk - noodgedwongen - van de Laan van Nieuw Oost-Indië naar kantoor.
Duurt een half uurtje ofzo. En je ziet weer eens wat nieuwe straten. Inderdaad mensen, ik probeerde er wat van te maken Omdat ik geen zin heb om sjacherijnig te worden. Maar de goede zin erin houden is niet altijd makkelijk als je twee uur onderweg bent.
Onze trouwdag nadert met rasse schreden. Kapster Laura vertelde me, wat ik nog allemaal moet regelen. Ze was druk doende mijn haar te knippen, terwijl ze opnoemde wat bruiden nodig hebben: bloemen, make up, nagels.
Opeens was ik zenuwachtig, zo'n gevoel dat je iets vergeten bent maar je weet niet wat. Die nacht droomde ik dat ik zonder schoenen en panty in het stadhuis stond. Dus echt met alleen een bruidsjurk en dat was het.
Gelukkig droomde ik ook dat iemand ze voor me ging halen. Dat dan weer wel. Het komt dus heus wel goed.
Zo, en daar stond ik maandag dan opeens in Brussel. Voor een conferentie van mijn nieuwe baan. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was.
Ik was twee keer eerder in Brussel. Vijf jaar geleden organiseerde ik er een reis naartoe. Al lang had ik niet aan die reis gedacht, maar nu wist ik het weer. We waren op voorbereidend bezoek geweest, zonder de nacht ervoor te slapen. We moesten restaurants reserveren. In het Frans. En de reis was helemaal heftig. Ik heb nog een foto waarop Tommy en ik suf de lens in kijken. Je zou denken dat we dronken waren, maar we zijn lodderig van het geregel, het lopen en de stess van lukt-het-allemaal-wel.
En nu, in 2010 liep ik er als mevrouw de communicatieadviseur. We moesten ons bedrijf vertegenwoordigen op een beurs, die plaats had in een Middeleeuws gangenstelsel waar ik destijds met mijn groep was rondgeleid.
Het kan zo leuk zijn om in je eigen voetsporen te treden en eens even goed te beseffen dat het leven soms prachtige verrassingen heeft.
The Specials, die moesten we gaan zien op Lowlands volgens iedereen. Een oude skaband ging weer touren en dit was een unieke kans om ze nog eens te zien. Toen ik ze zag optreden, overkwam me iets geks. Ik kende alle nummers, maar ik kende geen teksten. Noch wist ik dat ik ze kende, ik merkte het gaandeweg. Later thuis, zag ik dat ze hun grootste hits hadden in 1979. Zou ik ze gekend hebben vanuit de buik van mijn moeder? Zou dat kunnen?
Maandag at ik een stukje appeltaart om het te vieren: negen kilo eraf. Natuurlijk is tien nog mooier, maar er bijna zijn is ook fijn.Bovendien moet ik de moed erin houden, natuurlijk. En alles telt mee.
Taart is niet iets waar ik van droom. Ja, ik vind het wel eens lekker hoor, als ik mag kiezen heb ik liever ribbelchips. Of kaas met mosterd. Maar gisteren smaakte de taart me erg goed, want het was appeltaart van Dudok.
" Life is a shitsandwich and you have to take a bite every day" las ik laatst op een blog. Ik kan wel wat met zulke uitspraken. Het is best fijn als je je realiseert dat vervelende dingen bij het leven horen en dat ze ook weer over gaan.
We hebben allemaal wel een een rotdag. Gelukkig zijn er heel veel manieren om daar mee om te gaan, zoals:
1) Verzet je niet Volgens mij ontstaan heel veel problemen en vervelende gevoelens omdat je eigenlijk vindt dat de werkelijkheid anders zou moeten zijn. Dat je dus denkt "dit is niet eerlijk" of "waarom overkomt mij dit". Logische reactie hoor, maar het heeft gewoon helemaal geen nut om boos te zijn op de realiteit. Je kunt hem niet veranderen. Het enige wat je kunt veranderen zijn je eigen gedachten en je eigen houding. Helemaal niet makkelijk, dat geef ik toe, maar het is prettiger om je energie te steken in iets waar je invloed op hebt, toch?
2) Trakteer jezelf op iets goeds of gezonds Als je een stomme dag hebt, heb je de neiging om jezelf te troosten. En heel vaak gaat het dan om iets ongezonds, ook omdat je denkt "het maakt nu toch allemaal niet meer uit". Je gunt jezelf dus die extra wijntjes, bitterballen, taart of dure laarzen. Maar, die extra calorieën, rode cijfers of alcohol in je bloed maken je dag echt niet beter. Kijk liever wat je echt nodig hebt. Ga sporten (dan raak je die dag sneller kwijt) of neem een smoothie. Heb je ook niet de kater van de kater.
3) Doe iets leuks voor een ander "Wie goed doet, goed ontmoet" lijkt een oudbollig spreekwoord, maar volgens mij is het nog altijd waar. Een goede daad zorgt dat je je beter voelt en dat je de wereld niet meesleept in jouw rotdag. Sterker nog: je keer hem om!
4) Leid jezelf alf. Als je heel de tijd aan je problemen denkt, wordt het echt niet beter. Zorg dus dat je je gedachten even verzet.
5) Schep orde waar je orde kan scheppen. Kijk, dat het leven soms een troep is ... daar heb je niet altijd invloed op. Op je rommelige kledingkast wel. Het kan echt heel prettig zijn om je sokkenla op te ruimen, je boekenkast te alfabetiseren of eindelijk die grote afwas te gaan doen. Het idee van vooruitgang en controle is best troostend. Wie weet ordent het je gedachten ook nog.
6) Zet de dag niet weg als waardeloos. Het kan erg prettig zijn om je te realiseren wat er wel gelukt is. Bijvoorbeeld: nou ja, ik ben tenminste naar de sportschool geweest. Probeer je ook te focussen op wat je wel hebt. Ouderwets, maar zegeningen tellen is nog steeds heel fijn.
Ieder gezin heeft rituelen, vooral met feestdagen. Met je verjaardag mag je kiezen wat er op het menu staat. Op vaderdag ontbijt op bed voor paps. Met Kerst eten met het mooie servies, dat de rest van het jaar in de kast blijft. En met Sinterklaas moet die plaat van de Leidse Sleuteltjes opstaan, anders klopt het niet. Deze rituelen sleep je voort, ze boeten niets aan geldigheid in. Ookal is het een kwart eeuw later. Voor alle gezinsleden zijn ze dierbaar, ookal hoort een beetje mopperen er vaak ook bij.
Mijn moeder had een speciaal verjaardagsritueel voor mij. Ze maakte me 's morgens wakker en vroeg waar het meisje met de vorige leeftijd was gebleven. Daar is ze altijd mee doorgegaan. Later ging het natuurlijk via de telefoon of via een kaart, maar geen verjaardag is overgeslagen. Ik beantwoordde de vraag altijd met een diepe zucht, omdat rituelen ons zowel lief zijn als sleur. En omdat ik het niet wist natuurlijk, waar zo'n meisje blijft. Een verjaardag is zo'n vreemde scheidslijn, opeens heb je een nieuw nummer achter je naam staan, van de ene op de andere dag. Feestelijk en onzinnig tegelijk.
Morgen ben ik jarig. Vannacht droomde ik dat ze vroeg "waar is mijn meisje van dertig gebleven?". Nog steeds weet ik niet waar dat meisje blijven zal. Wat ik wel weet is dat het veel beter gaat, dan ik vorig jaar had kunnen denken. Het is echt waar dat het verdriet zijn plaats vaker afstaat aan de liefdevolle, blije herinnering.
Gisteren waren F. en ik bij een concert van Tim Knol. We wachtten totdat het begon, toen er iemand voorbij kwam lopen. Heel rustig en ontspannen. "Die hoort bij de crew" zei ik gedachteloos. Hoe werkt dat eigenlijk .... Hoe komt het eigenlijk dat je weet, wie "erbij" hoort en wie niet? Het heeft te maken met vertrouwen en gewenning, het heeft te maken met hoe je door de ruimte beweegt. Publiek kijkt verrast om zich heen, crew loopt stoer naar het podium.
OK. We weten hoe het zit.
Maar niet helemaal. Want hoe komt het dan, dat ik zo vaak voor personeel wordt gehouden? Ik maak erg vaak mee dat mensen denken dat ik de crew ben. En ik ben echt niet bovengemiddeld stoer of ontspannen, geloof ik. Noch neem ik de kleur van mijn omgeving aan. Toen ik voor het eerst in Ekko was, kwam een medewerker samenzweerderig vragen of ik vond dat ze de verwarming lager moest zetten. Op Lowlands zei Jan Douwe Kroeske "weet jij waar extra stoelen staan?" Maffe dingen om mee te maken.
Het ergste was nog wel die keer in een stoffenwinkel. Ik liep heerlijk te dwalen tussen motiefjes en ik bekeek de verkoopsters van een afstandje. "Wat een trutten werken hier eigenlijk" bedacht ik me net. Een nanoseconde later stapte een mevrouw op me af met een staaltje. Ze vroeg "Pardon, heeft u deze ook in rood?"
Ookal lijkt soms iedereen zwanger in mijn omgeving, ik blijf het harstikke bijzonder vinden. En dan heb ik het niet zozeer over de groeiende buiken, want daar kan ik me eigenlijk weinig bij voorstellen.
Eigenlijk ben ik vooral verwonderd over het leven-in-wording, zeker nu mijn schoonzus zwanger is. Zo'n gek idee dat er straks iemand bij is die er altijd bij zal zijn, iemand die ons allemaal zal overleven, iemand van wie ik zal kunnen zeggen "dat is mijn nichtje ... of dat is mijn neefje" en voor wie ik van meet af aan een tante zal zijn.
We schuiven allemaal op, schoonmoeder wordt grootmoeder. Een nieuw mens ontstaat, het lijkt zomaar te gebeuren, het lijkt de normaalste zaak van de wereld. Ik ben onder de indruk.
Het blijft een mooi verhaal. Op weg naar ons goedkope, gehorige hotel passeerden we een mooie, ouderwetse pub. We streken neer bij het haardvuur voor een pint. En nog één. De pub bleek een hotel en we zijn gebleven. Meneer F reed snel met een taxi heen en weer om onze koffers in het goedkope gehorige hotel te halen en daarmee was de kous af. Het kan dus altijd beter en beter is dichtbij. Het bed was ook nog eens heerlijk.
Misschien vonden de anderen het wel vreemd dinsdag. Ik maakte een fotootje in de sportschool ja. Maar dan moeten ze ook maar niet van die mooie lampen ophangen, toch?
Best gek eigenlijk. Een hart is een holle spier die door zich samen te trekken bloed door het lichaam pompt. Harten van zoogdieren hebben vier afzonderlijke, door kleppen gescheiden kamers die samen twee pompen vormen. Een complex ding.
En toch tekenen we twee halve bochtjes en maken we er het symbool van de liefde van. Dat doen we al sinds de Middeleeuwen, toen we het overnamen van de oude Grieken.
En dat is dus de reden dat ik gisteravond met een grote glimlach in de keuken stond.
Vrouw 1: " Ik ontmoette zaterdag een jongen die ook optreedt als travestiet. Hij wil er graag meer mee doen. Ik dacht dat je hem misschien kon helpen" Vrouw 2: "Hoezo? Omdat ik maat 45 heb? Dat hij mijn schoenen kan lenen?" Vrouw 1: "Eh, nee ... ik dacht dat je hem strategisch advies kon geven over personal branding"
Na een avondje eten en over ambities praten met mijn lief, weet ik het zeker. Het is niet zo belangrijk of je nou echt minister wórdt. Het is belangrijk dat er iemand is die gelooft dat je het zou kúnnen worden.
Het is altijd zo stil bij de apotheek, viel me weer eens op toen ik een nummertje getrokken had. Trieste gezichten, moeilijke blikken en geen enkel geluid behalve de stemmen van de apothekersassistentes en het zachte gemompel van de klanten. Is er ooit een blijerd bij de apotheek? Volgens mij komt het maar weinig voor. Natuurlijk kun je rozig en blij om een zwangerschapstest komen, of anti-malariapillen voor een grote, toffe reis. Maar dan ben je stil, uit respect voor het zwijgen.
Je wilt niet dat anderen horen wat je hebt, bedacht ik me toen de assistente heel luid vroeg mijn voorgangster zovirax of het huismerk wilde. Oh, als ze dat maar niet bij mij deed. Laten we zeggen dat ik voor iets vervelends in de apotheek was. Geen grote drama's hoor, mijn darmen werken gewoon niet altijd naar behoren.
Gelukkig bleek de assistente discreet te kunnen zijn. Mijn aandoening werd niet omgeroepen. Fijn. Toch bleef ik met argusogen staan aan de balie, klaar om snel een ander woord te roepen opdat niemand zou horen wat ik had.
In apotheken moet je best lang wachten. Helemaal niet erg, want je pillen moeten goed gecheckt worden, niet waar? Terwijl ik daar zo stond, hoorde ik per ongeluk het gesprek tussen de andere assistente en een klant. " Ik heb echt niets meer, ligt hier alsjeblieft niet een halfje" " Nee, mevrouw we hebben het niet meer" " Maar, hoe moet dat nou, want ik ben net stabiel op deze pillen. Wat gebeurt er als ik het pas overmorgen weer kan nemen?" Er ontspon zich een gesprek over psychische ups en downs die de pillen konden voorkomen.
Ik vond het ineens niet zo erg meer, het wachten, de medicijnen en de kwaal. Ik was meteen genezen.
Van de week zag ik een documentaire over een theologe. Het was een gepassioneerde vrouw die van haar vak hield. Maar, ze hield vooral enorm van het leven. De camera volgde haar door een sneeuwlandschap en toonde hoe ze aankwam bij een kerk.
De vrouw keek naar de kerk. De zon ging onder en bescheen elk steentje. De wetenschapster vond het erg mooi. "Dat ik dit zomaar kan zien," zei ze "hoe dat licht op dat gebouw schijnt. Dan denk : toch wel fijn dat ik leef". Mijn eerste reactie was eigenlijk: wat sentimenteel dat ze al zo blij wordt van wat zonlicht op een toren.
Maar kort daarna, tijdens de afwas, besefte ik: ik ben geen haar beter.
Ik kan genieten van heel kleine dingen. Een trappelende meeuw op het grasveld bijvoorbeeld. Druppels op auto's als het geregend heeft. Herfstzon op een luifel of een kop thee. De kleur van een tomaat. Nu denk ik er niet altijd bij, dat het fijn is dat ik leef, maar het komt op hetzelfde neer.
Ben ik sentimenteel of gewoon goed in genieten van details? Frankly dear, I don't give a damn. Als ik er gelukkig van word, maakt het niets uit.
Ik kwam terug van een bizarre fietstocht door de spits van Leiden. Alles vond ik stom. Ik was helemaal uitgeteld. En daar lag jij plots op de deurmat. Een mysterieus pakketje was je, ik wist niet eens van wie het was. Je bleek een cadeautje van Martijn en Nolanda om te vertellen dat ze naar onze bruiloft komen. Meteen was ik weer vrolijk. Ik had het idee dat het universum me wilde vertellen dat het nooit alleen maar stom is.
Mijn lief kreeg in augustus een nieuwe baan. Die nieuwe baan betekende dat hij zijn lease auto moest inleveren. We hadden dus geen auto meer. In het begin baalden we heel erg, we smeedden plannen om zo snel mogelijk een nieuwe bolide te kopen.
Maar, we vergaten het gek genoeg al snel. Mijn lief genoot ervan om vanuit de trein naar de files te kijken waar hij nu na jaren niet meer in stond. We kunnen weer lekker kletsen als we samen ergens heen gaan, want in de trein hoef je niet op te letten. Bovendien zijn we een stuk duurzamer zo, dat is wat waard.
Ik gebruikte de auto eigenlijk toch nooit. Het enige wat voor mij veranderde was, dat we nu met de fiets boodschappen doen. Maar dat is helemaal niet erg, want we hebben allebei een grote bak op onze fiets. Er kan veel in zo'n bak. En sinds dit soort borden in de stad staan, hebben we ook geen parkeerproblemen:
Eigenlijk houd ik niet van mooie vrouwen. Op de een of andere manier, voel ik me namelijk altijd lelijk naast een cosmetisch perfecte dame. Een enorme onzekerheid maakt zich van me meester als ik in het gezelschap ben van iemand die echt, echt prachtig is. Het is een reflex dat ik al heb sinds mensenheugenis.
Een van de weinige vrouwen met wie ik dat niet heb, is Marilyn Monroe. Misschien omdat ze zo mooi is, dat vergelijken zin heeft. Misschien is het ook, omdat ze een mythe is. Het is makkelijk om je heerlijk mee te laten slepen. Ze is een inspiratiebron.
Vorige week had ik griep. De hele week eigenlijk. Koorts, moe van niets, slappe ledematen en duizeligheid. Vanaf de bank maakte ik deze foto van Kaatje. In de Middeleeuwen zou ze vast heilig zijn verklaard, denk je niet?
Let vooral ook op die vorsende blik. Ze vindt het belachelijk dat ik zielig onder een dekentje lig, dat is duidelijk.
Dit plaatje staat op de toiletrolhouder op mijn werk. Als de closetrol leeg is, moet je zelf de volle naar de opening schuiven, geloof ik. Maar eigenlijk vind ik het tekeningetje niet erg duidelijk. Je zou ook kunnen denken dat je aan de houder zelf moet gaan trekken, toch?
Het is zeker en vast getekend door iemand die zelf heel goed snapte hoe het werkte, iemand die niet direct dacht aan argeloze toiletbezoeksters die met hun gedachten elders zijn.
Ik vind het een enorme herinnering voor mij en mijn vakbroeders, dat je altijd scherp moet blijven omdat anderen onwetender zijn dan jijzelf.
Vroeger, ergens in de vorige eeuw, had ik een vakantiebaantje in een snackbar. In deze snackbar kwamen voornamelijk mensen rond etenstijd, wat natuurlijk logisch is en wat je de mensen niet kunt aanrekenen. Maar, de rest van de tijd kwamen er dus bijzonder weinig mensen. Dat hield in, dat ik alles 'smorgens klaarzette en dan maar wachtte.
Vreselijk vond ik dat.
Ik merkte dat ik er lui van werd en dat het een energielek veroorzaakte. Het gekke was: als de mensen dan kwamen, duurde het lang voordat ik weer scherp en actief werd. Het mes sneed dus aan twee vervelende kanten. Rust roest bij mij heel erg.
Ik moet daaraan denken als ik deze tegeltjes zie. Plots herinnerde ik me vorige week namelijk, dat ik vaak de tegels ging tellen in de snackbar, toen in de jaren negentig. En dat ik mezelf belooofd had dat werk enerverender moest zijn. Die belofte is wel ingelost, maar het blijft een goed besef voor de toekomst. Zoveel is zeker.
Ik ben een ekster voor stippen. Veel vrienden, familieleden en kennissen weten ervan. Ik heb ze graag. Op cadeaupapier. Op ondergoed. Op shirtjes en rokken.Op kopjes. Geen idee waar het vandaan komt. Stippen zijn speels. Ik word er vrolijk van .
Heeft iemand een idee of het iets zegt over mijn persoonlijkheid? Komt het goed met mij?
Mijn ouders hadden een dierenpension. Ik hielp vaak een handje mee."Oh gaaf, een dierenpension" zeiden anderen altijd. Ik wist niet beter, dus ik had er nooit over nagedacht dat het zo gaaf was. Tuurlijk was het leuk, maar ik ruimde ook hondendiarree op, om maar eens wat te noemen.Sommige plekken en beroepen hebben gewoon een steengoede PR.
Sinds maart werk ik bij een project van Naturalis. En ook deze plek heeft een supergoede PR. "Naturalis, wat leuk!" roepen de mensen dan. Ja, het is leuk. Het is geweldig. Volgens mij is Naturalis één van de weinige plekken die zo leuk is als hij lijkt. Al was het maar omdat je dagelijks door deze jongens wordt begroet als je binnenkomt:
Dat ik nooit mijn achternaam zou veranderen als ik ging trouwen, heb ik altijd zeker geweten. Door een ja-woord word je niet opeens een ander persoon, ik ga niet meer bij de familie van mijn man horen dan bij mijn eigen familie. Omdat mijn vader me niet erkend heeft, heb ik mijn moeders naam en dat gaf altijd een heel verbonden gevoel. Zeker nu ze er niet meer is.
Ik las dat een experiment laat zien dat eigen achternaam houden je 861,21 euro in de maand meer inkomen oplevert. Mensen hebben de indruk dat je afhankelijker, minder ambitieus en minder intelligent zou zijn als je de naam van je echtgenoot overneemt. Je hebt bovendien ruim 30% kans dat je ooit toch weer terug gaat naar je eigen achternaam.
Tegenwoordig kun je gewoon je eigen achternaam houden. Je kunt ook je eigen naam achter de zijne zetten. Of, zijn naam achter de jouwe plakken. Stel, Sasja Jansen trouwt met Ali Mohammed. Ze kan dan Sasja Jansen blijven, Sasja Mohammed-Jansen worden of Sasja Jansen-Mohammed. Ik heb besloten te kiezen voor de Jansen-Mohammedoptie. In het dagelijks gebruik blijf ik mijn eigen achternaam gebruiken, maar op mijn visitekaartje heb ik er nog een stukje achter. Ik laat zien dat ik bij de familie van mijn moeder hoor en bij mijn eventuele nieuwe familie. Want, de mogelijke kindjes heten als meneer F, dat soort dingen hebben we allemaal overdacht. Ik vind mijn aanstaande echtgenoot de allerleukste op de wereld; ik vind het wel tof dat je kunt zien dat ik getrouwd ben met hem.
Meneer F was heel verrast dat ik zijn naam erachter wilde plakken. Hij had geen idee.
Relatiecoach Caroline twitterde vanmorgen " hoe verliefd je ook bent, hou gewoon je eigen achternaam, dames. Eigen identiteit en liefde gaan prima samen. En daar wringt hem voor mij de schoen. Eigen identiteit hoeft niet samen te gaan met een achternaam. Misschien voel ik wel de behoefte om nieuwe, eigen identiteit uit te dragen. Volgens mij is kiezen het sleutelwoord.Ik ben heel blij dat het niet meer moet.
En daarbij: stel dat je vader een klootzak was, maar je draagt wel zijn naam, dan is het toch alleen maar mooi dat je de naam kunt nemen van iemand van wie je wel houdt?
Het is een heel persoonlijke keuze die vrouwen gegund moet worden vind ik.
Afvallen is meer dan kilo's verliezen. Afvallen brengt veranderingen te weeg (no pun intended). Zo krijg je een ander lijf, andere patronen en je kunt andere kleren aan. Op dinsdag 19 oktober 2010 droeg ik voor het eerst mijn kersenvestje. Dat vestje lag al maanden in de kast, maar ik durfde het niet aan te trekken. Te strak, te wit, te ... nou ja het voelde niet prettig. 7 kilo later dorst ik het opeens toch aan.
Een kleine revolutie, waar niemand weet van had. Behalve ik.
Elke maandag, woensdag en vrijdag worden onze kantoren gestofzuigd.Onder werktijd. Het geluid van de stofzuiger irriteert me mateloos, dus ik vind het een mooie gelegenheid voor een wandelingetje. Niet gek hoor, om even niet achter de PC te zitten. Ik ga dan altijd even op bezoek bij Herman.
Eind 1990, een week voor de kerstvakantie ongeveer, werd Herman geboren. Herman was een stiertje. En niet zomaar een stiertje, een transgene stier. Het was een bijzondere geboorte. Er waren 129 embryo’s ingebracht in draagkoeien. Dit resulteerde in 21 zwangerschappen. Vijf van de jongen stierven vlak vóór of vlak na de geboorte. Slechts één dier bleek transgeen te zijn en dat was hij.
Hermans geboorte bracht een storm van protest teweeg. Men dacht, dat van dieren mensen gemaakt zouden worden. En misschien van mensen dieren. De Dierenbescherming maakte posters met vermenselijkte koeien, met de tekst: ‘Binnenkort met blond haar en blauwe ogen.’ De Tweede Kamer discussieerde over de "ethische wenselijkheid". Gelovigen vonden het geknutsel aan de schepping, Greenpeace wees op de mogelijke gevaren van gentechnologie. Naar aanleiding van Herman is de allerstrengste biotechnologiewetgeving ter wereld ingevoerd.Fabrikanten die gentech-producten in hun eten stopten, werden geboycot.
In 1996 moest Herman dood, vond men. Maar de minister van Landbouw kreeg voor elkaar dat de stier mocht blijven leven mits hij gecastreerd werd. In 2002 verhuisde Herman definitief naar Naturalis, waar hij in een speciale stal mocht wonen.
Twee jaar later bleek Herman veel pijn te hebben. Het kraakbeen verdween langzaam van tussen zijn gewrichten, een ouderdomskwaal die we artrose noemen. Er werd besloten hem te laten inslapen. Met zijn dertien jaar is hij een van de oudste stieren van Nederland geworden.
Zijn vel staat nu strak gespannen over een houten, met purschuim bedekte mal. Herman oogt levensecht en is schoner dan ooit tevoren.. Sinds 2008 kun je hem bekijken in Naturalis. Het haalde zelfs De Wereld Draait Door.
Herman wilde gewoon lekker leven, denk ik. Beetje herkauwen enzo.Herman had geen weet van wetten en Kamervragen.Hij was een attractie voor de mensen, zonder daar ooit om gevraagd te hebben. Ik verbeeld me altijd dat hij droeve ogen heeft. En misschien heeft hij nu eindelijk rust?
Dit tekstje vond ik laatst op het toilet in een café. Ik ben benieuwd waarom iemand denkt "ik schrijf het op de WC-rolhouder". Gaat het beter met je als je dat net gedaan hebt? Loop je daarna verkwikt het geroezemoes van de avond weer binnen? Of word je juist extra depressief als je het zwart op wit ziet staan?
En wat zou het verhaal erachter zijn? Is het uit? Is de "ik" bedrogen? Misschien is het wel veel minder dramatisch dan het lijkt en komt de "jou" morgen thuis en is 'ie nu even thee drinken bij zijn oma in Drenthe. Maar misschien is de "jou" overleden of geëmigreerd. Of misschien bestaat "jou" wel helemaal niet. Hoe houd je "hard" van iemand?
Van mensen houden en je geliefde missen is het oude verhaal dat steeds opnieuw verteld wordt. En het is altijd verteld. Blijkbaar houdt het nooit op.
"Kreeg ik maar een teken" dacht ik toen ik voorzichtig achter F de trap op liep naar een feestzaal. Je kunt mensen vragen naar hun ervaringen, foto's bekijken .... maar je moet álles omtrent je bruiloft zelf beslissen. Ik ben bedrogen uitgekomen, toen ik dacht dat met "ja" zeggen op een huwelijksaanzoek alles geregeld was. Het grote regelen begint dan pas. Wil je een ring, of doe je geen ring. En wie geeft de ring, draag je hem zelf of neem je een bruidsmeisje. En wat te denken van achternamen, tijdstippen, gastenlijsten.
En hier stonden we dan in een lege zaal die vaag naar bier rook. Hoewel de zon door de ramen scheen, was het donker. Niet zwartig donker, maar knus donker. Hadden we zin om hier een borrel te drinken met onze beste vrienden? Waren er niet heel veel andere zalen in onze stad die ook leuk waren? Hoe weet je zeker dat je de béste locatie hebt.
Ik verlangde naar een teken, een opmerking van de ober bijvoorbeeld, een voorbijlopende bruid desnoods. Verstrooid vroeg ik me af, of Paul de Octopus ook bruiloften doet. Maar, in plaats daarvan schampte ik mijn voet aan de trap. En daar prijkt nu, sindsdien, een klein litteken. Een feestlocatielitteken. En in feite liet ik er een stukje DNA. Is dat nou goed of niet?
We hebben de zaal maar gewoon gereserveerd. Fuck bijgeloof.
Deze foto is eigenlijk mislukt, maar ik vind het toch een mooi plaatje. De sfeer van het Leidens Ontzet is in ieder geval gevat, voor mij. Beweging en vrolijkheid.
Het afvallen gaat best goed. Ik ben in twee maanden 6 en een halve kilo kwijtgeraakt. Zes en een halve kilo is veel. Het is 13 van die kleine flesjes water. Het is zo'n pakket van vier flessen cola light. Het is zes pakken suiker.
Ik voel me letterlijk lichter. Bewegen gaat makkelijker. Mijn kleding zit ruimer. Je ziet het aan me. Mensen geven me complimentjes. Dat motiveert natuurlijk enorm. De motivatie maakt het makkelijker om te sporten of appels te kiezen in plaats van chips. Een positieve circel.
Makkelijk is het niet altijd.
Soms is het moeilijk om verleidingen te weerstaan, of krijg ik last van het wat-ben-ik-toch-zielig-gevoel. Maar dat gaat meestal snel over gelukkig.
Soms gebeurt er even niets, maar meestal gaat het hard. Sommige mensen zeggen soms: te hard. Het is bijna een kilo per week. Maar, zo lang ik het doe terwijl ik gezond eet, dus zonder crash dieet of enge shakes is er niets aan de hand, lijkt me. Mijn lijf regelt het zelf.
Het is niet moeilijk. Meestal niet. En nu? We zullen doorgaan. Ik heb geen streefgewicht. Ik wil gewoon gezonder en fitter worden enzo.
Van alle kanten ben ik ervoor gewaarschuwd: ondertrouw stelt niets voor. Het is gewoon een administratieve handeling, meer niet. Dat is vast waar: de periode van ondertrouw dient om na te kunnen gaan of aan alle wettelijke eisen voor het aangaan van een huwelijk voldaan is. We gaan de geboorteakte checken, de datum vastleggen en de leges betalen.
Toch vind ik het een ding. Een point of no return. Een nieuwe fase. Het eerste wat we echt gaan doen om het echt te gaan doen. Zoiets.
Ik vind het tof, heus. Maar vandaag kreeg ik het opeens benauwd op straat. Het was namelijk zo, dat ik oogcontact had met een leuke man. En opeens wist ik: "ik heb niet meer zomaar een vriendje, ik heb een aanstaande echtgenoot. En dat is voor de rest van mijn leven" Toen kwam het besef dat ik misschien nooit meer zou vrijen met een andere man. Dat is toch waar je voor gaat. Deze man tot de dood ons scheidt. Oogcontact met derden is wel toegestaan, maar daar blijft het bij.
Tijdens mijn gang door de supermarkt besefte ik dat we in 2051, deo volente, veertig jaar getrouwd zouden zijn. Veertig jaar! Ik leef nog niet eens zo lang, ik kan het niet eens tot me door laten dringen.
Toen ik thuiskwam met de boodschappen, herinnerde ik me dat Arhur Japin er iets moois over had geschreven. Snel had ik het citaat gevonden "mijn vrijheid is me lief, maar de liefde is me liever".
En zo zit het, zo simpel is het.
Goed, je kunt niet meer spontaan naar huis met mannen uit de supermarkt (maar hoe vaak deed je dat nou? en hoe leuk is dat eigenlijk?) je hebt wel de leukste man thuis zitten wachten. En dat is veel meer waard.
Morgen zet ik met vreugde mijn handtekening. Of is dat nog niet bij ondertrouw?
En daar was ik dan opeens in Drenthe. Het Natural Networking Festival. Geen idee wat ik verwachten moest, maar opeens kwam er een enorme rust over me heen. Een heel erg in het hier en nu, ofzoiets. Zo van "dit ben ik en alles is goed". Mijn hoofd ging daar meteen tegenin natuurlijk "Hoezo is alles goed? Hoe kan nou opeens alles goed zijn omdat je in een bos zit?"
Maar het was zo.
Eigenlijk deed ik niet zo veel. Beetje wijn drinken bij het haardvuur, beetje praten. Een workshopje hier en daar. Op de bank zitten en praten over werk met Harriet. Alsof we even op een berg zaten, weg van alles. In de zon zitten met Gee. Stomme grapjes maken met Ilja. Discussies over polyamorie. Ik liep rond in de buitenlucht. En voornamelijk: ik ontspande. En het was gewoon goed.
Nu ik weer op kantoor zit, lijkt die wereld van tentjes en boomstronken ver weg. Heimwee baant zich een weg door mijn aderen. Nu gaan we verder. De opgedane inspiratie mag mee de dag in, de toets doorstaan. In je kracht staan moet je elke dag weer proberen. Ik ben vast niet de enige die er zo'n fijn gevoel aan over heeft gehouden. Misschien maak je zo de wereld wel leuker, door met zijn allen iets moois door te geven.
Als je het zo bekijkt, is het NNF eigenlijk nog maar net begonnen. Hoera!
Ik heb zo'n dag dat ..... het dak lekt en de reparatie wordt waarschijnlijk heel duur en op mijn werk kwam een groteske lawine op me af en iedereen blijft maar mailen en bellen en ik heb spierpijn en ik heb zin in heeel veel friet en chips maar dat mag niet en ik twijfel over of ik nog wel op yoga wil en zoja of ik dan bij die nieuwe juf wil blijven en of ik wel goed ga met afvallen want ik voelde toch echt een klein vetrolletje erbij en we hebben weer geen kabinet en het regent ik sta stom op de foto en ik was aan het wachten tot iemand terugbelde maar toen bleek mijn telefoon op stil te staan en ik had sowieso maar heel weinig batterij en ik kon niet lunchen met mijn collega's want ik was te laat en toen moest ik in mijn eentje een boterham eten en ik had slankie gekocht en dat smaakte niet en ik dacht dat mijn make up goed zat en dat het deze keer echt was gelukt met die smokey eyes maar al mijn collega's zeiden "zo zo wat heb jij veel make up op heb je een afspraak" en Wilders heeft ons weer allemaal een loer gedraaid en mailtjes komen niet aan en het is takkeweer en ik moet er zo doorheen en ik heb wel een regenbroek maar daar zweet ik me rot in en dan kom ik aan als plakkerige vaatdoek en de telefoon gaat natuurlijk nog es en dan weet ik het antwoord niet op een vraag van de directeur en ik moet nog stofzuigen maar ik heb geen zin en eigenlijk wil ik alleen maar heel lang in bad liggen maar ik heb geen bad.
En alles wat ik eigenlijk wil is even mijn moeder bellen. Gewoon eventjes. En een nijntje-pleister.
Vrijdagmorgen stond ik op het station van het Drenthse plaatsje Beilen. Ik had een grote trekkersrugzak op mijn rug, een tas waar een slaapzak en een matje in zaten en een tent. Even werd ik kortademig. Wat ging ik doen? Ik werd opgehaald door twee vrouwen die ik alleen van internet kende. Zouden ze wel leuk zijn? Zouden het geen grote harige mannen zijn die me zouden gaan ontvoeren? Eigenlijk ging ik iets heel raars doen, sowieso. Ik ging kamperen met 250 vreemden. Nu ja, ik wist dat er een paar bekenden zouden zijn, maar in principe ging ik in mijn eentje naar Drenthe om daar een festival te bezoeken in het bos.
Ik leek wel gek.
Ik kende de mensen wel een beetje, via twitter namelijk. Als je mensen online kent, via je blog of via de berichten die je anderszins uitwisselt, gebeurt er iets mafs. Je kent elkaar en je kent elkaar niet. Je kent maar een stukje. Je weet bijvoorbeeld waar iemand van moet huilen, maar je weet niet hoe iemands stem klinkt. Je weet wat iemand raakt en wat iemand die avond at, maar niet dat iemand een kettingroker is. En als je elkaar in het " in het echt" ziet, vallen al die indrukken samen. Je ontdekt het alledaagse, praat verder over de onderstroom die je al opgepikt had en roert dit alles door elkaar. Dan kan er een vonkje overslaan, maar de ontmoeting kan ook nergens op slaan. Maar vaak blijkt het wel goed te zitten.
En eigenlijk is het al snel helemaal niet meer gek en heb je gewoon een heerlijk weekend.
Het was een schitterende zondagmiddag. We zaten buiten in de zon, ik was naar binnen gelopen met met schoonvader. We stonden in de keuken. Een gewoon tafereel, welbeschouwd. We pakten glazen, we openden wijn en perensap. We legden de hapjes op het bord. Zijn dochter was jarig en dat gingen we vieren. Er moest een toast uitgebracht worden.
En plots een beeld van mijn moeder. Hoe wij dingen vierden, vroeger, hoe gezellig het altijd was. Het besef dat zij nooit meer bij verjaardagen zal zijn. En ja hoor, de gedachte dat mijn jeugd voorbij is, dat niemand die tradities meer zal ophalen.
Acda&de Munnik
De struikrover, zo ben ik het plotselinge verdriet gaan noemen. Hij bespringt je als je het niet verwacht. Hij gooit een net over je heen, als je er niet op bedacht bent. Natuurlijk slijten zijn scherpe tanden, ik weet dat het net kan komen en het verrast me niet meer zo vreselijk als in het begin. Gewoon doorademen en doorleven lijkt het beste devies. Maar af en toe weet hij me nog flink te raken.
Zoals zomaar op een zondagmiddag bij het neerleggen van borrelhapjes. Stom hoor.
De grote dingen in het leven lijken verrassend eenvoudig. Nou ja, behalve je rijbewijs halen dan. Maar verder lijken de grote dingen uit kleine adminstratieve handelingen te bestaan. Doctorandus worden is een kwestie van hard studeren, een toespraak aanhoren en een handtekening zetten, als je een auto koopt sta je binnen een uur buiten.
Als je wilt trouwen, toch een grote, levensveranderende stap vind ik, hoef je alleen maar een nummertje te trekken bij het gemeentehuis. Vervolgens ga maak je een afspraak voor ondertrouw en voor een Echte Datum. Dat is het. Echt waar.
Het besef dat ik zou gaan trouwen, was bij mij amper ingedaald. Ik zal dus als een verbaasde zombie in het gemeentehuis hebben gezeten, want de ambtenaar zei " als u geen vragen meer heeft, kunt u gaan". Toen we buiten stonden, was het opeens zo ver.
En dan komen de vragen. Wie je uitnodigt. Wie de getuigen worden. Waar het gaat plaatsvinden. Wanneer. Hoe laat. Wat voor jurk. Wat voor vervoer. Feest of geen feest. Diner of geen diner. Allerlei dingen waar je nooit over nadacht.
De grote dingen lijken uit kleine handelingen te bestaan. Maar ze hebben allemaal gemeen dat er een grote wereld achter schuil gaat.
Ik heb wat aangemodderd in de liefde. Zorgcomplexen. Gedoe. Bedrogen worden. Vriendjes met een depressie. Vriendjes met een moedercomplex. Toestanden. Ruzie. Dramatische break-ups.
Het gekke is, dat je dat allemaal vergeet als het goed gaat. En als je dan nog de eer hebt om ten huwelijk gevraagd te worden, dan verdwijnt al de modder als sneeuw voor de zon.
We gaan trouwen. En hoewel ik er eigenlijk niet om geef en best een beetje sceptisch ben over het huwelijk, heeft het voor mij heel veel betekenis. Heel veel.
Ik heb dezelfde achternaam als mijn moeder. Eigenlijk vind ik dat nog steeds iets bijzonders. Niet alleen zijn we zo voor eeuwig verbonden nu ze is overleden, maar ook hoor ik zo meer bij de rest van mijn familie. Omdat mijn moeder alleen maar broers had, hebben die de bewuste achternaam ook doorgegeven. Zo heet ik dus ook hetzelfde als mijn nichtjes. En dat vind ik best prettig, gek genoeg.
Nu blijkt dat mijn moeder haar tijd ver vooruit was. Twee wetenschappers willen namelijk dat wereldwijd afgeweken wordt van de traditie om kinderen de familienaam te geven van hun vader.
In het Duitse academische tijdschrift Beiträge zur Namenforschung (Bijdragen tot het naamonderzoek) doen Harald Jockush en Alexander Fuhrmann dit voorstel. De zeldzame familienamen, aldus zijn aan het uitsterven, terwijl te veel Chinezen Wang heten, Engelstaligen Smith en Duitstaligen Müller. In het Nederlandse taalgebied zijn vooral Janssens en Peeters een plaag. Hun voorstel: de jonge ouders moeten afwegen welk van beide familienamen het minst courant is, en dan voor die variant kiezen.
Aan de hand van een ingewikkeld model, tonen ze aan dat de wereld er over vijftig jaar beter zal uitzien indien hun voorstel wordt toegepast.
Heeft mijn moeder toch stiekem de wereld een beetje verbeterd met mijn naam. Stoer.
Nu we mobiele telefoons hebben, hoef je nauwelijks nog ontmoetpunten te hebben op festivals. Je smst elkaar simpelweg waar je staat, zo simpel is het. Lowlands heeft er nog steeds een echter, traditioneel op dezelfde plek. Elk jaar heeft hij een andere vorm. Zo was het ooit een wortel. En ik kan me ook nog herinneren dat het een raket is geweest. Er was geen enkele discussie over, of het een wortel of een raket was. Heel praktisch dus eigenlijk.
Nee, dan dit jaar. Ik ben erg benieuwd wat je dit jaar zeggen moest. Is het een schip met zwabbers eraan? Een hangplant. Of zei men simpelweg "Ik zie je bij het ding " ?
De eerste dag heb ik - grofweg - gegeten wat ik normaal ook zou eten. Niemand zou vermoeden dat ik officieel aan het diëten ben. Een boterham en een eierkoek in de morgen, fruit tussendoor, een als salade voor de lunch en 's avonds rijst met groenten. Niks aan het handje.
Toch had ik steeds honger en ik was ontzettend kortaangebonden en sacherijnig. Je wilt het niet weten. Ik uitte het niet allemaal, ik wilde niet dat mijn collega's, de kassadame en vriend het moeten ontgelden, maar ik ben woest van binnen.
Toen ik mijn handen waste op het toilet, keek ik mezelf aan. Ik dacht koortsachtig na, waarom ben ik nou toch zo boos? Waarom irriteerde alles me vandaag?
Wetenschappers denken dat bepaalde genen in de hersenen voor stress zorgen als een bepaalde voeding niet aangeboden wordt. Dezelfde verschijnselen zien we ook bij drugs- of alcoholverslaafden terug, als ze hun verlangens niet meer kunnen bedwingen. Wetenschapper Dr. Valentina Sabino denkt dat lijners dezelfde stress beleven als ze bepaalde voedingsmiddelen willen mijden; op die manier zijn er bepaalde overeenkomsten op neurobiologisch gebied met drugsverslaafden.
Jeetje.
Prikkelbaarheid is dus heel normaal. Zoals ook depressie en agressie ... maar dat had ik gelukkig nog niet eens.
Maar als geldt wat voor drugsverslaafden geldt, dan gaat het dus ook voorbij. Deze verschijnselen verdwijnen na ongeveer drie tot vijf dagen. En dat is als je heroïne hebt gespoten. Dus met mij komt het ook wel goed, want het zat alleen maar tussen mijn oren.
Vroeger klaagden mijn ouders wel eens over de telefoonrekening. Ik belde namelijk elke avond met Tineke en met Wendy. Hele verhalen wisselden we uit, waarover weet ik niet meer. Per slot van rekening fietste ik met Wendy naar school en naar huis en zat ik met Tineke in de klas. We zagen elkaar dus uren. Maar toch moest de dag nabeschouwd worden.
Laatst bestudeerde ik mijn telefoonrekening, omdat ik moest kijken welke nummers ik kon declareren op mijn werk en welke niet. Ik kwam erachter, dat ik nauweljks meer prive bel. Tot nu toe had ik het me niet gerealiseerd. Toch ben ik niet eenzaam of verlaten.
Volgens de The Washington Post hebben e-mailen en sms-en het telefoongesprek hard doen afnemen bij de zogenoemde " millennials" (those in their teens, 20s and early 30s)
Waarom bellen we minder? Tja. Als ik het voor mezelf naga: een smsje stoort minder. De ontvanger kan het lezen wanneer hij wil, het bereikt hem altijd en het onderbreekt niets. Als iemand auto rijdt of op de wc zit of een diep gesprek voert, kan hij ervoor kiezen mijn bericht te laten wat het is. Een sms niet direct beantwoorden is niet erg, je telefoon niet opnemen is meteen een ding Het gaat erom dat mijn vraag bij de ontvanger terecht komt, wanneer precies is niet het allerbelangrijkst. Bovendien heb ik niet altijd zin om zelf mijn bezigheden te onderbreken; het sturen van een sms is dan zo gebeurd terwijl bellen alles stillegt.
Dat klopt, volgens de Washington Post. Jongeren schijnen bellen zelfs onbeleefd te gaan vinden, omdat het zo'n interruptie is.. Volgens Deborah Tannen, snappen oudere generaties niet hoe jongeren omgaan met hun telefoon. Als je je ouders vergeet terug te bellen, is het niet zo dat je ze afscheept, maar de ouders denken dit vaak wel.
Als we bellen, hebben we ook nog kortere gesprekken, vaak in de trant van "ik ben wat later". Vaste lijnen nemen bovendien af. Misschien komt het, omdat we het drukker hebben gekregen of omdat we beter worden in time-management? Wat denken jullie? En bellen jullie ook minder?
Mijn schouder is ontstoken. Dat is wat de dokter zegt, dus dat geloven we maar. Een peesontsteking, naar alle waarschijnlijkheid.
Ik heb er pillen voor, ontstekingsremmers.En ik heb pijn, want dat hoort er ook bij.Het voelt alsof iemand een briefopener onder mijn schouderblad heeft gezet en daar op gezette tijden aan morrelt. Als ik ga liggen bijvoorbeeld. Of als ik fiets. Of als ik te lang typ of muis. Dus moet ik veel rusten. Het is niet leuk en ik heb zin om erover te zeuren. Maar zeuren heeft geen zin.
Dus, bij deze, om me op te beuren de .. voordelen van een schouderontsteking:
iedereen is extra lief voor je.
je hoeft niet te sjouwen, want dat kan je niet.
Ok, dat waren ze. De lijst van nadelen is vele malen groter, maar het positieve is nu in ieder geval gezegd. Hoop dat het heilzaam is.
2 augustus 2010 was de eerste dag van de rest van mijn leven, dat zou ik in ieder geval gaan geloven als ik op de website van de Weight Watchers rondkijk. De site is licht vormgegeven en staat vol met mensen die het helemaal zien zitten in het leven. Op de site staan ook succesverhalen mensen die, bijvoorbeeld, 27 kilo kwijt zijn. De voor-foto's zijn altijd amateuristisch en niet zo flatteus (vaak op een boot ... waarom zou dat zijn?) de na-foto's zijn gemaakt door een professionele fotograaf. Onwillekeurig moet ik denken aan de persoon die me vertelde dat dat soort foto's en verhalen zelden echt zijn. De foto's komen uit de Oekraïne en de verhalen zijn geschreven door een stagiaire.
Maar laat ik niet zo kribbig doen.
Het idee is heel eenvoudig, zo eenvoudig dat je denkt "waarom zou het niet lukken? waarom zou ik niet op een dag zo'n lachend iemand zijn?". Alle voedingsmiddelen hebben punten je mag een bepaald aantal punten op een dag. Aan jou hoe je ze besteedt. Ik mag met mijn lengte en gewicht 32 punten tot me nemen. Maar, met sporten kun je punten verdienen, dan mag je dus een keer wat meer eten of drinken.
Volgens mij is het echt een goed concept, omdat je namelijk alles mag blijven eten. Je hoeft niet te stoppen met bier, aardappelen, pasta, brood of salade, dat heb ik trouwens allemaal al eens gedaan. Je moet ze alleen doseren en beperken. Bovendien leren ze je om kleine doelen te stellen. Natuurlijk, ik zou met mijn lengte eigenlijk 20 kilo minder moeten wegen, maar als ik mijn lichaamsgewicht met 10% terugbreng zou dat ook al heel mooi zijn. Door je 10% doel te halen kun je zowel je cholesterolgehalte als je bloeddruk verlagen. Je merkt dan ook al verschil en bent dus gemotiveerder om door te gaan.
Omdat ik vandaag vrij ben, besloot ik meteen maar te beginnen. Ik moet dus noteren wat ik zoal eet zo de punten de baas blijven, zeg maar. Ik vind er nu al niets aan, want ik realiseer me dat ik alles moet veranderen. Een Leffe Donker, een van mijn lievelingsbiertjes, is 8 punten. Dat betekent dat ik die beter kan schrappen, want het is een derde van wat ik dagelijks überhaupt mag hebben. Ik moet goed opletten hoeveel boter ik smeer, hoeveel gram brood ik neem en hoe vet Snelle Jelles eigenlijk wel niet zijn. Gelukkig is cola light 0 punten. Dat scheelt.
Dat opschrijven vind ik sowieso niet tof. Maar ik denk dat het wel zal wennen. Ik denk dat ik hier door heen moet. Het is tenslotte de eerste dag van de rest van mijn leven??
Mijn kroegkennis Hans schrijft een boek. Een roman nog wel. Hij doet daarvan af en toe verslag via Facebook. Hij deelt een citaat of een ideetje van tijd tot tijd.
Laatst schreef hij een stukje over "wijven". De zin luidde: "wijven willen namelijk niet een erudiete en eerlijke man, maar één die liegt tot hij erbij neervalt." Hij kreeg er zo'n twintig reacties op. Meisjes die zeiden juist wel een eerlijke man te willen. Mensen die zeiden dat vrouwen inderdaad niet te vertrouwen zijn. Mensen die zeiden dat mannen niet te vertrouwen zijn. Iemand die zei dat vrouwen de slachtofferol in perfectie spelen.
Deze discussie speelde in mijn gedachten toen ik vandaag naar huis fietste door mijn stad. Hans heeft nergens gezegd dat de uitspraken zijn eigen mening zijn. We kunnen dus niet weten aan wat voor boek hij precies werkt. Voor het zelfde geld zijn dit uitspraken van een verderfelijk personage met wie de ik-persoon geen enkele omgang wil. Toch denken we dat Hans dit zelf zegt. Terwijl hij dat nergens pretendeert.
Onwillekeurig kwam Een Nagelaten Bekentenis in me op. Deze roman van Marcellus Emants uit 1894 is geschreven vanuit de ik-vorm. Die bekende een moord te hebben gepleegd. Voor hem is het duidelijk dat zijn vrouw een verhouding had met de dominee en daarom moest ze sterven.
De ik-vorm was een belangrijke proza-vernieuwing vormt voor die tijd. Deze vertelwijze moet de indruk versterken dat Termeer (de hoofdpersoon) een willoos voorwerp is van erfelijke factoren en dat de doodslag onafwendbaar is. Maar, wat deze vorm voornamelijk deed was het hoofdpersonage identificeren met de schrijver. Emants werd voortdurend uitgescholden op straat en in de kranten.
Het is 2010, meer dan 100 jaar later, en we kijken nog niet genuanceerd naar schrijvers en hun personages. Ook ik werd verleid om te denken dat Hans deze uitspraak over wijven zelf meende. Het brein gaat niet op zoek naar nuance of context, zoveel is zeker.
Maar met Hans komt het wel goed. Door het publiceren van slechts een citaat wordt hij al vergeleken met Marcellus Emants. Wie weet wordt over hem ook in 2126 nog geblogd of gefacebookt.
Laatst maakte iemand een geintje over dikke mensen. Iedereen lachte hartelijk om de moppentapper. Wateengrapjasissettoch. Ik lachte maar zo'n beetje mee. Als de beroemde boer met kiespijn. Want, ook al is het een overduidelijk geintje en hoef ik me ab-so-luut niet aangesproken te voelen, toch doet zo'n grapje zeer. Ik ben namelijk te dik.
De Wereldgezondheidsorganisatie vindt een BMI tussen 18,5 en 25 als ideaal voor een gezond individu. Ik heb een BMI van dertig. Dat betekent dat ik officieel wordt beschouwd als zwaarlijvig.
"Daar moet iets aan gebeuren" denk ik al sinds mijn 20e. Maar het is nog nooit gelukt. Toch blijf ik doorgaan. Verslag daarvan op dit weblog. Ik wil niet meer lachen als een boer met kiespijn, ik wil gewoon echt lachen. In een lekker lijf.
Als kind maak je aan de lopende band verlanglijstjes. Zowel de Sint als je verjaardag hebben er eentje nodig. Onbekommerd schreef je daarop, wat je wilde hebben.
Naarmate je ouder wordt, maak je er een stuk minder. En als je het doet, bijvoorbeeld als je gaat trouwen of bij kerst bij je schoonouders, moet je op allerlei dingen letten vind je. Is het niet te veel wat ik vraag? Breng ik niemand in verlegenheid? En dat is jammer. Want beseffen wat je verlangt, wat je echt wil, is harstikke handig. Het geeft je richting, het helpt je dromen. Mensen worden bewogen door verlangens.
Daarom zal ik hieronder een verlanglijstje van mij aan je tonen:
Ik zou graag willen... :
moeder worden
een boek schrijven dat ook echt in de winkel komt te liggen.
lang haar tot over mijn schouders (ik probeer het al jaren en faal al jaren jammerlijk)
" Ons vermogen om langs elkaar heen te leven is groot. Mooi dus dat er technologie bestaat die de kans op een toevals-, of misschien wel gewenste treffer vergroot. Internet biedt geen garanties, maar wel ontelbaar meer gelegenheden dan fysieke nabijheid alleen."
Lees de prachtige column van Arjan Dasselaar er maar eens op na.
Een dame vroeg me, juist toen ik geld op mijn OV-chipkaart stond te storten, of ik wist waar ze haar kaartje kon afstempelen. Ze had grijze krullen en een camelkleurige trenchcoat. Ze zwaaide met een vrijreizen-kaartje.
" Sorry mevrouw," zei ik beleefd "dat weet ik niet. misschien kunt u het aan de ns-balie vragen?" " Nee, dat is natuurlijk uw tijd voorbij" zei ze snibbig toen ze een blik op mijn OV-chipkaart wierp. Met vastberaden stappen en een nare streep als mond beende ze weg.
Rouwproces, noemen ze het, met fasen. Eerst heb je ontkenning, dan boosheid. Daarna schijnen mensen te gaan onderhandelen en vechten; je probeert het verlies beheersbaar te maken, het leven weer in eigen hand te nemen door doelen te stellen of beloften te doen. Mensen gaan trainen voor de marathon bijvoorbeeld. Als verdriet niet langer te ontkenen is, of als onderhandelen niet helpt, dan volgt de depressie. Als je door de depressie heen bent, dan volgt de acceptatie. “Mensen die niet meer zonder bril kunnen lezen kunnen een leesbril kopen “ staat er op wikipedia plompverloren bij als voorbeeld.
Ik kan het niet lezen zonder in de lach te schieten. Alsof je wacht met het kopen van een leesbril totdat je al je rouwfases doorbent en tot die tijd tastend en struikelend door het leven zou gaan omdat je er niet aan toe bent. Wat een onzin. Je zult wel hem wel moeten komen om normaal door je leven te manoeuvreren. En daarbij: elke keer als je de leesbril uit je tas haalt zul opnieuw iets moeten overwinnen.
De fases zijn bedacht. Het is omschreven door mevrouw Kübler-Ross. Altijd al een hekel gehad aan dat idee. Door woorden als “proces” en “fasen” lijkt het alsof er een stijgende lijn in zit, het lijkt verdorie wel een computerspelletje waarin je punten moet halen om het volgende level te behalen.
Je zou je rouw ook kunnen afsluiten. Gewoon door een moment te kiezen waarop je een ritueel uitvoert. Daarna is het gedaan.
Was het maar zo simpel.
Kon ik maar in een witte jurk het bos ingaan met een kaars om te zeggen “nu is is het klaar” en dat het dan klaar was. Wist ik maar zeker dat ik er ooit 100% overheen zal zijn, dat ik ooit niet meer verdrietig zal zijn en niet meer zal missen. Dat het een plekje heeft, zoals men dat noemt.
Lijden is niet iets waar je sterker van wordt. We leren altijd, vanuit de Christelijke traditie waarschijnlijk, dat lijden loutert. Dat het ergens goed voor is. Misschien moeten we gewoon accepteren dat verdriet klote is en zinloos. Geen opbouw, geen reden, geen zingeving. Of in ieder geval niet veel.
Ja, het word dragelijker. We zullen wel moeten. Je kunt nu eenmaal niet de ganse dag huilen. Op een gegeven moment moet er brood op de plank, er moeten kamers gestofzuigd en rekeningen betaald. We moeten overleven. En langzamerhand leer je je steeds beter beheersen. Je leert niet steeds te krabben aan de wond, opdat een korstje kan groeien. Maar littekens zijn voor het leven. En soms vliegen ze je opeens aan, als je het het minst verwacht.
De dag na het overlijden van mijn moeder, ging ik een ommetje maken. Toen zag ik plots deze kat, achter een raam. Hoewel ik me totaal niet op mn gemak voelde, ging het toen wat beter met me.
Er zijn van de momenten die later samen te vatten zijn in één quote. Vaak gebeurt dat niet, dus als je een avond of een moment treffend kunt samenvatten in een zin die iemand zei, is dat erg bijzonder. Toch kan ik niet zeggen dat ik daarmee bezig was, die bewuste zondagnacht. Dat ik, om maar wat te noemen, besefte dat de zin die uitgesproken werd de nacht zou samenvatten.
Het was zondag en we waren op Rock Werchter. G. en ik waren naar onze vriendjes gereden, die daar al drie dagen in de volle zon braadworsten aten in de volle zon. Het rijden ging rap en onze vriendjes waren enorm blij om ons te zien. Een mooie dag volgde, al was het erg warm. We genoten van optredens van Vampire Weekend en Them Crooked Vultures en kregen kippenvel bij Pearl Jam. Erg bijzonder om een jeugdheld te aanschouwen in volle glorie.
Toen volgde het onvermijdelijke. We moesten gaan slapen. Of, we moesten de nacht doorbrengen, waarvan ik reeds eerder verslag deed. Op Werchter gaat de laatste avond gepaard met vuur, merkten we al snel. Niet alleen wordt er na het laatste optreden noestig fikkie gestookt op het veld, maar ook op de camping bleken festivalbezoekers het nodig te vinden om allerlei spullen in lichterlaaie te moeten zetten. De lucht die we inademden was doordrongen van wat eens een tentje was geweest.
Wij, gewend aan festivals die zo goed en voorzichtig georganiseerd zijn dat het bijna vervelend wordt, wachtten rustig af. En ja, daar kwamen de eerste mannetjes met oranje hesjes. Maar ze doofden het vuur niet meteen, er bleken niet veel blusmiddelen voor handen. Dieptepunt was, toen een security-man ons vroeg "hebben jullie toevallig een emmer?"
Rustig slapen was er toen niet meer bij.
Voortaan weet ik wat ik nodig heb om me veilig te voelen op een festival. Een emmer. Meer is het niet.
Aanvankelijk dacht ik, dat ik de vuvuzela niet zo'n probleem zou vinden. Hoewel ze niet mooi zijn, me erg onpraktisch lijken en een geluid voorbrengen waarvan ik als elftal meteen in staking zou gaan, had ik er in mijn persoonlijke omgeving weinig last van. Mijn collega's zetten de toeter niet aan hun mond en in de keurige buurt waar ik woon hoor ik er maar heel af en toe eentje. Keurige ouders laten hun keurige kinderen maar even blazen, voor en na de wedstrijd, dus er werd weinig geleden.
Tot ik naar Rock Werchter ging deze zondag. Ik bleef van zondag tot maandagmorgen; ik bleef dus slapen. Nou, ver geet dat slapen maar: ik bracht er een nacht door. Van 2 tot 7 verbleef ik in de tent in de slaapzak. En tijdens die uren werd ik van tijd tot tijd wakker van vreemd getoeter van een vuvuzela. Of eigenlijk: als men er niet op blies kon ik even indommelen. Ongelofelijk. Ik lag me met opengesprerde ogen te verbazen over de mens. Wie krijgt het in zijn kop om zoveel lawaai te maken als anderen slapen? En, belangrijker: wie heeft er zin en energie om de gehele nacht te vuvuzela-en?
Na de slaap thuis ingehaald te hebben, keek ik naar het journaal. Immers, een festivalganger heeft altijd het idee weken weggeweest te zijn. En, wat schetste mijn verbazing? Daar zag ik onze kroonprins en zijn dochter, vrolijk bezig met een vuvuzela! Onze toekomstige koningin blies er vrolijk op, alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Op de camping had ik volgehouden, maar nu braken mijn oranje klompen.
" Ja, dames, willen jullie bij die bank verzamelen. Bij die BANK. Anders lopen we allemaal weer door elkaar en dat schiet niet op" riep een vrouw. Een heerlijke middag was het. De zon scheen krachtig. Mijn collega's en ik hadden geluncht in de zon en we wandelden terug naar onze werkplek, met een mix van tegenzin en opgedane energie. Toen we opeens die stem hoorden, die zich in onze oren vastboorde. Ze bleef maar doorgaan.
We werken in een museum. We zijn dus gewend aan schoolklassen en roepende docenten. Dus zijn we gedreven geraakt in het negeren van dit soort oproepen. Nooit voor ons bedoeld immers. Maar nu was het zo hardnekkig, dat ik besloot om te kijken.
"Oh jullie horen niet bij de groep?" de vrouw was nog altijd geprikkeld. Dat zet je niet zomaar uit. " Nee, we werken hier" zei ik " voor hoe oud hield u ons eigenlijk?" vroeg ik nieuwsgierig. " Ik ben hier met een groep die ik niet ken. Ze zijn 18, 20 ofzo. Net als jullie" " U maakt mijn dag" zei ik.
Er wonen meer dan 750.000 mensen in Amsterdam. Dat zijn veel mensen. Amsterdam is danook best groot. Er komen ook dagelijks heel veel mensen in Amsterdam. Dat zijn mensen die er niet wonen, maar ze komen langs. Om te werken bijvoorbeeld, of ze komen op visite. Hoeveel mensen zouden er op een dag rond lopen? Misschien wel een miljoen. Of meer. Zeker op een dag dat er een voetbalwedstrijd is en mensen uit het achterland denken "kom, ik ga naar Amsterdam".
Het punt dat ik probeer te maken is, dat het enorm toeval was dat ik K tegenkwam. Ik liep van Vondelpark naar tramhalte. Zij fietste naar huis. Stel dat ik vijf minuten later opgestaan was van het kleed waar ik op gepicknickt had met mijn neef. Dan was het niet gebeurd. Stel dat ik iets harder had gelopen omdat ik geen pumps aan had gehad. Stel dat zij een fractie eerder naar huis was gegaan. Of ze was niet door de Eerste Constantijn Huygensstraat gefietst.
Maar, we kwamen elkaar dus tegen. Nadat we elkaar vijf jaar niet gezien hadden.Er was iets voorgevallen, wat we allebei niet precies meer konden achterhalen. En we praatten het uit, daar op de Eerste Constantijn Huygensstraat. Want het zat ons beiden al jaren niet lekker. Toen was het opeens opgelost.
Ik bedacht me dat er heel vaak iets aan de hand kan zijn, met name tussen vrouwen, wat voor verwijdering zorgt zonder dat dat nodig is. Het schuurt terwijl dat niet hoeft. Hoe vaak krijg je de kans om iets uit te praten wat sluimerde? Bijna nooit denk ik. Dus als het toeval je zoveel service geeft dat het kan moet je het doen. Veel woorden hoeven er niet vuil aan gemaakt te worden. Dan is het zomaar weer leuk.
En toen ik doorliep haalde ik lijn 1. Ik hoefde niet te wachten, hij kwam meteen de hoek om toen ik bij de halte stond. Ook service van het toeval. Goed geregeld.
Ik mag graag de horeca van mijn stad frequenteren, om het netjes te zeggen. Ja, ik ga graag naar de kroeg. En dat is niet omdat ik alcoholistische neigingen heb, maar omdat ik het heerlijk vind om te genieten van cafésferen en omdat ik graag tijd doorbreng met mijn vrienden en andere leuke mensen. Toen ik op mijn veertiende voor het eerst de kroeg inging kreeg ik de smaak te pakken en ik hoop het te doen tot ver na de pensioengerechtigde leeftijd.
Er zijn een paar kroegen in mijn stad waar ik de meeste voetstappen zet. Zo is er de kroeg waar ik ooit tegenover woonde, waar ik nog steeds wordt binnengehaald als buurvrouw, er is een cafeetje dat een naam heeft die neigt naar een rund met veel kleuren en er is een groot café in de buurt van een monument in onze stad. In de laatstgenoemde gelegenheid heb ik mijn geliefde ontmoet. Menig leuke avond heb ik er doorgebracht. Na mijn afstudeerborrel gingen we erheen. Kortom: er ligt een stukje van mijn leven. Ik kom er al jaren.
Laatst was ik er weer, met een groepje vrienden. Ik vroeg dus aan de bar, of er een bonnetje gemaakt kon worden. Wel zo handig als je niet telkens alle rondjes moet betalen, maar op het eind van het samenzijn kunt betalen. " Alleen vaste klanten krijgen een bon," zei het meisje. Haar toon was niet onvriendelijk, maar wel beslist. " Maar ..." bracht ik uit. " " En je komt me niet bekend voor" voegde ze eraan toe, met eenzelfde resoluutheid. Ze had vast een cursus omgaan-met-lastige-klanten gehad. Ik besloot er geen halszaak van te maken. Ik rekende af en voegde me bij mijn vrienden.
Opeens besefte ik het. Dit was een goed teken. Zolang je niet herkend wordt door het personeel, hoef je niet bang te zijn dat je te vaak in de kroeg zit. Opgelucht haalde ik adem. De goot ligt niet op de loer.
De zon en ik zijn vrienden. Op zich wel. Ik kan genieten van zijn glans op de daken, de stad en de humeuren van de mensen. Maar, ik moet ook flink uitkijken voor zijn kracht, want mijn lichte huidje kan niet veel hebben. Veel pigment lijk ik niet te bezitten, dus ik verbrand vlug.
Vandaag deed ik wat ik het liefste doe. Op het stand liggen met mijn lief. En boeken. Heerlijk. Factor 30. Maar toch verbrand. Gelukkig niet heel erg.
Op twitter moet je je boodschap in 140 tekens verpakken. Soms is dat best lastig. Je wilt veel vertellen, nuance tonen. Maar daar is niet altijd plaats voor, binnen die tekens. Toch merk je, dat je het leert. Dat je langzaam maar zeker een betere boodschapverpakker wordt.
Nu zijn er ook mensen, die een dagboek bijhouden in 1 zin per dag. Wel herinneringen vastleggen, maar niet te veel tijd kwijt zijn aan lange beschrijvingen. En een uitdaging: hoe vat je een dag samen in een zinnetje? Bij het nummer van Flow dat nu in de winkel ligt, krijg je zo'n boekje...
Ik heb weer eens zo'n week. De dagen lijken lang, moeilijk en totaal niet productief. Misschien valt het reuze mee, maar ik heb het idee dat ik niets gedaan krijg. Ik heb simpelweg niet zo veel energie, lijkt het.
Gelukkig schijnt je dit patroon te kunnen doorbreken.
Volgens Roberta Mittman is 's avonds werken een belangrijke energiekiller. Doordat we thuis bij onze werkmail kunnen, vervagen grenzen en ben je toch thuis aan je werk aan het denken. En eigenlijk negeer je dan de hints van je lichaam voor rust en herstel. Het ritme van je lichaam gaat naar de haaien. Je lost dit op door een tijdslimiet te stellen. Stop gewoon met werken op een bepaald tijdstip. En als je moe wordt voor die tijd, luister daar dan naar. Het "nog een dingetje doen" -syndroom is een soort val. Uitkijken dus!
Ook vertrouwen op cafeïne is niet goed. Natuurlijk is een bak koffie een belangrijk deel van het wakker worden, maar heel de dag van kop naar kop leven, komt op den duur keihard terug. Cafeïne creëert namelijk spanning doordat het je stresshormonen opppookt. Ook krijg je meer zin in zoet door cafeïne. En cafeïne laat je je moeheid negeren. Dus, beter kun je na een kop koffie groene thee gaan denken. Of koffie met wat minder cafeïne. Na twee dagen is koffie makkelijker te weerstaan.
De derde energiekiller die Roberta beschrijft is het hebben van veel verwachtingen of geen verwachtingen. Een lijst maken van dingen die je zou moeten doen is op zich niet slecht, maar als je het lijstje niet kunt afmaken, word je er ongelukkig van. En geen lijst maken is ook niet handig, want dan heb je geen overzicht meer over wat je gedaan hebt. Bovendien blijft alles spoken door je hoofd. Het is belangrijk om te proberen realistisch te blijven en dingen op je lijst te zetten die je echt kunt waarmaken. Afstrepen wordt dan een stuk leuker.
Herkennen jullie deze drie punten? Ik wel. Ik ben schuldig aan alledrie. Tijd om het patroon te doorbreken dus. Ik heb geen zin om een hamster in een draaiwiel te blijven. Of zal ik toch nog even ... ?
Het vreemdste van het rookverbod is nog wel, dat je plots samenkomt in rookruimtes. Er zijn mensen die roken en mensen die meegaan met mensen die roken. En daar sta je dan. Niet te lang natuurlijk. En het mag vooral niet te gezellig zijn in zulke ruimtes, want anders ga je niet vlug genoeg terug naar de bar om te bestellen. Je wacht ergens op, maar het is geen wachtkamer.
Vanavond is er een film met Meg Ryan op TV. Vriendlief en ik kijken ernaar met wijn, zoutjes en sigaretten omdat dat het beste lijkt vanavond. We zijn moe en duf en hoeven niets. Opeens zegt hij "jij lijkt wel een beetje op Meg Ryan".
Dit is het dan, het moment waar ik altijd op gewacht heb.
Als bakvis wil je niets liever dan lijken op een beroemdheid. Je wilt net zo zijn als zij. Je vergeet dat filmsterren altijd perfect opgemaakt zijn en goed uitgelicht. Je wilt geloven in de droom. Je denkt dat dat leven is.
Het gebeurde me echter nooit.
In mijn leven ben ik veel ben ik vaak vergeleken. Het gebeurt me nog steeds van tijd tot tijd. Maar nooit zijn het filmsterren of zangeressen waar ik mij mee mag meten volgens anderen.
En altijd als ik word vergeleken moet ik denken aan die winteravond in het jaar 2001. Ik was weer eens op stap met een zeer knappe vriendin. " Je lijkt op Helen Hunt" zei een heerschap tegen haar. " En jij, jij ..." zei het heerschap " jij lijkt op tante jenny" Dat daarna een heel betoog kwam over die leuke, fijne tante Jenny hoorde ik al niet eens meer. Het enige wat ik denken kon was, dat mijn vriendin een filmster was en ik een tante. En ik weet niet hoe het met u zit, maar ik vind het woord tante al oncharmant, laat staan filmsterrenwaardig. Het was natuurlijk ontzettend tof bedoeld. Bovendien zijn het desbetreffende heerschap en ik nog altijd vrienden, terwijl de Helen Hunt al eeuwen uit beeld is verdwenen.
En nu zit ik hier, met vriendlief, tien jaar later. En hij schudt zomaar Meg Ryan uit zijn mouw. Zou hij de ware zijn?
Andere jaren heb ik me bezig gehouden met voetbalkampioenschappen. Ik was in kroegen als "onze jongens" moesten spelen en keek naar de wedstrijden. Ook riep ik soms heel hard "oeh" als het me niet zinde. En natuurlijk juichde ik als het echt wat werd met die voetballers.
Erg gezellig, maar eigenlijk was ik er wel van doordrongen dat het nergens over gaat voor mij, die overbetaalde types die tegen een bal trappen in een of ander zonnig land.
Dat mensen zich er zo door mee laten slepen, is ook zoiets. Natuurlijk is het leuk om blij te zijn, mee te leven, je uit te dossen. Maar wat laten we onze voetballers snel vallen als het balletje niet vaak genoeg in het doel komt! Het is "we" hebben gewonnen en "ze" hebben verloren. Sportiviteit is dus eigenlijk ver te zoeken. En dan heb ik het nog niet eens over al die rottigheid in de stad en de grimmige sfeer. Bah.
Dus met dit WK deed ik een experiment. Ik besloot dus voor het eerst niet mee te kijken. Om eens te kijken of het zou bevallen, of ik het zou missen. En mijn bevindingen zijn: ik mis niets. Kijk, nu zijn de supporters blij. Mensen zingen op straat en blazen op rare toeters. Ze drinken en ze lachen. En als Nederland verliest, is het weer allemaal kommer en kwel. Het heeft iets manisch en iets heel depressiefs. En dat heb ik dus allemaal niet deze keer. Zo heerlijk rustig!
" Maak eens een lijstje van de dingen die je het liefst doet. En kijk eens of je er wel genoeg tijd voor maakt" zei Jan Peter (Bogers, niet Balkenende) tijdens een workshop die ik bij hem volgde. Ik weet nog dat ik het onzin vond. En absoluut niet op mij van toepassing. Natuurlijk, andere mensen laten zich meeslepen in de maalstroom van het dagelijks leven. Maar ik niet hoor. Nee, ik, de chick on herbal tea met haar spirituele boekjes, ik weet echt heel goed wat ik moet doen ... en ..
Tot ik inderdaad eens ging zitten om zo'n lijstje te maken. Gewoon eens kijken waar ik blij van word, wat ik graag doe. Al snel ontstond onder mijn handen een lijstje met tien dingen. Schrijven stond op het lijstje, daar hoefde ik geen seconde over na te denken. Toch doe ik het maar zelden buiten werktijd. Blogs versloffen en de opdracht voor mijn schrijfcoach ligt onaangeraakt op mijn bureau. Yoga en meditatie? Ik loop de hele dag tegen mensen te zeggen dat ze het moeten doen, maar ik kom er nauwelijks aan toe. Mijn mooie yoga-boek van Johan Noorloos ligt onaangeraakt op mijn nachtkastje en mijn goede voornemens zijn niet gestart. Striptekenen behoort ook tot het verleden. Ik begrijp niet waar de tijd blijft en hoe ik zo veel minuten niet spendeer aan wat ik het liefste doe. Nu heb ik
Inderdaad heb ik een baan die me opslokt, dat is zeker, maar zo ver afdrijven van wat je graag doet is natuurlijk geen goed idee. Zo kom je inderdaad in een maalstroom. Zo ga je denken dat je nergens meer tijd voor hebt. Zo kom je nergens aan toe.
Ik geloof dat ik mijn lievelingsdingen-lijstje ga hanteren als to-do-lijstje. Wel zo gezond.
Ik wachtte op meneer F bij een koffietentje. Ze draaiden prachtige muziek. En zomaar opeens was ik blij dat ik er was. Het leek volgens plan allemaal, ofzo.
Oh, wat had ik graag een gedicht geschreven. Wat zou ik graag vertellen over vanalles, de dingen die ik meemaak en de mensen die ik ontmoet. Maar omdat ik opeens zo tevreden was, dacht ik alleen maar "mooi".
Nee, ik weet dat ze niet mooi zijn. Of elegant. Of zelfs maar aantrekkelijk. Heus. Maar ik wilde wel eens een zomer zonder blaren, tintelingen, eelt, schuren en wondjes. Dus ja, ik heb ze. Terwijl ik altijd gezegd had niet te zullen zwichten. Op mijn werk blijf ik heus rondrennen op hakjes. Maar ik kijk al uit naar thuiskomen en afscheid nemen van mijn blarenpleisters en het aantrekken van mijn Birkenstocks.
Muziek speelt vaak een belangrijke rol. Best kans dat u nog nooit over de dood hebt nagedacht, maar wel over de liedjes die u wilt laten spelen bij uw uitvaart. Het is een momentum, een speciaal slotakkoord voor jou.
Een van de moeilijkste dingen die ik ooit heb moeten doen, is dan ook het kiezen van twee liedjes voor de begrafenis van mijn moeder. Ze overleed voordat ze haar gehele begrafenis had kunnen regelen. Een begrafenis zonder muziek leek me geen optie, dus ik moest mijn hersens pijnigen om iets te bedenken.
Eigenlijk was het heel makkelijk, want er was een liedje dat me had achtervolgd, namelijk "Perfect Day" van Lou Reed. Het werd op het carillon gespeeld in mama's stad. Elk uur hoorde ik het, dus het bleef goed in mijn vermoeide geheugen achter. Elke keer dacht ik "het is nu een perfecte dag, want je bent er nog" en dan werd ik zowaar een klein beetje blij.
En toch had het iets onbeleefds, zomaar een liedje kiezen voor iemands uitvaart. Goed, het was dan wel uit de jaren '70 en ik dacht wel dat ze het een mooi nummer vond. Maar toch knaagde het. Toen ik de maandag na de zaterdag in de stad liep om een zwarte jurk te kopen voor de uitvaart, bleef het maar in mijn gedachten. Meneer F en ik dronken een kop thee aan de leestafel in een café. Ik sloeg een tijdschrift op en daar was de tekst van Perfect Day. Paginagroot.
Het lied komt sindsdien wel vaker op mijn pad. Dat komt misschien omdat ik er een antenne voor heb en ook omdat je het lied vaak hoort. Het is een ordinaire popklassieker. Maar toch, het komt vaak langs. Ik hoor het uit een winkel als ik op weg ben naar mijn werk. Iemand fluit het in het vliegtuig. Een singer songwriter speelt het in de pub. En dit jaar werd het weer op het carillon gespeeld.
Maar wat ik vrijdag meemaakte sloeg alles. Ik bezocht het optreden van The Gossip op Pinkpop. U weet wel, de band met de "lijvige frontvrouw" Beth Ditto. Dat is een feestje hoor, er wordt gedanst en gesprongen. Wat ik niet verwacht had, is dat ze tot vier keer toe Perfect Day zou zingen. Acapella. Zelfs toen haar band al van het podium af was. Gevolg was dat iedereen het lied zacht zong bij het weglopen.
Ik had met mijn moeder afgesproken dat ze een teken zou geven. Misschien is dit het.
In het dagelijkse leven ga je niet uren buitenstaan als het regent. Het mooie van een festival is, dat je soms de regen niet voelt. Je geniet van muziek en hebt het niet koud.
Het mooiste van een festival zijn niet de grote velden en de groto mensenmassa's. Het mooiste zijn de kleine plekjes waar je even tot adem komt. Een onverwacht schoon toilet met papier bijvoorbeeld. Of een zitje bij een klein barretje onder een boom. Je kunt kijken naar de mensen, bent even veilig ofzo.
Wie naar een festival gaat, moet goed nadenken over wat hij inpakt qua kleding. Het kan 25 graden worden of 10 graden. Het kan stormen of er kan een hittegolf komen. En toch moet je ervoor zorgen dat je al die kleding met twee handen dragen kan. Sommigen laten het niet na om een advies te geven. Ik hoop dat ze zelf met mr. right op stap was.
Echt, als ik gebeld word door een soapster, heb ik nog altijd de neiging om na het gesprek een tijdje rond te springen door de kamer, onderwijl uitroepend "die meneer is van televisie! en nu belt hij mij!" Dat zal wel iets van vroeger zijn. Amsterdamse kinderen zijn voor de kleuterschool al murw van alle acteurs en schrijvers die ze tegenkomen. Wie echter in Zeeland opgroeit ziet zelden bekende Nederlanders. En als je al beroemdheden ziet, dan is het van een afstandje. Op een podium met een dranghek ertussen meestal.
Dus als ik "gewoon" spreek met een Bekende Nederlander, begint mijn neus als vanzelf te krullen. Ik blijf het bijzonder vinden en ik blijf het bijzonder vinden. Het punt van blasé is nog niet bereikt, dat komt waarschijnlijk dus door het lage BN-gehalte dat ik meekreeg tot nu toe.
Als je in de communicatie werkt, is het niet onwaarschijnlijk dat je af en toe een beroemdheid tegen het lijf loopt. Het kan zomaar gebeuren. Maar, als dat gebeurt moet je een beetje cool blijven, leerde ik al snel. Cooler dan je zelf zou zijn. Wij dames en heren van communicatie moeten meer dan welke beroepsgroep doen alsof het normaal is. En je mag geen handtekening vragen of op de foto gaan met ze.
Van de week heeft een collega stiekem toch een foto gemaakt van mij. Ik sta tussen de soapster en de beroemde presentator. En, het mooiste is, ik sta te bellen. Alsof het er allemaal niet toe doet. Maar ik weet nog dat ik heel de tijd dacht "woeeeiii ik sta hier tussen een soapster en een presentator".
Maar nu moet ik sterk zijn. Ik moet de verleiding weerstaan om u de foto te laten zien, of om te vertellen wie het waren. Anders word ik zomaar het communicatie-gilde uitgegooid. Dus, ik beheers me, goed?
Je denkt aan iemand. Vervolgens gaat je telefoon en ja hoor, het is de persoon aan wie je dacht. "Dat is je intuïtie" zeggen de mensen dan.
Toe nou toch.
Hoe vaak gebeurt het niet dat je aan iemand denkt en hij belt niet? Of hoe vaak belt iemand aan wie je niet dacht? Dat soort gebeurtenissen vallen ons niet op, we registreren het niet. Dus, als het een keertje wel gebeurt zijn we verrast en denken we meteen dat er meer is tussen hemel en aarde. Ik denk wel dat je met je gedachten de werkelijkheid kunt sturen, maar toeval bestaat ook nog gewoon.
Intuïtie is een zintuig. Op basis van eerder waarneming, informatie en cognitie krijg je een gevoel of een inzicht. Dat je moet oppassen met een bepaald persoon, dat je voorzichtig moet zijn in een bepaalde situatie. Directe aanleidingen zijn er niet, maar toch weet je het. Het is een uniek samenwerkingsverband tussen gevoel en verstand. En niet over te laten aan zweverige verklaringen.
Mijn lief loopt hard. Zo hard, dat hij meedoet aan halve marathons en andere evenementen. Vandaag ging ik voor het eerst mee, naar de halve marathon in onze stad.
Goedmoedig wuifde ik hem uit aan de start. Ik mocht zijn trui vasthouden, die moest ik bij de finish weer aan hem geven. Een heel moeilijke taak leek me dat niet, dus ik streek neer in een koffiehuisje nabij de finish om lekker tijdschriftjes te gaan lezen.
Toch knaagde het ergens. Was dit nu wat er van een hardloopvrouw verwacht werd? Moest ik niet iets doen met toeters en aanmoedigingen?
Na een half uurtje belde Sjoerd, de beste vriend van mijn lief. Of ik ergens langs de route zou gaan staan. Natuurlijk, dat was wat me te doen stond.
Ik racete naar het punt waar veel renners het moeilijk hadden en ik wachtte mijn lief op. Daar was hij, krachtig en stoer in zijn rode shirt, baande hij zich als een viking een weg door de andere lopers. Ik riep heel hard zijn naam en "HUP HUP JE KAN HET NOG EVEN VOLHOUDEN" Hij gaf geen sjoege. Hij had oordopjes in en draaide Eddy Vedder om de moed erin te houden. Dan hoor je je vriendinnetje niet.
Maar ik gaf niet op. Snel fietste ik naar een ander punt waar hij langs zou komen. Ik zweette erger dan de aanwezige hardlopers, maar dat deerde niet. En weer voerde ik mijn show op. Ik zwaaide. Ik riep zijn naam.
Het mocht niet baten.
Omdat de stad goeddeels afgesloten was, geraakte ik niet op tijd bij de finish. Mijn enige, simpele taak kon ik dus niet volbrengen. Paniekerig bewoog ik me door de menigte, maar ik vond mijn lief pas tien minuten later.
Mijn vermoeden werd bevestigd: hij had me totaal niet opgemerkt onderweg.
Het meest houd ik van tekstjes vinden. Als ik in de trein een briefje zie liggen of op een toiletdeur een spreuk lees, blijft hij minstens de rest van de dag bij me. Ik ga een verhaal bedenken bij de woorden of ik ga me proberen voor te stellen hoe het briefje daar gekomen is. Het leuke is, dat daar de gedachten op alle fronten van gaan stromen, zodat ik ook beter oplossingen voor problemen kan bedenken. Het zorgt dat ik niet stok.
Nu werk ik in mijn eigen stad, maak niet vaak gebruik van openbaar vervoer. Ook kom ik zelden in bibliotheken. Weinig kans om toevallig briefjes tegen te komen, zou je zeggen. Gelukkig kan ik sinds kort een kijkje nemen op deze website, waar "jumbledpile" ons de briefjes laat zien die hij gevonden heeft in de gevangenis waar hij als vrijwilliger werkt. Fijn!
Als je, bij het zien van een bord met eigeel dat hij op tafel heeft laten staan, niet geirriteerd raakt maar denkt "ach, hij heeft lekker een ommelet voor zichzelf gebakken, de schat"
Toen ik gisteravond klaar was met werken, was ik moe. En toen ik zo op de bank zat, moe te zijn, met een half oog kijkend naar Little Miss Sunshine, besefte ik dat ik niet moe was van de arbeid die ik verricht had. Dat vond ik een unieke ontdekking, want ik ben gewend aan moe worden van werk.` Ik was niet moe van het werk, maar van het weerstaan.
Mensen met wie ik overlegd had zetten druk op de de dingen. Ze maakten zich druk, ze warren aan het stressen. En, ze wilden mij meetrekken de stress in. Stresskippen willen altijd dat je meegaat, omdat ze zich dan niet alleen voelen. Als zij zich druk maken en ik niet, verstoor ik het evenwicht. Dat knettert.
Het lijkt alsof je mensen in twee categorieen kunt indelen: de mensen die oordelen en de mensen die dat niet doen. Misschien zijn het geen categorieen maar een schaal. Ik zit meer aan de kant van de niet-verzetters. Ik laat het meer over mee heen komen. Mijn medevergaderaars zaten meer aan de kant van het verzet en moesten dus heel veel energie en stress inzetten om de situatie het hoofd te bieden.
Maar helemaal goed, doe ik het nog niet. Eigenlijk zou ik me niets moeten aantrekken van de anderen, hen ook laten zijn zoals ze zijn. Niet meegaan in geklaag, gedoe of stress. Maar dat is erg moeilijk.
Veranderingen zitten soms in kleine woorden. Vergelijk de zinnen "ik moet werken" en "ik ga werken" maar eens met elkaar. Je verandert 1 woordje en meteen is het een ander verhaal. Moeten en gaan, moeten is negatief en dwingend, gaan heeft al meer energie in zich, er wordt iets begonnen, er komt iets van de grond. Verander je "moet" door "wil" of zelfs door "wil graag" dan gaat er al wat meer energie stromen.
Als je tegen jezelf zegt, dat iets moet dan lukt het vaak bijna niet meer om daar buiten te denken. Het lukt dan bijna niet meer, om te stoppen met wat je aan het doen bent. Je kunt veel moeten van jezelf. Hard werken, aardig gevonden worden, een to do list afvinken.
Als je veel moet, kan dat een grote muur worden.Als je niet oppast, raak je opgebrand. Ik denk dat je dat al kunt voorkomen door de woorden van je gedachten te onderzoeken.
Ingrid Bannik schreef er een interessant artikel over op haar website: http://www.banninkcoaching.nl/
“Ben ik dan ook je vriendinnetje?” vroeg je me. “Nee, jij bent mijn mama” was mijn antwoord. Als vijfjarige bezat ik een stelligheid waar het me later wel eens aan zou ontbreken. Ik ben het nog steeds eens met die opmerking. Moeders en dochters zijn geen vriendinnen. Misschien bespreken ze alle dingen die vriendinnen ook bespreken, maar het is niet hetzelfde.
Met vriendinnen loop je soms een eindje op in het leven, om later weer een andere kant op te gaan. Met je moeder kan dat niet. Je kent haar als je nog niet eens ter wereld bent gebracht en je zult altijd iets met haar moeten, of je nu wilt of niet. Een vriendin is vrijblijvender. Voor je moeder hoef je nooit beleefd te zijn. Ik kon mijn moeder bellen als ik jeuk aan mijn teen had, of als ik diarree had ofzo. Vriendinnen stel je van bepaalde dingen niet op de hoogte, je wilt voor een vriendin namelijk altijd aantrekkelijk blijven en geen gezichtsverlies lijden. Voor je moeder bestaat gezichtsverlies nauwelijks. Haar liefde is onvoorwaardelijk immers.
Tenminste, als je geluk hebt. Ik hoor de laatste tijd veel verhalen van dochters die helemaal geen band hebben met hun moeder, of lang niet zo’n warme als wij hadden. Ik hoor verhalen van verslaafde moeders en moeders die heel verkeerde dingen hebben gezegd of gedaan. En dan ben ik, ook met terugwerkende kracht, zo blij met jou.
Door jou heb ik een extra dimensie in mijn leven, want door jou heb ik mogen zien wat er allemaal kan. Jij gaf me de boodschap dat ik mag zijn wie ik ben, dat er niks mis met me is ondanks dat ik soms anders ben dan de rest. Je hebt me zachtheid bijgebracht, voor mensen die het niet makkelijk hebben, die minder geluk hebben gehad. Maar ook pit heb ik van jou en doorgaan, ook als het moeilijk is.
Allemaal leuk en reuze aardig, maar ik mis je natuurlijk gewoon verschrikkelijk. Ik mis je stem aan de telefoon, ik mis onze stomme grapjes, ik mis onze shoppingsprees in Rotterdam, ik mis het hebben van een ouderlijk huis, ik mis de onvoorwaardelijke band, ik mis het gekend worden, ik mis de krib om mijn kont tegen te gooien, ik mis het beeld van jou als oma, ik mis de herkenning, ik mis je verhalen over vroeger, ik mis het kind-zijn, ik mis … oh laat ik maar mee ophouden want ik kwel mezelf veel te veel. Het heeft geen zin je al te veel te missen, het is beter om energie te steken in het aanvaarden van jouw heengaan..............
Je maakt mij geen compliment als je zegt dat ik zo gevoelig ben. - Connie Palmen
" Dat je dat nog weet!" "Wat ben jij gevoelig zeg" "Dat je dat gemerkt hebt" "Overdrijf je niet een beetje?" Al zo lang ik me kan herinneren, hoor ik zulke opmerkingen. Tja, ik ben gevoelig. Heel erg. En leuk is dat niet altijd. Eigenlijk zou ik liever wat meer ijzeren hein zijn. Wie gevoelig is, laat zich namelijk makkelijker meeslepen door gevoelens en stemmingen van anderen en wordt sneller gekwetst. En alles komt nog harder binnen ook. Ik kon er dus weinig voordelen aan ontdekken.
Ik ben hoogsensitief zeggen ze. Hoewel ik een beetje een hekel heb aan al die ettiketten, kwam het in dit geval wel goed uit. Je kweekt er namelijk ook begrip mee. Ik vond het prettig om niet te hoeven denken dat er echt iets helemaal mis was met me. Ervaringen zijn bij mij gewoon wat intenser dan gemiddeld. Invloeden van de omgeving komen sterker binnen. Ik heb inmiddels geleerd om goed voor mezelf te zorgen.
Een gevoeligerd kan alles aan, mits hij maar goed voor zichzelf zorgt. Soms moet ik iets meer doen om in balans te blijven.
Het gaat er vooral om, om te weten wat je talenten zijn. Hoogsensitieve mensen zijn vaak opmerkzaam, meelevend, zorgvuldig en creatief. Het is niet alleen maar gedoe. Het is niet alleen een nadeel, het is ook een voordeel.
Op deze website las ik er nu eindelijk eens positief artikel over.
Rokjesdag is al geweest. De zomer gaat weer aanbreken. Of je het nu wilt of niet, straks komt de eerste stranddag, of de tijd van de korte mouwen. Voor een volumptueze vrouw als ik, toch altijd weer even slikken. Hoe zeer ik ook van de zon houd, ik blijf even een drempel over moeten als ik met blote benen de straat op zal gaan. Om over bikini's maar te zwijgen.
Laatst kocht ik in een opwelling een badpak in plaats van een bikini. Een heel leuk badpak, zwart me witte stippen. Misschien ben ik nog wel een beetje jong voor een badpak, maar voor mij voelde het alsof ik geen badpak kocht maar een bevrijding. De komende zomer zal ik niet meer verkampt op het strand liggen, maar durven bewegen. Ik vond het een fijne oplossing.
Laatst las ik de column Bikinistress in de Bijenkorf van Nienke. Ze ging op zoek naar een bikini, zoals de titel al doet vermoeden. Ze beschrijft de vreselijke opgave die het is, shoppen voor een bikini. Als ik na het lezen van haar column een fotootje van Nienke zie, moet ik mijn best doen om niet meteen in een minderwaardigheidsdip of een depressie te schieten. Nienke is, in mijn ogen, namelijk heeeeel slank. En heel mooi. Als zij al wanhoopt bij het bikini-zoeken, waar moet ik dan heen met mijn maat 44?
Oh nee, ik moet niet wanhopen. Juist haar onzekerheid, bewijst dat alle vrouwen onzeker zijn. Enerzijds scheelt dat .. gedeelde smart is halve smart, anderzijds: als zij het al heeft over "overhangend buik-en rugvet" en "zwembandjes" dan is dat toch heel erg?
Sinds 12 dagen is het weer zo ver. Ik ben op dieet. Het heeft niets te maken met de naderende zomer, hoewel het idee in bikini te lopen me heus wel zorgen baart. Het heeft ook niet te maken met de wenst tot maat 36. Welnee. Het heeft te maken met lekkerder in mijn vel willen zitten. In letterlijke zin.
Struis, dat is wat ik ben. Ook werd het wel "romig" genoemd of "Rubensvrouw". Allemaal mooie woorden om te omschrijven dat ik iets te zwaar ben. Niet superzwaar, niet verschrikkelijk, maar wel een aantal kilo's te veel. Ik heb het al jaren. Zeker al een jaar of tien ben ik met mijn gewicht bezig, misschien wel langer. Het is een best een worsteling.
Die worsteling kan op twee manieren worden opgelost. Ik zal mijn best moeten doen om lekkerder in mijn vel te gaan zitten. Enerzijds door mijn voeding aan te passen - hoef ik me daar geen zorgen meer over te maken - en anderzijds door mijn gedachten bij te stellen. Wie een beetje te dik is, loopt daar namelijk heel de tijd over te denken en zichzelf te veroordelen. En daar is niks aan. Het maakt het bovendien niet relaxter.
Als je jezelf de put in kunt praten, dan kun je jezelf ook op de top praten is mijn idee. Het is mogelijk om grip te krijgen op je acties en gedachten. Na een week zat mijn broek al losser.
Grote wensen heb ik niet eens. De tijd dat ik wilde veranderen in een graatmagere, is voorbij. Dat past niet bij mij. Je weet het nooit, maar ik denk dat het deze keer het succesverhaal wordt waar ik al zo lang naar verlang. Puur omdat ik besef dat wonderen niet bestaan.
“ Ben je gelovig? “ mensen vragen het me de laatste tijd vaak. Niet alleen omdat ik een mariakettinkje draag, maar ook in relatie tot het overlijden van mijn moeder. Of ik denk dat ze ergens is, in de hemel bijvoorbeeld. Ik vind het nogal een boude vraag. Alsof ik daar juist nu antwoord op moet hebben.
Mijn eerlijke antwoord is altijd, dat ik het niet weet. Natuurlijk zou ik graag opgaan in een groot verhaal dat alle onderdelen samenvoegt en de dingen zin geeft, maar keihard bewijs heb ik nooit ontdekt. En sinds ik de universiteit binnenstapte ben ik voorgoed een wetenschapper, of ik nou wil of niet. Het lijkt me heerlijk om overal een antwoord op te hebben, maar ik weet dat het niet zo zal wezen.
Freud noemde religie een dwangneurose. Er is echter ontdekt dat het een gezonde dwangneurose is: religieuze mensen langer leven, als hun geloof tenminste een beetje flexibel is. Strenggelovigen zijn juist weer vaker depressief. Geloven is veranderd; we doen niet meer klakkeloos wat de pastoor of dominee zegt, maar zijn zelf bezig met zingeving en levensvragen. Er zijn nu heel veel stromingen. We noemen het vaak “ietsisme”. Alle stromingen hebben ongeveer dezelfde kern, zo lijken de mystieke tradities van elke richting heel erg op elkaar. Maar echte antwoorden worden niet gegeven.
Ik vind vaak meer richtingen en ideeen aantrekkelijk en heb geen idee welke te kiezen. Maar ik blijf wel lezen en mezelf vragen stellen. Ik vind het interessant om te zien hoe mensen hun leven zin willen geven, hoe anderen de grote vragen beantwoorden. Misschien moet ik mezelf wel weifilige noemen in plaats van gelovige. Zou dat woord al bestaan?
Vorig jaar om deze tijd, vloog ik in allerijl terug uit New York. Met mijn moeder bleek het slechter te gaan dan gedacht, ze bleek niet alleen heel erg ziek maar ook stervende te zijn. Dag en nacht verzorgden we haar en verpleegden we haar.
En nu, lijkt het net alsof dat nooit is gebeurd. Alsof ze er nooit is geweest.
Ik werk, ik woon, ik verzorg de katten, ik lach met Streef en vriendinnen op het terras en ik geniet van de lente.
Het is volkomen irrationeel, ik weet het, maar toch is het zo: ik voel me schuldig. Het is raar dat de dagen voorbij gaan, dat ik soms niet eens aan haar denk, dat ik leef. Mijn geweten plaagt me. Ookal weet ik dat ik niet heel de dag verdrietig hoef te zijn, ookal weet ik dat ik haar kan eren en herinneren ook als ik haar niet de hele dag huil.
Je legt je zelf dit soort gevoelens op, denk ik, maar het is net alsof ik er niets aan kan doen. Ontkomen is moeilijk, want ik kan geen boete doen of iets ongedaan maken.
Het viel me laatst op: wanneer je iets over relaties zegt, komt altijd het verschil tussen mannen en vrouwen in de conversatie. Vrouwen kopen schoenen en kijken naar Grace Anatomy, mannen kunnen wel kaartlezen maar praten nooit over gevoelens, dat werk. En als die verschillen eenmaal te berde zijn gebracht, komt altijd de oertijd als verklaringsmodel naar boven. Je kunt er de klok op gelijk zetten. Altijd iets over toen we nog in berenvellen liepen en de mannen moesten jagen en de vrouwen de jongen zogen. Mensen knikken er altijd geestdriftig bij ook.
Bij geen enkele andere discussie zou je je mogen beroepen op de oertijd, het zou de grootste drogreden ooit zijn. (stel je voor:"erg he, hij is in elkaar geslagen" "ja dat deden ze in de oertijd ook" "oh oké, geen probleem") Maar als het om relaties gaat, mag iedereen roepen wat hij wil. En iedereen slikt het voor zoete koek. Zo komen er wetmatigheden in de wereld als "de jongen moet ouder zijn dan het meisje" of "in homorelaties is er ook een mannetje en een vrouwtje" en "mannen hebben bindingsangst"
Uit onderzoek kwam echter naar voren, dat sekseverschillen eigenlijk niet het belangrijkst zijn. Vooral opvoeding blijkt de boventoon te voeren. Omdat we worden grootgebracht met clichés en ideeën over wat mannelijk is en wat vrouwelijk, vertonen we ons gedrag. Niet omdat het per definitie waar is.
Het is dus om te draaien, zou je zeggen ... of niet?
Stel je voor. Ik sta in de lift met een collega. We praten over de Breestraat in Leiden, dat het zo'n heftige fietservaring is in de morgen. De goede man zegt "ze hebben het eens uitgezocht; de Breestraat is een van de drukste fietspunten van Europa"
Mijn grootmoeder is niet oud geworden. Mijn moeder verloor haar moeder toen ze twaalf was. In die tijd werden kinderen afgeschermd, je mocht er niet over praten, je mocht eigenlijk niet rouwen of afscheid nemen. Het heeft mijn moeder voor het leven getekend. Het gemis van haar moeder, maakte haar altijd verdrietig. Sommige muziek kon ze niet horen zonder te huilen.
Een van haar liedjes was “Geen kind meer”. Ze was zo aan dit lied gehecht, dat ze wilde dat het gedraaid werd op haar begrafenis. Velen die op de uitvaart waren, zullen gedacht hebben dat het voor mij gedraaid werd, dat ik het had uitgekozen. Maar het was niet zo. Het was haar lied.
Dat lied, wat moet een mens ermee. Het gaat over het lijden dat je vreest, je stelt je een groot verdriet voor als het hoort. Nu is dat verdriet inderdaad groot als het komt, maar het wordt ook gewoon weer dinsdagmiddag. Een beetje nuchterheid is geboden, me dunkt. En dit lied heeft natuurlijk van die speciale sniknoten erin om onze tranen te lokken. Maar, het blijft een mooie tekst, dat “Geen kind meer”.
Je leeft je eigen leven wat zij er ook van vindt
Op een gegeven moment doe je wat je zelf wil, ongeacht of je moeder het goed vindt of niet. Ik had altijd wel haar mening nodig, ik wilde hem wel horen. Soms als advies of richting, soms omdat je een krib nodig hebt om je kont tegenaan te gooien.
je bent allang geen kind meer al blijf je ook haar kind
Als je 29 bent, ben je geen kind meer. Ik was doctorandus, werkte, verdiende mijn eigen geld en ik betaalde mijn huur. Ik nam mijn eigen beslissingen. Maar, zo lang je moeder er nog is, blijf je een kind. Je blijft geborgen, ook al ben je negentig en zei honderdtwintig.
De dag waarop je moeder sterft dat jij wordt losgelaten en al haar eigenschappen erft die jij zo in haar haatte de scherpe tong, de bokkepruik de zure schooljuffrouw die zullen ze dan binnenkort herkennen gaan in jou
Dat klopt helemaal. Ik ben precies als zij soms, ook in de dingen die ik niet leuk vind. Ik heb dezelfde scherpte, dezelfde vinnigheid. Boos of sjacherijnig ben ik op dezelfde manier. Ook kan ik koppig zijn, ijzerenheinig doorlopen. En die zure schooljuffrouw, oh ja! Breek me de bek niet open.
en hoop'lijk ook de and're kant; de aardige, de zachte maar of je die hebt meegeërfd valt nog maar af te wachten
Tja, dat hoop ik inderdaad. De tijd zal het leren. Ik hoop net zo’n lieverd te kunnen zijn.
de dag waarna de rest een kwestie wordt van tijd en pijn de dag waarna je nooit meer kind zult zijn
Deze zin heb ik altijd wat zwaar op de hand gevonden. Natuurlijk is het verschrikkelijk om iemand te verliezen. (Of nou ja, verliezen is eigenlijk een gek woord. Als ik zeg “ ik ben mijn moeder verloren” klinkt het toch altijd alsof ik niet goed opgelet heb in de supermarkt. Bovendien is ze niet weg of kwijt. Een dode moeder is ook een moeder.) Maar dat je nooit meer kind kunt zijn, dat herken ik wel. De basis is verdwenen. Je kunt nergens meer heen. Gelukkig besef je snel dat je die basis zelf bent, dat het huis van je ouders in materiele zin misschien wel is, maar niet in je gedachten.
je hebt je goede vrienden nog die staan je ook dichtbij en als je soms een minnaar zoekt dan staan ze in de rij
Nou, of die minnaars in de rij staan, dat weet ik niet. Het is me in ieder geval nooit opgevallen. Vrienden heb ik inderdaad,begin ik weer langzaam te beseffen.
maar niemand zal meer weten hoe je met je pop kon spelen en niemand zal nog ooit je vroegste vroeger met je delen
Nee, dat klopt. En dat slaat me toch een krater. Je weet niets meer van je vroege jaren, behavel natuurlijk de verhalen die ze al verteld heeft. Het is een flink gemis als ik straks – deo volente – moeder zal worden.
de dag waarna je nooit meer kwetsbaar wezen kunt en klein de dag waarna je nooit meer kind zult zijn
De dag waarna je nooit meer kind zult zijn, is natuurlijk een prachtige vondst van Jan Boerstoel en Marnix Busstra, de tekstdichters van dit lied. Kwetsbaar en klein kan ik nog wel zijn. Bij mijn lief, bij mijn vrienden en wat te denken van bij mijzelf? Stukje bij beetje merk je dat je je eigen moeder kunt zijn, of dat anderen soms even willen moederen over je.
En het mooie zit in de lus van dit lied: ik besef ineens dat mijn moeder het ook zonder moeder heeft moeten doen. En dat ze een fantastisch mens was en een geweldige moeder. Als dat geen hoop geeft, weet ik het niet meer.
bij dezen de versie van Brigitte Kaandorp, die vind ik het briljantst:
Voor mijn werk zit ik vaak in de trein, vaak heb ik afspraken in Utrecht, Amsterdam of Den Haag. Ik vind het helemaal niet erg: het zijn kleine rustpunten in drukke dagen en drukke weken. Even ademen, even rust. Nu ontspan ik meestal niet door het sluiten van mijn ogen en ademhalingsoefeningen. Nee, ik duik liever even in iets anders dan de stroom waarin ik mij bevind. Dus: ik lees een boekje of ik luister naar muziek. Vorige week kocht ik in mijn onschuld een Viva om even in te verdwijnen.
De Viva ging over “ alles wat je over mannen wilt weten”. Maar niets bleek minder waar. Niet alleen stond er een enorm artikel in over piemels waarbij de geïnterviewden hun piemels hadden nagetekend. Verder stond er een stuk in over baarden en dat je er crèmespoeling in moet smeren. Bovendien was het blad doorspekt met kleine stukjes over wat bekende Nederlanders nu de definitie van mannelijkheid vonden. Mannelijkheid was bijvoorbeeld: - een punt kunnen zetten - dapper zijn als het erop aan komt.
Is dat mannelijk? Dan ben ik een man. Is dat wat ik wil weten? Niet echt nee. Gelukkig stond er ook een artikel over de mannenjurk. De grenzen tussen vrouwen en mannen worden dus steeds flexibeler en dat lijkt me prima. Iets minder in hokjes denken maakt het leven een stuk prettiger denk ik. Maar ja, ik moet me misschien ook niet door tijdschriften laten dicteren wat ik wil weten.
Soms is het alsof ik bewust aan het korstje ga zitten peuteren. Ik zet muziek op waar ik het niet droog bij houd. Of ik stel me voor hoe het zou zijn als ik haar nog een keer kon spreken. Ik denk aan alle dingen die ik zou vertellen en zou vragen, de stomme grapjes die we zouden maken over onze grote neuzen. Hoe we zouden lachen.
Ik weet niet goed, waarom ik dat doe.
Misschien is het nog niet zo ver dat ik aan haar kan denken in louter vreugde. Daar gaan nog wel wat jaren overheen, misschien lukt het wel nooit. Misschien zou ik het op, omdat het een ritueel is geworden. Misschien kijk ik zo, of het er nog is, het grote verdriet dat in het dagelijks leven naar de achtergrond verdwijnt. Ik heb geen idee. Misschien is het, omdat het een jaar geleden is.
" Je hart neemt soms een omweg" hoorde ik mezelf vandaag zeggen tegen een lieve collega. Ik vertelde haar, waarom ik intens verdrietig werd van de beelden van de aanslag op Koninginnedag 2009. Dat is niet zozeer omdat ik het erg vind voor de mensen die omkwamen. (dat ook natuurlijk). Het is omdat dat het laatste nieuws is wat mijn moeder en ik samen zagen. Ze ging er rechtop voor zitten, wilde haar bril op. Op Koninginnedag was ze voor het laatst haar scherpe zelf. Als ik deze dagen triest zal zijn, is het door die omweggetjes van het hart.
Haar sterfdag valt dit jaar op Moederdag. Een mooiere eer is er niet, vrees ik.
We zaten te praten in Utrecht, toen M opeens zei “Jij hebt lef en je bent nuchter, als je die zelfsabotage zou laten gaan kun je de hele wereld aan”. Het is me niet vaak overkomen dat ik in een paar woorden zo geschetst werd. Nou ja, mensen hebben het natuurlijk wel eens geprobeerd, maar niemand had het zo bij het rechte eind als hij.
Vreemd eigenlijk. Degene die wil dat supergoed met je gaat, ben je zelf. Maar degene die jou lijkt te willen dwarsbomen ben je eigenlijk ook zelf. Of nou ja, het zijn je eigen gedachten.
Ooit ben je aan een bepaald denkpatroon begonnen omdat het je iets opleverde, maar het wordt veel te groot en veel te invloedrijk en het gaat je belemmeren. Suzanne Unck noemt zulke gedachten en denkpatronen spoken; spoken fluisteren dingen in je oor waardoor je niet jezelf kunt zijn. Toen ik haar boek las, herkende ik er zo veel van, dat ik niet kon stoppen met blozen. Ook ik heb een legertje spoken. En wat is het prettig om van een negatief denkpatroon een spook te maken! Het wordt allemaal een stuk grappiger en minder eng en ongrijpbaar.
Vandaag hoorde ik een groot spook leeglopen, toen ik in een inspirerende omgeving twee afspraken na elkaar had. Zo simpel kan het soms zijn. Nee: zo simpel is het eigenlijk.
Op de Breestraat zit een platenzaak die alleen maar klassiek verkoopt. Ik wilde er al tijden heen om een mooie opname van de Messiah aan te schaffen. Vandaag ging ik, samen met meneer F, naar binnen.
Natuurlijk mocht ik even luisteren, zei de verkoopster die erg blij leek met twee niet-vijftigers in het pand. We mochten gaan zitten en kregen beiden een koptelefoon. De muziek was indrukwekkend mooi.
Opeens dacht ik aan die Goede Vrijdag dat F. en ik naar de Messiah gingen in de Royal Albert Hall in Londen. Het was schitterend geweest, overweldigend ook. We hadden helemaal niet gevoeld dat het uren duurde. Toen we buiten waren en onze route door Hyde Park vervolgden, belde ik direct mijn moeder om te vertellen hoe mooi het was geweest.
Het was alsof ik daar weer een ogenblik was, bellend met haar glasheldere stem.
Ik dacht aan hoe fijn het was om zoiets te delen, hoe ik dat miste. Ookal geloof ik dat de ziel niet sterft, het doet bij vlagen nog veel pijn, dat er een tijdperk is afgesloten. Dat het nooit meer terugkomt. Maar ik dacht ook aan hoe het, bijna een jaar na dato, beter met me gaat dan ik had durven hopen. Intussen bracht de muziek steeds meer kippenvel.
"Heb je hooikoorts?" vroeg de vriendelijke dame later bij het afrekenen. Ik zei maar van wel.
Toen ik nog Nederlands gaf aan buitenlanders, vond ik mezelf vaak terug in koddige situaties. Zo geef je vaak les over spreekwoorden, om het ijs en de spanning te breken en ook omdat je even de aandacht wilt afwenden van die akelige grammatica. Zo heb ik ooit de relatie tussen schrikken en schrikkeljaar uit staan leggen door een enorme sprong te maken in mijn lokaal. Ook heb ik oost, west,thuis, best staan mimen. Echt, wie een camera ophangt in zo'n klasje heeft jarenlang materiaal voor chantage, feesten en partijen. Het diende voornamelijk als onderbreking en verstrooiing. Ik verwachtte niet echt dat mijn expats daadwekelijk uitdrukkingen gingen gebruiken zoals helaas, pindakaas of die heeft ook het buskruit niet uitgevonden. Ik was al lang blij als hun Nederlands vooruit ging.
Toen ik gisteren op de markt liep met meneer F., werd duidelijk dat sommigen die woorden en uitdrukking wel degelijk gaan toepassen. We stonden bij de viskraam, die altijd een onwaarschijnlijke aantrekkingskracht heeft op meneer F. We bekeken de inktvissen. Naast ons stond een Afrikaanse man die begon te glilmlachen en plots zei " De een zijn dood is de ander zijn brood". Hij lachtte zijn slechte tanden bloot naar ons.
Ik weet zeker dat hij dit zinnetje heeft geleerd van een docent Nederlands. En ik stelde me voor hoe de Afrikaanse man al weken wachtte op de gelegenheid om de uitdrukking een keer te gebruiken, om te durven spreken. We namen vriendelijk afscheid. De man was zo blij als een kind, nog steeds.
Mijn moeder leerde autorijden in de tijd datnog niet iedere auto gordels had. In 1975 werd hij pas voorin de auto verplicht werd gesteld. Gevolg was, dat ze je altijd even aanraakte als ze hard moest remmen. Een klein tikje was het, een typisch gebaar bedoeld om te beschermen en attent te maken. Heel ouderwets, vond ik en ik lachte er altijd om.
Ik leerde fietsen in de tijd dat we nog fatsoenlijk leerden fietsen in de jaren tachtig. Ik steek dus mijn hand uit als ik afsla, iets wat ik fietsers vaak zie verzuimen. Heel irritant. Is je hand uitsteken ook ouderwets? Word ik later ook uitgelachen door mijn kinderen?
Elke keer ben ik weer vergeten, hoe veel ik van de lente houd. Tot het weer zo ver is. Het begint met die geur die al ergens begin maart je neusgaten binnenkomt. Je kunt de geur niet beschrijven, maar je herkent hem meteen als hij er is. Lente heeft ook veel met muziek te maken. Er zijn tonen die bij de lente horen en liedjes die alleen in het voorjaar tot hun recht komen. Lente heeft het meest met licht te maken, met zon. Lente heeft mooie namen zoals primavera en spring. Iedereen krijgt er goede zin van, dat is het vreemde.
Eigenlijk vind ik de lente het leukst. In de zomer zijn we al gewend aan zon. We klagen als het regent, omdat we vinden dat we zon verdiend hebben. In de lente grijpen we nog alles met beide handen aan, zijn we nog blij met elke mooie dag. Bovendien heeft de lente zoveel hoop in zich. Iedereen maakt plannen voor terrassen en dagjes strand en nieuwe hobby's. In de zomer zijn we vaak al zo ingekakt, dat dat er niet meer bij is en we alleen maar op een terras zitten met luie billen. We klagen dan zelfs over de warmte. Laat die lente nog maar even duren.
Als je iets of iemand verliest, kom je heel veel duistere emoties tegen, besefte ik van de week. Er is niet alleen verdriet, zoals je misschien zou denken. Er is ook woede, een mens kan ontzettend kwaad zijn op het lot of op de dood. En wat te denken van wanhoop. Ik lag op bed. Onze kitten hupte als een blij lammetje over de dekens. De oude kater zat rustig te dutten. Mijn armen had ik gekruist onder mijn hoofd en ik keek naar regen die op ons kleine dakraam tikte.
Onwillekeurig dacht ik aan alle dingen die ik moeilijk vind de laatste tijd. Beelden van mensen die gaan trouwen met hun moeder erbij, passeerden de revue. Terwijl ik daar zo lag, kijkend naar de regendruppels die alleen maar groter werden, kwam er een koetsje aan over de rand van het bed. Het was zo felgroen gekleurd, dat het bijna pijn deed aan mijn ogen. Toen het rijtuig bij mijn elleboog was –de katten hadden niets in de gaten – kwam het tot stilstand. Er stapten twee broodmagere mannetjes uit, onwillekeurig moest ik aan wandelende takken denken. “Wij zijn van de firma jaloezie” zei de langste. “Ga je met ons mee?” zei de kleinere en hij maakte een uitnodigend gebaar richting de koets. Hun stemmetjes waren krakerig. “Jaloezie is de oplossing voor alles,” zei de lange “het verteert alles en het vervangt alle emoties”.
Jaloers zijn, het is ontzettend verleidelijk inderdaad. Het is makkelijk en je hoeft nergens over na te denken. Gewoon even voor de geest halen wat andere mensen hebben, meer is het niet. Voordat mijn moeder stierf, was ik nooit zo jaloers aangelegd. Misschien had ik een bepaald basisvertrouwen dat alles in orde maakte, misschien had ik niet zo veel om jaloers op te zijn. Nu ben ik er best goed in, als ik niet oppas.
Jaloezie is behalve makkelijk, ook vernietigend. Het kost verschrikkelijk veel energie en je komt er maar moeilijk van af. Het is kleefkruid voor de ziel. “ Nee, ik ga niet met jullie mee” zei ik dus ook tegen de mannetjes van de koets. “Maar, “ zei de langste, duidelijk de welbespraakte van het stel “je hebt geen moeder meer en X heeft wel een moeder. En je kinderen hebben geen oma en ze zal nooit bij je bruiloft zijn en …” “Kan me niet schelen” zei ik, terwijl ik mijn hand ophief “ik ben jaloers zijn spuugzat” “Maar, wat ga je dan doen?” zei de kleinere “wat ga je dan voelen?” “ Ik weet het niet “ zei ik, naar waarheid “we zullen wel zien. Het onbekende is altijd nog beter dan het bittere”. Ik was nog niet uitgesproken of ze hadden hun koetsje al ingepakt en ze waren weggereden. Opgelucht viel ik in slaap. Je hoeft niet altijd mee, zoveel is zeker.
Pas geleden zag ik mezelf in een droom. Een colbertje had ik aan. Ik was tien kilo lichter en had een gezonde baby op mijn heup. En ik was ontzettend gelukkig. Ik stond in onze hal, boven aan de trap.
Tja. Je mijmert en je koestert wat verlangens terwijl je indut, dat meng je met wat gesprekken en indrukken van de dag en voilà , daar is het beeld. Hersenafval, noem ik het weleens oneerbiedig.
Sommigen zeggen dat je niet alleen kunt dagdromen over wat je zou wensen, maar zelfs met behulp van je verbeelding dingen werkelijk tot stand te brengen. Energie trekt soortgelijke energie aan, is het idee. Gedachten en gevoelens zijn als magneten die andere gedachten en gevoelens aantrekken. Zo maken onze verlangens en denkwijze onze dagelijkse realiteit. Door je denkbeelden schep je je eigen lot.
Dat geloof ik op zich meteen. Als je met argusogen naar de mensen om je heen kijkt, zul je je focussen op onrecht en onbetrouwbare mensen. “Zie je wel!” zeg je dan tegen jezelf en je hebt weer lekker gelijk. Zo vertrouw je de wereld steeds minder en krijg je steeds meer voeding voor je nare gedachten. Als dat zo werkt, dan kan het misschien ook andersom. Als je ervan uit gaat, dat je in een liefdevolle wereld woont, kun je ook gelijk krijgen en steeds blijer worden.
Een prettig idee.
Maar, hoe zit het precies met de slachtoffers van de aardbeving in Haïti? Met mensen in concentratiekampen en met aidswezen in Afrika? Ja, ik weet dat het flauw van me is om meteen met zulke groteske voorbeelden aan te komen, want geen enkele levensbeschouwing heeft antwoorden op zulke gruwelijkheden. Ik wil alleen maar de vraag poneren, dat gedachten toch niet het antwoord op alles kunnen zijn? Sommige mensen moeten het doen met het gezin waarin ze geboren zijn, met een ziekte, een moeder die ze dagelijks in elkaar slaat of met nauwelijks genoeg eten om de dag door te komen. Ik houd niet van mensen die redeneren dat slechte omstandigheden je eigen schuld zijn, dat je kanker krijgt omdat je zo negatief gedacht hebt. Straks gaan we nog toe naar een sfeer waarin je mensen niet meer helpt maar alleen maar zegt: " had je maar positiever moeten denken". Lijkt me niet wenselijk, er zijn nu eenmaal omstandigheden waar we geen antwoord op hebben. Ons eigen lot kunnen we natuurlijk beter maken, maar helemaal zelf creëren? Excusez moi, maar ik geloof niet dat het altijd en overal kan. Sommige dingen zijn gewoon klote en daar moeten we het mee doen.
Die kanttekening gemaakt hebbende, ben ik het wel eens met de stelling dat het onderbewustzijn werkt met het materiaal dat wij aanleveren met onze gedachten. Wat je denkt, is zo. Tot op zekere hoogte. Misschien wel tot op grote hoogte, maar toch: zekere hoogte.
En donderdagavond ga ik een colbertje kopen, zoveel is zeker.
Meer hierover lezen? Klik hier voor de website van Tijn Touber.
In het museum waar ik sinds kort werk, kregen nieuwe medewerkers een rondleiding door het depot. We verzamelden bij de lift en waren in opperbeste stemming. Immers, we mochten achter de schermen kijken, op plaatsen komen waar we normaal niet mogen kijken. Dat zorgt voor een opgewonden stemming, zoals vroeger op schoolreis.
“Ik ben de enige jongen” riep de enige jongen. Mensen moeten zich altijd duiden, altijd laten merken dat ze er zijn, mijmerde ik toen we daarna langs de stellingkasten dwaalden. Zou dat zijn, wat ons onderscheidt van dieren? Dat we betekenis willen geven? Laten merken dat we er zijn of zijn geweest, dat willen we graag. Bij de 21eeuwse mens doet dat door dingen te benoemen en grappen te maken. Leuk doen, kantoorhumor, dat soort dingen. Wat is dat toch, bij de mensen, waar komt die drang vandaan? Misschien is het een te veel aan energie, een teveel aan hersencapaciteit.
“Nu gaan we naar de collectie voorwerpen uit de mijnen” zei de rondleider. “ De mijne of de jouwe?” zei de enige jongen. Het dieptepunt was bereikt, maar voor de enige jongen was het een hoogtepunt. De rest van de rondleiding deed hij er het zwijgen toe. Hij had zich kunnen duiden. Hij was niet onopgemerkt gebleven.
Gisteravond ging ik een hapje eten in Amersfoort. De gastheer maakte stamppot andijvie met paprika en pijnboompitjes en het was gezellig. Toen ik om me heen keek aan tafel,realiseerde ik me weer hoe knullig Nederlands kan zijn. Ik zat er namelijk met mijn vriend, de zus van mijn vriend, de vriend van de zus van mijn vriend en het broertje van mijn vriend.
Kijk, de term “mijn vriend” vind ik al niet prettig. Het klinkt zo bezitterig, alsof ik me F. heb toegeëigend. Bovendien klinkt het niet naar liefde, ‘vriend’ kan ook een platonisch relatie beduiden. Maar, wat moet je anders. Als ik F. even in een bijzin noem op mijn werk, dan vind ik ‘geliefde’ zo aanstellerig klinken. Het lievere ‘vriendje’ zou mijn toehoorder kunnen doen denken dat ik het met een zestienjarige houd. Mijn man mag ik hem niet noemen zonder dat ik getrouw ben, want dat is geschiedvervalsing, ’minnaar’ klinkt veel te sexueel en vrijbijvend. ‘Verloofde’ impliceert een op handen zijnd huwelijk en ‘partner’ vind ik klinken alsof je samen een bedrijf runt. Dat zal best eens zo aanvoelen in een druk gezin, maar als je het zo noemt is er geen weg meer terug. Meestal gebruik ik maar gewoon zijn voornaam, maar dan leid je je gesprekspartner soms veel verder je privéleven in dan de bedoeling is.
En dan het broertje van F. en de vriend van de zus van F. Formeel zijn dit beiden zwagers en dat vind ik niet kloppen. Het kan zelfs erg verwarrend zijn, de man van mijn zus is ook een zwager. Je kunt er geen onderscheid mee maken, terwijl het er juist voor is bedoeld. Wat een prutswerk! Met zijn broertje is hij opgegroeid, de bloedband is diep en sterk. Een broer is onvoorwaardelijk en de band is hecht. De vriend van zijn zus zou in theorie elke week een andere kerel kunnen zijn en die mag dan zomaar dezelfde titel. Geen bedrijf zou dit pikken, maar als je je familie wilt beschrijven is dit de normaalste zaak van de wereld. En dan heb ik het nog niet eens over het woord zelf, want een zwager klinkt als een voorwerp dat op de werkbank ligt, niet bij voorbaat als iemand met wie je kunt lachen.
Het woord schoonzus, zoals ik de zus van F. zou kunnen beschrijven, vind ik een mooier woord, al lijdt het aan dezelfde verwarring. Bovendien klinkt het erg getrouwd en bloemetjesjurkerig, maar dat is met veel Nederlandse woorden het geval.
We mogen blij zijn dat we nog geen kinderen hebben gemaakt, dan begint het gedoe pas echt. Dan komen de nichtjes en neefje ten tonele, ook van de woorden het broodnodige onderscheid niet maken. Bovendien zijn er ook nog vele familierelaties waar geen woord voor is, zo heb ik geen idee hoe de vader van de vriend van de zus van mijn vriend genoemd moet worden.
En simpeler wordt het ook niet, want gezinssituaties zijn complexer geworden even jaar geleden. Hoe heet de zwager met wie schoonzus kinderen heet, maar niet meer samen is? Hoe heten de kinderen van schoonzus die niet van de broer van F. zijn? Ze zijn er niet en dat is maar goed ook.
De enige remedie is je leven eenvoudig houden en voornamen gebruiken. Gelukkig deden we dat gisteravond ook.
We leven in een heftige tijd. In een periode van een week of drie ziet ons landschap er plots heel anders uit: het kabinet valt, er zijn gemeenteraadsverkiezingen en Kant, Eurlings en Bos stappen op. En gister bereikte ons ook nog het bericht dat Van Mierlo is overleden.
Treurnis. Ik zie Bos nog komen, de jonge, slimme hemelbestormer. Ik was 18 en ik hoopte op onze nieuwe premier. Maar het is hem niet gelukt. Niet ieder veelbelovend persoon, kan doen wat hij belooft. En Hans van Mierlo, vertegenwoordiger van de revolutie van zestiger jaren, vernieuwer, uitzichtbieder op nieuwe oplossingen voor nieuwe tijden. Zijn overlijden is op zich al verdrietig, omdat een mooi mens heen gaat, maar ook een tijdperk lijkt af te brokkelen.
Het lijkt wel een achtbaan. De hoop slaat weg en dan is er plots ook nieuwe hoop. In de vorm van een grote winst voor D66, maar ook in de vorm van Job Cohen, die een onverwacht sterke toespraak houdt. Nieuwe verkiezingen, nieuwe tijden.
Er verdwijnt het een en ander. Maar er komt ook meteen iets nieuws. Vergankelijkheid zorgt voor continuïteit. De hoop heeft, gek genoeg, weer wat voeding gekregen deze weken. En daar houden we aan vast. We kunnen niet anders.
Ontdekt worden, dat willen webloggers allemaal. Al blog je eens per jaar een stukje over je passie voor xylofoons, al krijg je geen foutloos woord op papier, allemaal willen ze een boek schrijven. En buiten weblogland schijnen er ook miljoenen manuscripten te zijn die angstvallig op zolderkamers worden geschreven. Zo ontzettend veel mensen willen schrijver worden.
Ik ook.
Als ik mijn mail lees, hoop ik dat dit het moment is. Ik hoop nog altijd op die dag dat ik gebeld word door een krant die mij hun nieuwe columnist wil maken vanaf morgen. Elke keer als ik de post door de brievenbus hoor vallen, hoop ik op een briefje van een literair agent. Ik hoop dat mijn epistels worden gekozen bij schrijfwedstrijden. Maar tot nu toe is het niet gebeurd. Er is welbeschouwd niets gebeurd.
Al vanaf klein meisje zit het woord schrijven als een mantra in mijn hoofd. Altijd keer ik terug bij het woord, bij het luchtkasteel van mezelf als schrijfster.
Dromen heb je nodig, dromen helpen je door het leven. Het is nuttig om je te midden van alle sleur en moeilijkheden te kunnen vasthouden aan iets, te blijven fantaseren. So far so good. Wanneer wordt een droom een obsessie? Het denken aan schrijverschap is niet meer zo leuk en spannend als het ooit was. Het is een beetje dwangmatig aan het worden, het wordt een frustratie. Bovendien lijkt het, alsof ik mijn leven nooit goed genoeg vind zolang ik in het schrijven niet ben geslaagd. Mooi huis? Tja, wel jammer dat ik nog niet gedebuteerd ben. Leuke broek? Jammer dat je niet meer mensen hebben die je weblog bewonderen.
Mensen lijken te houden van het gevoel van niet goed genoeg zijn. Omdat we gewend zijn aan dat gevoel, zoeken we factoren om dat in stand te houden. We houden vast aan illusies, zodat we niet hoeven te om te gaan met de realiteit. Een droom veronachtzaamt immers belemmerende factoren. Het is escapisme van de bovenste plank.
We leven in een tijd waarin je je passie moet volgen en moet doen wat je echt wil. Mocht je daar niet achter komen, dan rukt er een legertje coaches aan dat je gaat helpen. Maar we vergeten misschien, dat het niet altijd mogelijk is. Dat sommige dingen een kwestie zijn van op de juist tijd op de juiste plaats zijn, van geluk, van toeval, van net precies de geschikte mensen kennen. Misschien moet ik het schrijven loslaten. Gewoon accepteren dat dit het is, een weblog met een stuk of wat lezers. Nooit een boekenbal voor mij. Misschien is het een goed idee om te accepteren dat ik een middelmatige stukjesschrijver ben en dat ik de schoenen van Annie MG Schmidt nog niet mag poetsen. Misschien ben ik wel een leuker mens zonder dwanggedachte. Misschien moet ik genoegen nemen met het leven zoals het is.
Of ik moet er eindelijk iets mee gaan doen. In plaats van blijven rondhangen in de marge, moet ik misschien eens gaan kijken of ik het echt kan. Misschien moet ik eens gaan testen of de droom moet vervliegen of niet. Niet zomaar opgeven, maar ook niet zomaar volhouden...
Waarom ik zo van foto's houd, is omdat ze de tijd even kunnen bevriezen. Je kunt er momenten mee vasthouden, al krijgen ze heel andere betekenis. Ze zijn blijvend en verankelijk tegelijk.
Toen bovenstaande foto gemaakt werd, was het een van de vele foto's. Er worden veel kiekjes gemaakt van moeders met jonge kinderen. Herinneringen kweken, dat willen we. Laten zien hoe fijn het was, hoe het kind opgroeit. Zoiets. Als alles goed gaat, hebben foto's niet zo veel waarde. Ze krijgen hun waarde pas, als grote dingen veranderen. Als als de mensen die op de foto staan overlijden, bijvoorbeeld.
Deze foto heeft veel waarde. De verbaasde baby ben ik. De vrouw die me vasthoudt is mijn moeder. Zo was het.
Herman de Coninck schreef er een prachtig gedicht over:
Foto Weemoed is een foto van voor twintig jaar. Familie, nog samen, nog gezond. Is toen. Met een lijst van nu errond. Het nu houdt het verleden bij elkaar.
En omgekeerd. Want nu is maar even. Is opschrikken en vragen: waar waren we gebleven? Bij jou. In Die Dagen.
Alles is ver. En de liefste dingen nog verder. Maar door het verleden wordt het bij elkaar gehouden, als schapen door een herder.
Herman de Coninck uit: Met een klank van hobo, Orion 1981
Vaak ben ik zo iemand die doorloopt bij folderende studenten, maar dit meisje keek me echt aan." Mogen we u dit geven, mevrouw?" Niet dat ze mevrouw zei viel me op, daar ben ik tegenwoordig heel gewoon onder. Nee, het was een bepaalde dwingendheid die dit zachtaardige meisje uitstraalde. Ze drukte me een folder in de hand met wat natuurfoto's erop. "Creatie of evolutie?" stond erbij. "We zijn namelijk Christenen" zei ze. Ze was er duidelijk trots op. "Ach" bracht ik uit. " Gelooft u in God?"
Toen ik doorliep, na de dames afgeschud te hebben met een beleefde dankbetuiging, bleef ik nog even mijmeren over de schepping. Ik vraag me af waarom er altijd een positie moet worden ingenomen omtrent het onstaan van de aarde. Als ik in een gebouw loop, hoef ik toch niet altijd te weten wie het gebouwd of ontworpen heeft. Ik ben veel te druk met leven. Wat is de reden, dat men zich met zulke vragen bezighoudt? Ik denk dat de mens de schepping sowieso niet kan bevatten. Het mag wel wat luchtiger, als we het toch niet begrijpen.
Ik moest denken aan de oude Joodse vrouw uit Jeruzalem die geinterviewd werd over het verschil tussen Christendom en Jodendom. Er is veel ruzie geweest tussen Joden en Christenen. Zij zei daarover "Ach het is allemaal zo simpel. We wachten gewoon op de dag dat de messias komt. Als hij dan zegt 'ik ben hier voor het eerst' dan hadden de Joden gelijk. Als hij dan zegt 'daar ben ik weer' dan hadden de Christenen gelijk. Tot die tijd wachten we af"
Het zou leuk zijn om die mevrouw eens langs te sturen bij de foldermeisjes. Heel even maar.
En dan heb je opeens een nieuwe baan. Alsof het niks is. Alsof het heel gewoon is dat mensen banen opzeggen en nieuwe banen vinden. Onwerkelijk is het voornaamste woord dat bij me opkomt. Onwerkelijk dat het opeens zo ver is. Onwerkelijk dat ik me zo snel zo thuis voel. Onwerkelijk, maar niet onplezierig of onwennig.
Verder kan ik er nog niet veel over zeggen, maar een teken van leven leek me op zijn plaats...
“Uw vrouw kennen we eigenlijk al uit de stukjes!” zei de nieuwe buurvrouw van Simon Carmiggelt, volgens de overlevering, bij de kennismaking. De buurvrouw had een stem van roze toiletpapier. Carmiggelt schrijft dat hij maar wat meelachte, hoewel hij het pure onzin vond dat de buurvrouw claimde dat ze mevrouw Carmiggelt eigenlijk al kende. Want, zo vervolgt hij, je zegt toch ook niet tegen Shakespeare “Wat hoor ik , heeft uw oom uw vader vergifitigd?” alleen omdat het in Hamlet staat?
Tja. Als je over je leven schijft,creëren mensen hun eigen beeld van jou, het is een mix van jouw letters en de eigen ervaringen en het innerlijk leven van de lezer. Echter, lezers gaan er vaak aan voorbij dat je maar kleine stukjes toont en niet het hele verhaal. Carmiggelt beschreef zijn buurvrouw in 1954, maar veel is er niet veranderd. De wereld zit vol buurvrouwen die denken dat ze iemand kennen. Mensen denken gauw dat hun beeld het beeld is. Ze blijven vrolijk in die val lopen.
Sinds een jaar zit ik op twitter. Het idee is dat je korte berichtjes publiceert, over alles wat je bezighoudt. Zo kun je je mening en je bestaan delen met andere twitteraars. Je kunt netwerken, helpen, delen, lachen en reageren op wat er in de wereld gebeurt. Barack Obama doet het ook. Ik schrijf dus kleine berichtjes aan de wereld, over het zien lopen van een klasgenote van 20 jaar geleden. Of over onze kitten Kaatje die alleen maar met pennen speelt. Ook vliegen er wat losse flodders over een housewarming van vijf jaar geleden, kattenluikjes en non-foodartikelen in de supermarkt. Bovendien schreef ik deze week nog dat ik me erg melancholisch voelde toen ik m'n nieuwe rijbewijs ging ophalen. Het oude was 10 jaar in mijn bezit. Ik kan niet geloven hoe snel de tijd gaat.
Plots zei iemand zei tegen me dat ik de schoonheid van het voorbijgaande moest erkennen, dit omdat ik “mijn rijbewijs van 10 jaar terug wilde behouden” en “een bekende van 20 jaar geleden had willen ontlopen”.
Gut.
Ik voelde me vereerd door zoveel analyse,maar ik wilde mijn rijbewijs helemaal niet behouden. Ik heb dat ook nergens geschreven. En die klasgenoot meed ik, omdat ik het nog altijd een ontzettend vervelend iemand vind, daar hadden twintig jaar niets aan veranderd. Dat was alles. Niets meer en niets minder. Mijn ongevraagde analist heeft dingen verbonden die niet verbonden hoeven te worden, er komt een heel verkeerd beeld uit rollen als je het mij vraagt. Heel gek om mee te maken.
Vanavond ga ik naar het twitterfeestje van Femke Halsema. Ze wil het ongelijk aantonen van internetpessimisten. Ze spreekt tegen dat communicatie via internet afstandelijk of leeg zou zijn, zoals koningin Beatrix in haar kersttoespraak stelde. Frappant is, dat twitteraars al dagenlang schrijven over wat ze aan zullen aantrekkken. Men is er zelfs speciaal voor gaan shoppen. Het beeld dat mensen van ons hebben als ze ons in het echt zien, vinden we belangrijk. Als we het idee hadden, dat we toch al volledig gekend werden door de stukjes die we schrijven, dan zouden we daar niet mee bezig zijn. Het bewijs is dus eigenlijk meteen geleverd. Zonder roze toiletpapier.
Er is een grote norse neger in mij neergedaald die van binnen dingen doet die niemand ziet ook ik niet want donker is het daar en zwart - Lucebert
Positief denken, ik houd er zo van. Ik ben zo’n type dat boeken leest over het omdraaien van je gedachten, het accepteren van de realiteit, de kracht van gedachten en de hele santekraam. Maar ondanks dat, merk ook ik heus wel eens dat ik het soms gewoon verrekte moeilijk vind om de dag vrolijk aan te vatten. Uit mijn bed komen vind ik moeilijk, af en toe. Helemaal nu ik had besloten om de dag te beginnen in de sportschool, waar ik al veel te lang niet was geweest. Kort en goed: ik had een knorrige frons op mijn gelaat.
Ik ga met mijn boze buien om, zoals je met een vervelende kleuter om gaat: ik voer mijn plannen gewoon uit zonder hem aandacht of voeding te schenken. Op die manier gaat de bui het snelst over, heb ik gemerkt. Je moet er even door heen, zonder te veronachtzamen waar de bui vandaan komt.
Toen ik na het sporten ging douchen was ik nog altijd niet vrolijk of positief geworden. De gelukshormonen die het sporten oplevert, stonden nog in de wacht. Ik ergerde me dus nog steeds aan van alles. De keelschrapende vrouw in de kleedkamer deed mijn humeur tot een dieptepunt dalen. Toen bleek dat zij ook ging douchen, was ik helemaal in staat tot stampvoeten. Zelfs als ik enorm vrolijk ben, haat ik het om met andere vrouwen onder de douche te staan in de sportschool.
Na het douchen,zag ik het plots. De vrouw had maar één borst.
Tja. Vandaar dat ze haar keel schraapte. Ze voelde zich waarschijnlijk nog veel kwetsbaarder en bloter dan ik. Ze had veel meer te overwinnen. Het enige waar ik mee zit is een iets te dik iets te wit lichaam; verder ben ik gezond. Ik zeur. Zij had kanker gehad en ging nu weer sporten en durfde zomaar bloot te zijn. Wat een lef! Niet te geloven!
Mijn bewondering is enorm. En mijn chagrijn schaamde zich zo voor zichzelf, dat het als sneeuw voor de zon verdween.
Er werd geschaatst gisteren. Door Sven Kramer. Geen ontkomen aan, al zou je willen. Al weken is Nederland in de ban van de Olympische spelen en dan van Sven in het bijzonder. Niet in de laatste plaats was de hype aangescherpt door een energiebedrijf, dat een reclame maakte waar alleen keiharden onberoerd door bleven. Het woord ‘Svencouver’ werd zelfs uitgevonden. Sven vertrok als een held naar de spelen. Drie gouden medailles zou hij in ieder geval halen, zo luidde de voorspelling.
Zelfs Marco Borsato vertrok naar Vancouver. “Wat we nu gaan meemaken: zo'n kans krijg je nooit meer" zei zijn echtgenote Leontine. Symbolisch voor wat er leek te leven onder het Nederlandse volk: men ging zich gedragen alsof de medailles al binnen waren.
Gisteravond bleek, dat het zo simpel niet is. Coach Kemkers stuurde onze volksheld naar de binnenbaan, terwijl hij juist naar de buitenbaan moest. Sven vergooide daarmee zijn kans op het Olympische goud.
In de pub waar ik het schaatsen zag, gebeurde iets frappants. Natuurlijk, men leefde mee en keek vol spanning naar het grote scherm. Maar, toen Sven gediskwalificeerd bleek, vond er een omslag plaats: er was niet alleen teleurstelling af te lezen, maar ook een verwende gemelijkheid. Ook op internet zag ik die gemelijkheid terug. Teleurstelling en onvrede zijn voor te stellen, maar men gedroeg zich alsof we de medaille al hadden en alsof die Koreaan hem persoonlijk uit de zak van Sven had gejat. Alsof Nederland recht had gehad op die medaille.
Maar, zo werkt het niet. Mensen maken fouten. Dingen gaan mis. Je kunt overwinningen niet bestellen. Natuurlijk moet je overal het beste van maken, maar succes is niet altijd een keuze. Het leven is niet maakbaar en je hebt nergens recht op.
Bij geen enkele held ging het meteen van een leien dakje. Beowulf vocht met de draak. Perseus werd met zijn moeder in een kist opgesloten in zee geworpen. Frodo moest een barre tocht doorstaan voordat hij de ring kon vernietigen. Roelant stierf in de slag bij Roncevalles. Achilleus werd geraakt door een giftige pijl.
Dus, landgenoten, laat uw held omgaan met tegenslag. Sven is nog maar 23. Hij is niet gesneuveld en hij hoeft niet met een draak te vechten. Tegenslag zal hem niet slechter maken. Het hoort bij het leven. Het hoort bij helden.
Er is een kleine periode geweest dat ik liever Esmeralda wilde heten, of Elvira. Het was in de tijd dat ik vaak de Tina las. In dat blad heetten meisjes zo en dus wilde ik dat ook. Bovendien had op school nooit iemand mijn naam, hun namen waren allemaal veel normaler. En dat was natuurlijk het verlangen dat er achter zat; normaal zijn. Ieder kind heeft zo’n periode dat het helemaal wil opgaan in de gangbaarheid. Bij de groep horen is ongelofelijk belangrijk.
Wat we van onze naam vinden, zegt veel over wat we van onszelf vinden, volgens psycholoog Gebauer. Hoe meer zelfvertrouwen we hebben, hoe mooier we onze naam vinden. Het schijnt dat we gevoelens over onszelf, projecteren op de dingen die bij ons horen, dingen die van ons zijn. Zeker onze naam.
We vinden de letters van onze naam ook vaak mooier dan andere letters. We schijnen ons zelf vaker te omringen met de letters uit onze naam. We schijnen vaker voor woonplaatsen en zelfs partners te kiezen, met letters uit onze naam.
Ik ben benieuwd hoe dat werkt met de namen die we zelf kiezen op websites, bijvoorbeeld de naam die je kiest op twitter.
In ieder geval ben ik blij dat ik me nooit Esmeralda ben gaan noemen.
Een doorzetter ben ik. Echt, als ik iets wil, berg je dan maar. Wilskracht heeft me veel gebracht. In korte tijd heb ik mijn scriptie geschreven, om maar eens wat te noemen. En vroeger, op school ging ik ook altijd door waar sommige mensen afgehaakt zouden zijn.
Maar, laatst heb ik iets groots los moeten laten, een ambitie, een idee van toekomst. De pitbull moest haar kaken ontspannen. Opgeven viel niet mee. Het frappante is, dat een fanatieke doorzetter niet zo goed weet wanneer het genoeg is, wanneer je de handdoek in de ring moet gooien.
Het schijnt dat je, als je veel geïnvesteerd hebt, meer het gevoel hebt dat je ermee door moet gaan. Je moet dan niet alleen accepteren dat het niet gaat lukken, maar ook dat je de energie die je erin stopte, niet meer terug kunt krijgen. Een niet behaald doel roept bovendien een bepaalde spanning op, die pas wegtrekt als je je doel bereikt hebt. Soms zul je het niet bereiken, dus er blijft een bepaalde spanning, stressgevoelens. Je blijft je afvragen of je er goed aan hebt gedaan.
Opgeven is niet populair in onze maatschappij. Moed staat hoog aangeschreven. Je moet je dromen najagen. Helden gaan door. Maar ik heb deze week geleerd, dat helden ook wel eens iets laten varen. Voor jezelf zorgen, beseffen dat het zo niet gaat, is ook best stoer. En dus heb ik mijn baan opgezegd.
“ Vertel eens juf, bent u wel eens echt kwaad geworden op studenten?” de vraag wordt gesteld door een vrolijke jongen aan wie ik ooit mijn eerste les gaf, hier op de Hogeschool. De biertjes vinden gretig aftrek op deze borrel onder Tl-licht. Hier houd ik van, een informele sfeer die ontstaat tussen studenten en docenten, het voetstuk is verdwenen, we zijn gelijkwaardig. Ik vertel het groepje jongens hoe ik HBO-onderwijs zie, dat ik het belangrijker vind dat het een prettige sfeer is, dan dat je een speld kunt horen vallen. Dat je terugkrijgt wat je oproept. Dan hoef je dus weinig uit je vel te springen. Ze buitelen over elkaar heen in antwoorden, over aardrijkskundeleraren die boos werden, over wiskundeleraren de geen orde konden houden ... ik heb ook mijn anekdotes en er onstaat een heerlijk rommelige discussie over onderwijs en lesgeven.
De laatste weken heb ik veel nagedacht. Ontzettend veel. Ik heb opties afgewogen tot ik zelf een ons woog. Ik ben een piekerkoningin geworden en daarna weer van mijn troon gestapt. Maar ik zei mijn baan op. En dat betekent: vertrekken uit het onderwijs. Toen het besluit eenmaal genomen was, kon ik me – gek genoeg - niet meer voorstellen dat ik er zo lang over had moeten tobben. Het leek plots heel logisch en juist.
Als het leven je met de neus op de feiten drukt, zoals met ziekte en dood, leer je jezelf beter kennen. Ik kwam er daardoor langzaam achter, dat ik in mijn baan niet langer op mijn plek ben. Het lesgeven heeft me nooit verveeld, het begeleiden ook niet. Ik vond het alleen jammer dat ik niet meer tijd had om na te denken, concepten uit te pluizen. Ik wilde niet langer uitleggen hoe ze een rapport moeten opstellen, maar er zelf een schrijven.
Toch ging er even een steekje door mijn gemoed, op de vrijdagmiddag tussen de studenten en het goedkope bier. Ik merkte dat het me speet dat ik deze jongens niet zou zien stagelopen, dat ik ze niet zou zien afstuderen. Blijkbaar kun je mij wel uit de school halen, maar de school gaat nooit helemaal uit mij. Dat is maar goed ook. Niet alleen zie ik wel wat in een voor eeuwig lerende en docerende houding, anderzijds betekent het dat jaren in het onderwijs geen vergooide jaren zijn geweest. Maar och, geldt dat niet voor alles wat je met je hart hebt gedaan?
Juliet:"What's in a name? That which we call a roseBy any other name would smell as sweet." Romeo and Juliet (II, ii, 1-2)
Beste Margriet,
Shakespeare liet Juliet zeggen dat een naam een betekenisloze, kunstmatig conventie is. Een naam is maar een naam. Was het maar zo simpel. Namen zeggen juist heel veel. Namen blokkeren soms de vrije blik. Namen drukken stempels. Mensen maken zich enorm druk om hoe de dingen heten.Ze voelen zich erdoor in de kuif gepikt. Dat was in ieder geval zo, bij het vrouwenboekenbal. Columnisten, bloggers en twitteraars vielen over de naam van dit feestje.
Tendens van de kritiek was, dat men zich afvroeg waarom vrouwen nu zo nodig een eigen boekenbal moeten hebben. Alsof Opzij het had georganiseerd als protest tegen het gewone boekenbal. Er werd Opzij veel in de schoenen geschoven, terwijl weinigen de moeite namen om te kijken waar het feestje nu echt om ging. Het vrouwenboekenbal was er om de lezende en schrijvende vrouw centraal te stellen, niet om de mannen af te zweren. En het was natuurlijk om de Opzij literatuurprijs uit te reiken.
Ik denk dat Opzij wel had mogen nadenken over het vervelende stof dat de naam vrouwenboekenbal doet opwaaien. Mannen kregen het idee dat ze aan de deur geweigerd zouden worden. Het aloude beeld van feministische feestjes met tuinbroeken en welig tierende okselharen kwam weer eens op. Dat is dan misschien hartstikke onterecht, maar wel logisch: feminisme heeft nog altijd een imagoprobleem, daarbij help zo’n titel voor het feestje niet. Mensen voelen zich nu eenmaal snel buitengesloten en ze hebben vooroordelen. Jammer maar helaas.
Vrouwen moeten nu maar eens af moeten van hun stigma; als je in ongelijkheid blijft denken,dan blijft het bestaan. Waarom zou een man niet de Opzij literatuurprijs kunnen winnen eigenlijk? Wanneer vrouwen aparte prijzen krijgen heeft dat een zweem van vooruitschuiven, alsof de vrouwen extra geholpen moeten worden. Natuurlijk is de prijs niet voor bedoeld, maar ik denk dat die schijn vermeden moet worden in de 21e eeuw.
Margriet, je doet het echt hartstikke goed. Opzij is vernieuwd en het is een fantastisch blad.
Dat gedoe met die naam wordt gelukkig ook vanzelf opgeslost, omdat het van de CPNB volgend jaar onder een andere naam verder moet.
Ik hoop dat het een naam wordt die de vooroordelen doodkietelt en die antifeministen niet zo in de kaart speelt. Het is gewoon leuker om er iets positiefs of creatiefs mee te doen.
“ Je moet niet te veel verwachten, dan valt het in ieder geval mee” dacht ik toen ik in het donker mijn gordel omdeed in de auto van Ginger. Ik slaakte een diepe zucht. Het was half elf, we stonden voor Panama in Amsterdam.
Binnen was het vrouwenboekenbal in volle gang. Wat hadden we er zin in gehad. Ginger en ik houden wel van een feestje, dat is genoegzaam bekend, maar dit was ook nog eens een nieuw feestje. En een beetje omstreden. Half Nederland viel namelijk over het idee heen. Waarom was dat nou nodig? De emancipatie was toch al voltooid? Er zijn toch gen aparte vrouwendingetjes nodig? Natuurlijk, naar het vrouwenboekenbal gaan is niet te vergelijken met de maagdenhuisbezetting, maar ik vond het een leuk idee dat we misschien bij iets bijzonders aanwezig zouden zijn. Onze generatie heeft het wat dat betreft al zo moeilijk.
Het begon veelbelovend. We kregen champagne. Panama had een mooie sfeer. Ginger en ik keken onze ogen uit. We vergaapten ons aan Opzij hoofdredacteur Margriet van de Linden. Ook wij werden bekeken. Iedereen checkte of de ander toevallig geen bekende schrijfster was.
We glimlachten. We dronken wat. Twee uur hadden we het volgehouden. Rond tienen moesten we de parkeermeter gaan bijvullen. “We kunnen ook gewoon naar huis gaan” flapte ik eruit. Ik schrok van mezelf. Maar we kwamen gezamenlijk tot de conclusie: het is gewoon niet gezellig hier. We betreurden het. Waar had het aan gelegen? We wisten het niet.
Later hoorde ik dat om half 12 de bar was dichtgegaan. Ik was niet verbaasd.
In mijn eentje in lunchtentjes zitten, ik vind het heerlijk. Met een paar tijdschriften voor me en een grote kop thee, kijk ik naar de mensen. Ik kijk hoe ze gebaren. Ook mag ik graag luistervinken en observeren.
Maandag zat ik er weer. Het was druk. Tersluiks zag ik een man, alleen aan een tafel. Waar kende ik hem toch van? Ik piekerde en piekerde. Tot ik het plots wist. De man leek als twee druppels water op Stalin. Meteen probeerde ik die gedachte uit te bannen. Het is niet echt aardig om iemand die je niet kent, te vergelijken met een dictator die zijn tegenstanders wilde wegzuiveren door middel van schijnprocessen en heksenjachten. Maar, de vergelijking bleef zich opdringen.
Uren later liep ik door de stad met mijn fiets aan de hand. Daar zat hij weer, in de vrieskou op een terrasje. Met zijn snor en zijn warrige haardos. Hij was het echt precies. "En nu niet klagen dat het te koud is he?" riep hij me toe.
Ik weet niet precies waarom het opeens zo is gekomen, maar de laatste tijd doe ik veel dingen voor het eerst. Waarschijnlijk is er iets in gang gezet, dat ik na zo veel rouw de neiging krijg om vooral te leven. Zoiets zal het zijn.
Zo ging ik voor het eerst naar het IDFA. Eigenlijk wou ik er al jaren heen, maar het beperkte zich tot lezen in de krant dat het alweer voorbij was. Het werd memorabel. En niet alleen om dat er een meisje naast me zat dat de hele tijd “fuck, fuck, fuck” zei als commentaar op de documentaires die we geserveerd kregen. Ik heb mijn ogen uitgekeken. Ik ben gefascineerd geraakt door al dat hippe volk dat er komt en ik moet nog wel eens denken aan de jongen die op een tafel stond en bewegwijzeringen omriep. We kwamen er snel achter, dat je op je plek kwam door precies het tegenovergestelde te doen van wat hij zei. Ik zag vier prachtige documentaires, die me nu al weken bijblijven. Zo was er een korte film die onder andere over de Ernest Hemingway -lookalike wedstrijd ging. En een film over een winkelcentrum in China waar nooit iemand kwam. En eentje over Berlusconi’s invloed op de media. Het meeste indruk maakt de film over Birmese vluchtelingen die naar Engeland verhuisden en gevolgd werden tijdens hun nieuwe leven.
Gesterkt door deze ervaring, ging ik gisteren voor het eerst naar het filmfestival in Rotterdam, het IFFR. Ik ging met een kennis van een kennis, iemand die ik nauwelijks kende, dat was dus ook best spannend. Maar, ik besloot dat ik het gewoon ging doen. We gingen 29 korte films zien, er zou er heus wel eentje tussen zitten die de reis naar Rotterdam waard was. Dus, zelfs als de kennis van de kennis zich tot een ongezellige heks zou ontpoppen, zou de dag waarschijnlijk heel leuk worden. Niet te veel verwachten, dan valt alles mee. En dat deed het.
De kennis van een kennis bleek een heel aardig iemand, een fijne gesprekspartner en ze had hetzelfde gevoel voor humor. Zo kwam het dat we schaterlachten toen we beseften dat we al 5 minuten naar flikkerende beelden van bomen aan het kijken waren. De film Garud was schitterend, beelden van het leven in een arm flatgebouw in India. Kamer voor kamer keken we in, als voyeurs. We werden ook meegevoerd naar de Noordpool en naar een trieste disco in Oostenrijk waar een fabrieksarbeidster danste met een elvis-imitator. Natuurlijk zagen we ook dingen die ons niet konden bekoren. Veel te artistiekerig, naar mijn smaak, was een film waarin acteurs een dialoog oefenden, afgewisseld met beelden van een leeg gay palace. Maar och. Ik zag ook prachtige animaties, zoals Saison Mutante. Het mooiste was nog wel “dreams from the woods”, een heel simpel filmpje over een vogeltje in het bos, dat me weer liet zien hoe weinig er nodig is voor een goed verhaal.
Of dingen af en toe voor het eerst doen een must is, weet ik niet. Maar, misschien is het goed om jezelf van tijd tot tijd in nieuwe situaties te brengen. Dan blijf je leren durven. Durven is wel hard nodig in het leven. Misschien kun je je zelf daar een beetje in trainen, door af en toe iets te wagen. En als je je er niet in kunt trainen, dan heb je het in ieder geval leuk gehad in de tussentijd. Ook mooi.
We komen graag samen in een café in de binnenstad. Het is niet zo’n groot café, voornamelijk de ruimte tussen bar en tafeltjes is smal. Als alles goed gaat en iedereen helder is, past eenieder prima door de smalle, corridor van mensen. Echter, als het later wordt en er is meer drank in de mens, wil het passeren door deze haag, nog wel eens voor problemen zorgen. Groepjes staan midden in de doorloop te praten bijvoorbeeld en mensen hebben niet door dat ze opzij moeten gaan of dat jij er niet door kunt. Bijkomend probleem zijn de oudere mannen die stamgasten van dit café zijn. Een nadeel van het de dertig passeren als vrouw, is dat mannen van boven de vijftig gaan denken dat ze iets bij je kunnen proberen. Tenminste, als ze een borreltje ophebben, dan willen ze nog wel eens op de versiertoer gaan. Vooral als een vrouw dichter bij ze komt, denken ze dat ze misschien wel eens beet zouden kunnen hebben.
Heus, als deze looproute niet direct tot het toilet zou leiden, zou ik mij er na half elf niet meer wagen. Maar, u raadt het al, als je naar het toilet wil dan moet je door deze menselijke gang. En de ironie wil, dat je later op de avond vaker naar het toilet moet. Ga er maar aan staan.
Toen we onlangs de verjaardag van een vriend vierden, laten we hem even Arie noemen, zuchtte ik diep. "Ik moet naar de WC" zei ik op klagerige toon. Arie, goedgemutst zoals het een jarige betaamt, zei "Nou, dat kan". Het probleem leek uit de wereld. We zwegen even en Arie keek alsof hij dankbaar was voor het feit dat oplossingen soms zo voor de hand liggen. "Ja," zei ik "maar dan moet ik langs al die mannetjes". Ik deed voor hoe ik door de menigte zou moeten manoeuvreren.
Arie leek meteen intuïtief te weten wat ik bedoelde." Gewoon gaan!" zei hij, met een goedbedoelde schouderklop erbij. "Maar .." piepte ik nog. "Nee, gewoon gaan" zei hij " je moet maar zo denken: ‘er zit een stukje in, je kunt er een column over schrijven!"
Daar had hij gelijk in, dat kunt u lezen.
Het ongemak was daarmee niet verdwenen, maar had wel wat meer zin gekregen. Toen ik terug was, proosten we op columns, stukjes en schrijven in het algemeen.
En daarmee rond ik mijn 1000e stukje af voor waarachtig.com Zo lang er in kleine dingen stukjes zitten, ben ik niet uitgeschreven.
We waren op een verjaardagsfeest. Iedereen was blij. De jarige jet was heel erg jarig, Ze zag er prachtig uit in haar bloemenjurk. Ze was ook heel erg zwanger. Haar trotse moeder, oma in spé, zat naast haar.
“Dit ga jij nooit meemaken” zei een stemmetje in mijn hoofd. Ik probeerde zo normaal mogelijk te doen, maar ik verstijfde. Het was alsof ik een klap tussen mijn ogen kreeg. Toen we vertrokken waren, begonnen mijn tranen te stromen. Op straat nog wel. En terwijl ik eigenlijk geen huiler ben, zeker niet in het openbaar. Maar dit was weergaloos. Ik vluchtte een steegje in, er was geen houden meer aan.
De warmte van moeder, dochter en buik maakte alles plots heel concreet. Dat mijn moeder mijn kindertjes niet zal kennen, werd opeens van feit tot gevoel. Natuurlijk, ik was nog steeds heel blij voor "Jet", ik wilde haar niets ontnemen ofzo, maar jaloers was ik wel, veronderstel ik. Bertrand Russell zei dat jaloezie een van de machtigste oorzaken van verdriet is. Dat kon ik billijken, die middag in het steegje.
We zijn een paar maanden verder. Roze wolken drijven om me heen. Ik word omringd door mensen van rond de dertig die zwanger zijn en anderszins met kinderen bezig zijn. Verhalen hoor ik, over schoppende baby’s in buiken en moeders die grootmoeders zullen worden. Ik ben blij voor hen, ik ben dol op nieuw leven, maar het 'vriesgevoel' blijft ook. Het is een verdrietige herinnering aan iets wat niet gebeurd is en iets wat nooit gebeuren zal.
De baby van Jet is inmiddels geboren. Bijna dagelijks fiets ik langs haar straat, het is op de route van thuis naar werk. En elke keer denk ik weer even aan dat moment dat ik bevroor. Ik schaam me, dat ik nog niet op kraamvisite ben geweest.
Toen ik vandaag de zwangere J in de stad tegen kwam en niet goed wist hoe ik moest gaan staan, besefte ik dat het zo niet langer kan. Er zullen altijd overal baby’s zijn en er zullen altijd overal meiden zijn met moeders. Ik zal moeten accepteren dat mijn vrienden en familie zullen baren, met mooie moeders aan hun zijde. Het is niet anders. Ontlopen heeft geen zin.
Deze dame zet zich schrap. Komende week ga ik op kraamvisite. We moeten het leven blijven vieren, ook als dat soms een beetje moeilijk is.
Vandaag was heerlijk simpel, de 30ste januari. Mijn lief en ik werden samen wakker. Lekker vroeg. Na het ontbijt gingen we op pad, we maakten eerst samen de auto sneeuwvrij onder toezicht van de kat. Daarna reden we naar Den Haag.
Het leek een zaterdag als andere zaterdagen. We zijn gezegend met een groot aantal dagen waarop we doen of deden waar Claudia de Breij over zingt "Samen wakker worden/ Ergens heen /Lekker eten En weer slapen "
Maar vandaag was anders, want vandaag deden we twee enorme aankopen. Vanaf nu is alles anders, zijn we nog meer samen dan voorheen. De eerste aankoop waren zes stoelen voor onze eettafel. Wit en hout. Ze kunnen jaren mee en zullen misschien zelfs nog vrolijk ergens staan als wij er niet meer zijn. De tweede aankoop was, uren later, een verjaardagskalender. Zojuist heb ik alle verjaardagen van onze vrienden opgezocht en met zwarte pen op de lijntjes geschreven.
Het lijkt zo onbeduidend, een verjaardagskalender, maar ik had vandaag toch het gevoel dat ik met heftig eeuwigheidswerk bezig was. Groter dan ons testament. Ik dacht aan het toilet bij mijn schoonouders, waar een verjaardagskalender hangt uit 1973. Hij vertelt het verhaal van een gezin. Sommige namen zijn getypt, andere er haastig bijgeschreven. Tja, ons "gezin" bestaat nu alleen nog uit hem en mij en uit onze twee katten. Toch is dit ook het begon van een verhaal, dat ooit verteld zou kunnen worden door deze kalender. Misschien moet hij ooit weg omdat er iemand per ongeluk overheen plast, dan loopt het verhaal voortijdig af. Maar, het zou ook kunnen dat hij er nog hangt in 2047. Zou ik dan nog weten wie Detlev is? Wie zullen erbij zijn gekomen? Wie zijn we vergeten? Het gaat nooit zoals je verwacht. Wie weet is er wel iemand rücksichtslos weggehaald met typex. Er zullen kinderen op staan die nu nog in de buik van hun moeder verblijven, als eitje of foetus, hopelijk ook de onze.
Het enige wat ik zeker weet, is dat ik in 2047 met plezier terug zal kijken naar die zaterdag in 2010, toen het sneeuwde en alles nog komen ging. Ik zal dan vast nog weten hoe gelukkig is was op die januaridag, hoeveel ik van mijn lief houd, hoe de kleine kat spinnend op mijn schoot zat. Als ik tijd van leven mag hebben, weet ik dat vast nog.
Opeens besefte ik dat het een groot avontuur is, het leven. En wij gaan het leven. Ik kreeg er vlinders van in mijn buik.
Van oktober 2004 tot september 2006 was er Dichters op Dinsdag op miwian.nl. Iedere week een thema waarbij lezers een gedicht of songtekst uitzochten en deze op hun eigen weblog plaatsten. Na een pauze van drie jaar gaan een aantal oudgedienden van toen hier opnieuw mee aan de slag. Vanaf 18 augustus 2009 wordt via deze site wekelijks een thema bekend gemaakt, een link met een eigen bijdrage kan dan hier in de comments geplaats worden. Al een hele tijd wilde ik weer inspringen, maar ik vergat het telkens. Mijn geheugen is een zeef momenteel. Gelukkig dacht ik er vandaag aan. Het thema is zelfportret deze week. Een lastige, maar gelukkig ruim om te vatten ... Hopelijk is het toegestaan om mee te doen met vorige week woensdag ...
Ik zat toen heel stil te werken, de boeken waren als zerken voor me, ik wist wel wat elk graf in zich had.
Mijn lijf zat daar in een kamer, boomtakken voor het raam er heenkropen en weer, vervelend, met groene bladen al geelend.
Mijn oogen zagen verwonderd naar 't buitenlicht, maar zonder 't zelf te weten wat of hun licht oppervlak trof.
0 mijn hart was toen zoo hongerig, zoo angstig en zoo verlangerig, zoo droog en het regende niet, en elke dag ging te niet.
Ik zat in die lichte dagen -- mijn hart hield nooit op te jagen -- ik zat te zien en te werken, alles was m' als doodzerken.
Het museum heeft een collectie die vier eeuwen beslaat en ik heb het gevoel dat ik er al die vierhonderd jaar heb gewerkt. Het rondleiden vond ik destijds geweldig, maar ik stond ook vaak gapend op zaal. Na al die jaren was ik niet zo rouwig om ontslag te nemen.
Deze week was ik er met Chiel, die er wel eens wilde kijken. Ik kende de hele riedel nog. Alle anekdotes en geschiedenis wist ik weer. In gedachten zag ik alle avonturen die ik er beleefde: schoolklassen, tandartsen, flauwvallende tienermeisjes. En ook de stukken geschiedenis waar je zomaar tussendoor loopt. De aanwezigheid van Chiel zette alles in een mooier daglicht. Soms heb je even de ogen van een ander nodig om te zien hoe bijzonder iets is, wat voor jou al heel gewoon is.
Ik zat in de universiteitsbibliotheek te werken. Het is een ruimte waar ik al een jaar of zeven geregeld verblijf. Plots zat ik tegenover een jongen van wie ik mijn ogen nauwelijks af kon houden. En dat was niet omdat hij zo knap was (dat was hij overigens wel) of omdat zijn borsthaar boven zijn nonchalante overhemd uitpiepte (maar dat was wel zo). Nee. Ik besefte opeens dat ik ongemerkt een fase in mijn leven heb afgesloten. Eensklaps was ik me er namelijk van bewust, dat die jongen vroeger mijn type geweest zou zijn. Echt, toen ik zeventien was, was ik mateloos voor deze jongeman gevallen. Nu kan dat natuurlijk niet, want toen was deze jongen zeven, maar het gaat om het idee.
Kijk hem nou zitten. Alles lijkt aan hem te kloppen. Een cosmetisch perfect gelaat. Brad Pitt eat your heart out, dat werk. Getormenteerde oogopslag, want hij is hier in de UB met heel moeilijke dingen bezig. Lichte gelaatskleur, alsof hij niet veel zon ziet. Baardje van een dag of twee. Merkkleding maar onverschillig en achteloos.
En nu, nu vind ik hem een aansteller. En mezelf, in retrospect, ook. Het baardje is gecultiveerd en het haar te vaak met glansshampoo gewassen. Ik ben niet meer vatbaar voor het zogenoemde charisma van de romantische held. Het is voorbij, het wachten bij de telefoon, het uitpluizen van blikken en ingewikkelde hints. Ik ben wijzer geworden misschien. Of cynischer. Misschien is er simpelweg een veel rust op mijn pad gekomen sinds ik soort van vaste verkering heb, dat kan natuurlijk ook. Hoe het ook zij, de bleke jongeling heeft afgedaan.
Natuurlijk was ik veel te vroeg. De tijd moest ik doden in een winkelcentrum. Hoewel ik ruimschoots over mijn angst heen ben om ergens in mijn eentje koffie te drinken, dorst ik de snackbar met drie bejaarde,morsige habitués niet in. Er was een supermarkt, maar ik had niets nodig. Echt niets. Er was een drogist, waar ik wat tijd besloot door te brengen. Ik ben dol op parfum testen, en nagellak overwegen. Maar de verkoopsters waren zo blij dat er zomaar overdag iemand binnenkwam, dat ik zo goed werd geholpen dat ik binnen twee minuten weer buiten stond. Met tandenstokers. Verder was er een bakker, maar daar had ik ook niets te zoeken. Ik besloot op een bankje te gaan zitten. Dat had ik al jaren niet meer gedaan.
Het winkelcentrum was dan misschien een slecht voorteken geweest, bij de coach was het niet geestdodend. De kamer stond vol met foto’s en er lagen stapeltjes tijdschriften. Zo is het bij mij thuis ook. Het was bijzonder fijn om te merken dat sommige mensen de kunst verstaan om complexe problemen eenvoudig te verwoorden, zonder het te simpel te maken. En toen het grote boek van Toon Tellegen me aankeek vanuit de kast, wist ik dat het goed was.
Bij het verkeerslicht kwam ze naar me toe. Roze jas. Serieuze ogen. “De bus stopte ermee” zei ze. “ Hoe kwam dat?” vraag ik en ik ben blij dat ik zo alert een wedervraag stel. “Hij had een lekke band, hij stopte ineens en toen moesten we lopen” “Wie had er een punaise op de weg gelegd dan?” vraag ik. “ Dat weet ik niet” zegt ze. En ze moet lachen. “Nou moet ik lopen naar mijn werk”. Dat laatste komt er verontwaardigd uit. Een lekke band is nog wel een avontuur, maar de consequenties vind ze minder romantisch. “Waar werk je dan?” vraag ik. Ze gebaart naar een dagcentrum voor mensen met een verstandelijke beperking. Ze maken er keramiek, weet ik. “Maar dan ben je er bijna” zeg ik. Dat moet ze toegeven. Het licht springt op groen en we gaan ieder ons weegs.
Deze ontmoeting blijft bij me. Waarschijnlijk, omdat het de laatste tijd niet zo lekker gaat met me. Ik denk dat ik een beetje overwerkt ben. Alles wat ik het laatste half jaar heb meegemaakt, lijkt zich te wreken. Ik ben overdag gewoon niet zo gelukkig. Pas als ik ’s avonds bij vrienden ben, of bij meneer F, of met kat en boek op de bank, lijkt het alsof ik uitademen kan.
De ontmoeting met de dame met de roze jas, hakt erin. Niet alleen ben ik blijkbaar niet de chagrijnige nietsnut die ik mezelf waan, anders komt zo’n mevrouw niet op je af, maar ook springt voor het eerst in lange tijd mijn hart op. Niet bepaald onprettig.
Ik vertel dit alles aan Solvejg, die middag.En als ik het net verteld heb, loopt de dame in de roze jas juist voorbij het café waar we neergestreken zijn.
Je zou bijna denken dat het een teken is, maar ik weet niet van wat. Het was in ieder geval een leuke knipoog van het lot.
Laatst vroeg iemand, of je dode mensen uit het geheugen van je telefoon moet halen. Dat moet iedereen zelf weten, natuurlijk. Ik kan me voorstellen dat het voor sommigen heel confronterend kan zijn om een overleden naam voorbij te zien flitsen. Zelf vind ik het fijn om mijn moeder in mijn telefoon te laten staan. Natuurlijk kan het wel eens vervelend zijn haar naam te zien, je wordt dan toch herinnerd aan haar overlijden. Maar och, er herinnert genoeg aan haar overlijden, dus het is lood om oud ijzer. En: ik vind het soms prettig om haar voicemail te bellen. Ik moet dan namelijk altijd glimlachen.
Mijn moeder was best handig met e-mail en telefoons. Maar niet altijd. Zo wist ze niet helemaal hoe ze met mobiele telefoon moest omgaan. In het begin liet ze haar leerlingen smsjes aan mij tikken, zij dicteerde. Later kreeg ze dat onder de knie. In kleine letters zelfs. Maar het afluisteren van haar voicemail, dat lukte nog niet altijd.Dus haar voicemail is "Dit is de voicemail van Rina. Spreek maar niet in, want ik weet toch niet hoe ik hem moet afluisteren".
Typisch mijn moeder. Creatief omgaan met wat er is. Als ik haar stem en haar praktische oplossing hoor, dan word ik even blij. Ik hoor niet meer haar door ziekte getijsterde stem, maar ik hoor even hoe ze was. En dan kan ik er weer even tegen. Zo'n herinnering helpt me door de dag.
Deze uil staat op een bekend cafe in mijn stad. Als je van buiten naar binnen kijkt, dan lijkt hij zich een beetje te schamen voor de taferelen die achter het raam gebeuren. Als je binnen bent en naar buiten kijkt, dan lijkt het net of hij sip is omdat hij niet mag binnenkomen en delen in de feestvreugde. En zo blijft hij altijd in een soort limbo tussen binnen en buiten. Ik snap wel dat hij zielig kijkt, eigenlijk.
Ik zal zo'n jaar of vijf geweest zijn, toen ik verbanden ging zien. Dingen leken op elkaar, er waren overeenkomsten die ik kon verbinden in mijn wereld. Fascinerend vond ik het. Mama's trui leek op boerenkool, bijvoorbeeld. En het woord "veer" leek op "veertig" maar had er toch niets mee te maken. En nog steeds houd ik van verbinden. Zie hier de letter A, die ik zomaar tegenkwam achter de sportschool. Ziet u weleens zomaar een A?
Stuurt u mij maar geen kaart, als het zo moet. Volgens mij vindt de mevrouw die hem krijgt, het ook niet zo leuk. Ze kijkt alsof ze elk moment in een hysterische episode kan schieten. Deze plank wordt misgeslagen, zoals wel vaker in reclame.
Als kind was ik niet zo goed met cijfers. Ik kon me , met name , weinig voorstellen bij de betekenis van cijfers. Of een gulden nu veel was of niet voor een zak snoep, het zei me niets. En of een uur lang was, wist ik niet. Zestig minuten ja, maar wat waren dat dan? Ook afstanden vond ik moeilijk om in te schatten. Dit alles leidde niet tot te laat komen, roekeloosheid met geld en verkeerd opgemeten kamers, maar juist tot overdreven voorzichtigheid en angst. Wie de wereld niet goed begrijpt, kan bang worden. De oplossing lag gelukkig voor het oprapen. Je kunt de dingen namelijk vergelijken. Misschien zegt 60 cent je weinig, maar als je weet dat het de prijs van een postzegel is, wordt het duidelijker en je kunt dingen behappen.
Ik gebruik die vergelijkingen nog steeds, bijna dagelijks. Toen ik van het station Haarlem naar een afspraak moest, keek ik hoe ver het was. Een kilometer, vertelde de routebeschrijving. En onwillekeurig dacht ik “dat is net zo ver als van school naar het huis van Gemma”. Prima te doen dus, want van het schooltje naar Gemma was niet zo ver.
Dat Gemma mijn vriendin zou worden lag vast vanaf dag 1. Ze was namelijk ook "import" en even oud als ik. Bovendien was ze aardig en warm, laten we dat niet vergeten. Ze woonde met haar ouders, twee zusjes en een broertje in een verbouwde boerderij een eindje buiten het dorp waar mijn school stond. Ik wist van iedere boerderij wie er woonde, ik wist precies waar een hond kon aanslaan. Die fietsroute had nauwelijks geheimen voor mij. Je moest ook langs “de bergjes”, twee ophopingen waar bij hoog water een stalen deur werd geplaatst om te voorkomen dat het dorp zou overstromen. (dat gebeurde nooit, maar als Zeeuws kind wist je dat die mogelijkheid altijd op de loer lag) Dan had je het vrachtwagenbedrijf van het meisje uit onze klas, de Engelse hippiefamilie wier kinderen elders op school zaten en het huis van de meester. Dan was je er al bijna.
Wie had kunnen denken dat zo'n ritje me moed zou kunnen geven om in 2010 voetje voor voetje door de sneeuw van Haarlem te schuifelen?
Bijna alle ideeën uit mijn kindertijd zijn veranderd. Iedereen verhuisde, honden gingen dood. Er zijn geen guldens meer, maar euro’s. Niemand maakt zich nog druk om de kruisraketten waar mijn moeder tegen protesteerde. Maar Gemma’s kilometer is altijd hetzelfde gebleven.
In mijn hoofd dan toch.
Want onlangs ontdekte ik, dat het 1,4 kilometer van haar huis naar het dorpsschooltje is. Maar ach, ik heb toch jarenlang plezier gehad van dit idee, dus dat het niet helemaal klopt, hindert niet.
De katten mogen van mij geen kalkoen eten. Ik vind kalkoenen namelijk erg mooi. Dat blauw, dat rood, die veren! Ook de Latijnse naam is prachtig: meleagris gallopavo. De Maya's hadden al kalkoenen. Via India en Turkije werd hij naar Europa zijn ingevoerd, althans de namen kalkoen (Calicut hoen), "dinde" (Frans; poule d'Inde=Indiase kip)) en "turkey" (Engels) wijzen daarop. De Pilgrim Fathers namen kalkoenen mee naar Noord-Amerika.Velen vinden ze lelijk. Onbegrijpelijk.
Onze taal is scherp en hard, soms kan het mooi zijn om te verzachten.Soms is een eufemisme alleen veel naarder of viezer dan je zou willen. Niet alleen wil je in sommige gevallen de waarheid horen, soms wil je ook niet dat je fantasie je parten kan gaan spelen. Zoals in dit toilet. "Visible traces of your visit". U wil niet weten, wat ik voor me zag. En dan hebben we het nog niet eens over de gedachte aan "invisble traces". Misschien was "remsporen verwijderen" beter geweest. Dat laat tenminste niets aan mijn verbeelding over.
Zaterdagochtend werd ik wakker en besloot ik dat ik een nieuwe bril wilde. Toegegeven, het feit dat ik daags ervoor de serie Annie MG had bekeken, speelde een rol, maar toch wist ik niet precies waar de drang vandaan kwam. Ik droeg mijn oude bril namelijk eigenlijk nooit, want ik was lenzendrager pur sang. Althans, daar was ik vanuit gegaan.
Ik had nog nauwelijks brillen gezien of getest, maar ik wist dat dit ‘m was. Een prachtexemplaar van Dior. Diezelfde middag kon ik hem ophalen. Toen ik hem opzette, wist ik het zeker. Dit ben ik. Dit past. En dus ben ik sinds zaterdag plots een brildrager. Soms worden de beste dingen in een opwelling besloten. Zo werd ik ooit op een onbestemde ochtend wakker in 1999 en besloot ik een tatoeage te laten zetten. Diezelfde avond sliep ik getatoeëerd in. Nooit spijt van gehad. Ook de namen van huisdieren werden op zo’n manier besloten.
Voor mij was het een hele ommezwaai. Een aantal mensen zei “leuke bril” en dat was dat. Dat er voor mij een enorm verschil in dagelijkse routine zit en dat ik erg moet wennen aan de dame die ik zie in de spiegel, merkt natuurlijk geen mens. Maar het klopt. Hij hoort bij me. 2010 zal ik dus anders bekijken.
Twee, misschien drie minuten. Veel langer was ik niet buiten geweest. Veel langer had het niet geduurd om mijn fietsband op te pompen. Maar ik had sneeuwvlokken in mijn das, vlokken in mijn haar. Mijn hele jas en broek zaten onder. Om maar te zwijgen over mijn bril, die niet wist of hij nu waterig beslagen moest zijn en dus voor de veiligheid maar koos voor beide.
Toen ik terugkwam in de hal om de fietspomp terug te brengen, schoot de receptioniste in de lach. Ik ook, want haar lach was heel aanstekelijk en het was eigenlijk ook best grappig. “ We lachen vandaag wat af,” zei ze “al die besneeuwde mensen die binnenkomen”. “Weet je wat ik ook zo leuk vind?,” zei haar collega “als het regent. Al die natte mensen en allemaal zo chagrijnig. En wij hoeven lekker niet naar buiten. Heerlijk” Tja, zo kun je ook arbeidsvreugde maken natuurlijk.
Toen ik een uur later thuis kwam na mijn vijf kilometer lange tocht door de sneeuwstorm moest ik even aan de receptioniste denken. Het was jammer dat ze me niet kon zien. Ze had er de hele week op kunnen teren.
Vandaag vond ik een envelopje terug, met twee paarse armbandjes erin. Ik had ze besteld ergens begin vorig jaar. De paarse armbandjes zijn een wereldwijde actie, om mensen te laten stoppen met klagen en zeuren. De bedoeling is dat je het armbandje aan je pols draagt. Als je klaagt moet je het bandje aan je andere pols doen en opnieuw beginnen. Het doel is, om 21 dagen zonder klagen vol te houden, want wanneer je 21 dagen lang geen enkele klacht uit, zijn je hersenen veranderd en gaan ze ook geen klaaggedachten meer aanmaken. Idee erachter is, dat er slechts twee effectieve manieren zijn om met tegenvallende situaties om te gaan: iets doen om de situatie zo te veranderen dat het je wel bevalt of niets doen en accepteren dat de situatie is zoals hij is.
En nu ligt het armbandje naast me. Het kleur prachtig bij onze vuurrode bank. Ik twijfel of ik het om mijn pols zal doen.
Ik kan flink klagen en zeuren. Vooral over mijn werk. Soms zit sta ik naast collega Tuesday op de crosstrainer in de sportschool alleen maar te klagen. Ik kan ook erg zeuren over belastingen en dienstverleners. Het vervelende is, dat klagen lost niets op. Het haalt de wonden alleen maar open, je herbeleeft alle vervelende dingen. Het maakt negatief. Van klagen komt klagen. Door klagen blijf je vast zitten aan ongezellige ervaringen. In die zin, zou het wel goed zijn om er iets aan te doen. Echter, er zit ook een positieve kant aan klagen. Je ziet de dingen onder ogen. Je maakt contact met "hoe het is". Zelf heb ik nog wel eens de neiging om alles met een mantel der liefde te bedekken, maar zo werkt het leven niet altijd. Klagen is ook inzien wat je vervelend vindt, wat je irriteert. En als iets je niet zint, is het volgens mij heel gezond om dat te uiten. Ik denk dat je zulke dingen niet moet binnenhouden en alleen maar met een glimlach moet doormarcheren.
Je moet klachten doseren, dat denk ik wel. Een minuutje of tien per dag, dan een ander onderwerp in de conversatie brengen. Of even je klacht opschrijven en dan loslaten, vliegtuigjes vouwen zou een prima plan zijn. Maar, alles wegstoppen en helemaal nooit meer klagen is geen goed idee volgens mij. Het gaat om dansen met de draken, niet om het het verbergen en onderdrukken ervan.
Misschien moet ik het armbandje maar aan mijn sleutelbos hangen, opdat ik het vaak zie en me bewust blijf.
Waarachtig is nu zo'n slordige 7 jaar het lijfblog (of wijfblog) van Carrie. Het gaat over wat ze meemaakt, vooral. En wat haar verwondert.
"Met wat ik schrijf is het precies als met het Evangelie: men dient het ernstig te nemen, maar niet al te letterlijk." - Gerard Reve 1923-2006
" I truly believe that happiness is possible... even when you're thirty-three and have a bottom the size of two bowling balls."
- Bridget Jones, in: the Edge of Reason
Hannah Moerland: Hallo Carrie,
Ik wil je even informeren over de komst van Julia Cameron naar Nederland, voor de ee… CiNNeR: Klinkt bekend en verwonder me er tch ook wel vaak over. Meestal vind ik het wel gezellig maar heb ik … Keuken Duitsland: Wanneer je de schoonheid in de kleine dingen gaat zien, ben je pas echt gelukkig. David: Hierop reageren voelt als teruggaan in de tijd. En het was een mooie tijd, als ik me niet vergis… anna: Ja, zo is het maar net! Wel een geruststellend idee dat de wisseling van de seizoenen er altijd is. Irene: Oh ja, da’s een van mijn favorieten, naast Deep Red. Voel ik me altijd heerlijk bij en blijkbaar valt…