11 september

Zaterdag 11 September 2004 at 10:09 pm

Gelukkig was ik vroeg thuis, het viel niet mee om in mijn eentje het hele huishouden te draaien, en zo had ik mooi wat tijd. Ik stopte de trekker met de dweil eromheen in de emmer, en plensde het sopje op de zwartwitte tegels van mijn het huisje wat nu sinds 3 maanden van mij was. Ik was 21, woonde drie maanden echt op mezelf, en voelde me alsof ik alles goed geregeld had. Ik bepaalde wie er in mijn huis kwam en wie niet. Wanneer ik at, en wanneer ik at. Hoe laat ik thuiskwam, en wanneer er schoongemaakt werd.
Radio 3 speelde een vrolijk deuntje, wat opeens werd onderbroken voor een extra nieuwsuitzending.
Een vliegtuig was het world trade center ingevlogen.

Húh? Kan dit? In Amerika?
New York. Daar woont mijn lievelingsneef, die ik als een broer beschouw. Two towers … hij woont om de hoek …

Pas 24 uur later hoorden we, dat hij in leven was.
Een paar dagen later ontving ik een e-mail van hem:

*_Met mij gaat het wel. Alleen die geur, die constante geur van verbrand alles vult nog steeds elke hoek van New York en mijn neus. Het leven gaat langzaamaan weer haar gang.
Restaurants zitten weer vol, nog iets leger dan daarvoor, maar er klinkt weer geluid op straat, zij het nog steeds een beetje ingetogener dan daarvoor. Ik hoor weer muziek uit cafés komen, voorzichtig aan. Ruim een week geleden was het een spookstad. Er reden bijna geen auto’s op straat. Ook niet overdag. Kun je het voorstellen? Er klonk geen muziek en de mensen schuifelden zachtjes langs elkaar. Het leven wordt nu weer beetje bij beetje weer normaal. Bijna weer normaal. Er wordt weer basebal gespeeld, er wordt weer gelachen in Broadway-musicals…

Maar die geur, die alles doordringende geur hangt er nog steeds. De geur van alles verbrand die ik ken uit Colombia na een grote aardbeving met 1000 doden. Een geur die je kent, die lijkt op een smeulend brandje op een stortplaats, maar dan iets zoeter. Een geur waarbij we maar liever niet stilstaan wat die geur nou werkelijk veroorzaakt.

En ik ben moe. Ik ben erg moe. Lichamelijk en geestelijk. Overvoed in tragedie. Ik wil zo graag weer een aflevering zien van “Alias Smith and Jones” of zoiets. Of “Daktari” met een schele leeuw. Ik wilde af en toe dat ik weer 10 jaar was en dat ik even kon schuilen bij mijn moeder, die dan zegt dat ik me geen zorgen hoef te maken, dat alles wel weer goed komt.

En zoals je weet is onze lieve zwarte homo buurman weg. Is vermist. Hij werkte op te 96e verdieping van de tweede toren. Hij heeft nog naar huis gebeld, naar zijn vriendje, toen de eerste toren geraakt was en gezegd dat hij zich geen zorgen hoefde te maken. Dat hij niet in de Noord-toren zat die in brand stond en dat hij vanavond gewoon weer thuis zou komen. Hij is nog steeds niet thuis en dat vind ik wel verschrikkelijk. Ik flirtte altijd met hem in de lift. Eugene begroete me vaak met iets van een:“hello gorgeous” En dan antwoordde ik steevast met: “look who’s talking…”

En ik heb aan een stuk door gewerkt, nu twaalf dagen aan een. En soms twintig of meer uren achterelkaar. Maar dat zal volgende week wel minder worden. Het wordt nu al rustiger. Ik moet alleen even een paar dagen niks doen. Ik blijf gewoon erg moe. Moet gewoon even een paar dagen slapen, eten en ?

En ik ben bang voor de toekomst. Echt bang. Bang dat Bush en zijn kornuiten met de slechte ook goede te pakken nemen en dat we daardoor nog een aantal decennia oorlog zullen voeren, met alle verschrikkelijke gevolgen vandien. Ik kan al twaalf dagen geen geweld meer zien op tv. Twee voortvluchtige cowboys, die tegen wil en dank goed zijn in hun hart maar helaas door iedereen als slechterik worden aangezien, daar trek ik ongeveer de grens. Of bij een schele leeuw die zijn krijsende apevriend weer in de jungle van Afrika na dertig spannende minuten en heel veel snelle “pans” weer terug vind.

Vroeger vond ik het leuk om de New Yorkse sirenes te horen. Vond ik “echt” Maakte dat ik midden in een spannende politieserie terecht was gekomen. Nu kan ik die sirenes niet meer horen. Maken me onpasselijk. Alsof ik in een slecht geregisseerde film zit, waar ik maar niet uit kan komen.

Lieve Carrie, nu ik dit zo teruglees, klinkt het allemaal wel heel dramatisch. En soms voel ik me ook zo. Zoals nu bijvoorbeeld. Maar soms ook helemaal niet. Soms gaat het ook “gewoon” goed met me. Ben ik lekker aan het werk. Probeer zo mooi mogelijk te draaien. Kijk ik weer naar al die gekke en mooie mensen op straat. Luister ik thuis weer naar mooie muziek… Alleen die geur. Alleen die verdomde doordringende geur maakt me dan weer verdrietig… _*

mijn neef Martijn verhuisde in 1995 naar New York om het daar te gaan maken in de film-en tv wereld, als cameraman. Hij woont nu in the Village, maar in 2001 woonde hij dichtbij waar het World Trade Center stond. 24 uur na de ramp kregen we bericht dat hij nog leefde …

Nu gaat hij nova vanuit New York regisseren, om de presidentsverkiezingen te verslaan.
Ik maak me echt zorgen om Amerika en de wereld.
Bush is een groot gevaar, maar ik heb steeds het gevoel dat Kerry geen haar beter is …

welkom

Donderdag 09 September 2004 at 1:22 pm

*Lieve lezer,

Na ongeveer een jaar bij web-log, maak ik nu de sprong in het diepe.
Een eigen domein, waar ik in alle vrijheid webdesign kan leren en mij maximaal kan uiten. Ofzo.
Met hulp van “Annefloor” heb ik nu dit gebouwd. Maar we gaan vrolijk verder, hoor!

Wat ga je hier allemaal vinden?

Wel, eigenlijk ga ik gewoon verder waar ik bij web-log aan ben begonnen. Dus gewoon, mijn (bijna) dagelijkse verbazing,verwondering,ontroering fascinatie, gedacht maar misschien ook wel irritatie aan je vertellen*

Brein

Woensdag 27 November 1996 at 8:13 pm

Brein

NIET BEKEND, CARIJN 'T HART
Gepubliceerd op 27 november 1996

 

Mijn moeder, ietwat gespannen, en ik zitten in de vreemd verlichte aula.

Vanavond is er een ouderavond over leerproblemen, en zojuist ben ik voorgesteld als 'het meisje met discalculie dat straks gaat vertellen'.

Het is vanavond de eerste keer dat ik er in meer dan een paar woorden over ga praten.

Normaal is het zo dat ik kort en snel uitleg wat er met mij aan de hand is, als mensen dit aan me vragen.

Als de orthopedagoog is opgehouden met zijn uitleg over onze hersenen en wat daarmee aan de hand kan zijn en wij allemaal een kop koffie achterover geslagen hebben, mag ik. Mijn been trilt.

Als ik mijn naam heb gezegd, en als ik vertel dat ik na een moeizame havo nu in de vijfde klas van het vwo zit, begint mijn relaas.

Het kost me moeite het uit te leggen, en zo te ruiken is mijn deodorant uitgewerkt.

Toch geloof ik wel dat de mensen begrijpen wat ik bedoel.

Zij hebben zelf ook kinderen die hebben gemerkt dat ze anders zijn dan de reguliere leerlingen van ons schoolsysteem. Het doet heel wat met een jong mens om te merken dat je daadwerkelijk anders bent, dat je brein anders is.

Ik moet voor een hele zaal met vreemde mensen uitleggen wat er met mijn hersenen is, namelijk dat ik slecht greep op getal en ruimte kan krijgen.

Kinderen met dyslexie, een beletsel dat meer bekendheid heeft, kunnen niet goed lezen en schrijven. Daardoor worden ze vaak gezien als paria's.

De ouders knikken me bemoedigend toe als ik vertel dat kinderen met een dergelijk leerprobleem moeten worden geholpen bij het ontwikkelen van eigenwaarde. Later krijgen ze het daar namelijk moeilijk mee, omdat ze door hun leerstoornis bijna niet aan de normale puberteitsproblemen toe komen. Ik praat over mezelf.

Als ik klaar ben, terwijl ik eigenlijk nog veel meer had willen zeggen, krijg ik applaus.

Eindelijk krijg ik bijval op dit terrein.

Ik loop als een gelukkig mens de mist in.